Internist wordt Neanderthaler

Anne Hermans schreef een ‘doktersroman’, haar rubriek op de Achterpagina diende als basis voor haar boek. „Het mocht géén persiflage worden op het ziekenhuis.”

Anne Hermans heeft het afgelopen jaar op Curaçao 140 bevallingen geleid. Foto Rik Hermanides

Artsen kunnen lomp zijn, dat bleek uit de eerste column van Anne Hermans, die op 11 mei 2004 op de Achterpagina werd gepubliceerd.

Op de ‘diarree-unit’ van het ziekenhuis, de maag-, darm- en leverafdeling, duwt een specialist een slang met videocamera in de mond van een wat mollige patiënte. Terwijl de vrouw kokhalzend het maagonderzoek ondergaat, begint de arts tegen zijn co-assistent uit te weiden over de gevaren van overgewicht. Als de patiënte even later fluimen spugend opstaat, richt de arts zich voor het eerst rechtstreeks tot haar: ‘Weet u wat ú moet doen? 20 kilo afvallen!’

Onder pseudoniem deed een arts in opleiding de afgelopen 33 maanden verslag van haar stage in het ziekenhuis. Tweeënzestig afleveringen lang gunde ‘Dokter Hermans’ de lezers een blik achter de schermen van het ziekenhuis. Scherp observerend en vol zelfspot schreef ze over de kunst van het rectaal toucheren, het haantjesspel tijdens het patiëntenoverleg en de botte grappen die chirurgen tijdens operaties kunnen maken.

Links hiervan staat de laatste column van Anne Hermans. Haar opleiding is voltooid: ‘Dokter Hermans’ is nu écht dokter. Bovendien verschijnt vandaag bij uitgeverij Podium De co-assistent, een ‘doktersroman’, losjes gebaseerd op de Achterpagina-columns.

Waarom hebt u van uw columns een doktersroman gemaakt?

„Ik heb me laten leiden door de vraag wat ik zelf zou willen lezen. In mijn roman schets ik de ontwikkeling van een arts in opleiding. De verhaallijn is fictief, maar de medische informatie in het boek klopt. Het mocht géén persiflage worden op het ziekenhuis.”

De roman is milder dan uw column. De lompe specialist uit een van u columns is ook in uw boek nog steeds een ‘emotioneel gestoorde neanderthaler’. Maar u toont nu wel meer begrip voor hem.

„Een column is een kort, bijtend stukje met een uitsmijter. In een roman heb je de ruimte om de personages minder eendimensionaal te maken, ze meer eigenschappen te geven. Daar worden de karakters vanzelf ronder van. Mijn boek is geen aanklacht, beslist niet. Ik wil duidelijk maken dat de medische wereld niet beter is dan de gewone wereld. Artsen staan vaak op een voetstuk, worden door patiënten als übermenschen gezien. Daarom vallen artsen in de praktijk vaak tegen: ze kunnen net zo onuitstaanbaar zijn als andere mensen, maken net zoveel fouten.”

Uw boek is geen pleidooi om artsen in opleiding serieuzer te nemen?

„Co-assistenten hebben vaak het gevoel dat ze worden gekleineerd, zowel door specialisten als door verpleegkundigen. Dat beeld klopt maar deels. Veel co’s zijn als schaapjes zo mak, zijn alleen maar bezig met wat er van hen verwacht wordt. Terwijl specialisten veel meer respect hebben voor een co-assistent die voor zichzelf opkomt en initiatief toont. Je kunt mijn boek lezen als een pleidooi voor co-assistenten: kies je eigen weg.”

Stelt u zich als arts nu zelf ook autoritair op?

„Het ziekenhuis is geen democratie, hiërarchie is onvermijdelijk. Het afgelopen jaar heb ik op Curaçao 140 bevallingen geleid. Een meisje van 15, dat tijdens haar bevalling voor de derde keer van het bed klom, gaf ik een tik tegen haar been: ‘Of je gaat nu persen, of we gaan de kamer uit.’ Als de nood hoog is, heb je als arts geen tijd voor discussie.”

Youp, uw buurman op de Achterpagina, heeft eens geschreven dat hij niet meer ziek durfde te worden na het lezen van uw columns.

„Het rare is dat de arrogantie van de specialist vertrouwen geeft. Een arts die zegt: ‘Ik heet Anton, zullen we samen eens kijken wat we aan uw heup kunnen doen?’, daar willen patiënten niet door geholpen worden. Als je het voetstuk weghaalt, durven patiënten niet meer. Toch hoop ik dat mijn boek, door een reëler beeld te geven van artsen, een bijdrage levert aan de relatie tussen arts en patiënt.”

Uw schrikbeeld als co-assistent was om net zo’n carrièregeile workaholic te worden als sommige specialisten. Wat voor arts bent u?

„De medische wereld is absoluut streberig. De specialisten die ik bewonder hebben een grote passie voor hun vak en werken heel hard. ze zijn continu beschikbaar, zelfs tijdens vakanties. Ik weet niet of ik met die artsen getrouwd zou willen zijn. Of ik zelf ook zo hard werk? Ik ben bang van wel. Maar ik ben niet de vrouw van mezelf.”

Nu uw boek verschijnt, geeft u interviews en mogen er foto’s worden gepubliceerd. Waarom blijft u wel vasthouden aan uw pseudoniem?

„De komende jaren werk ik als tropenarts in het buitenland. Ik verwacht dat de mensen mijn gezicht daarna vergeten zijn. Maar ik heb een opvallende achternaam, die blijft misschien hangen. Als ik later in Nederland aan de slag ga, wil ik niet dat patiënten me direct associëren met de columniste.”

Anne Hermans: De co-assistent, Podium, 288 blz. € 16,50.