‘Ineens sta ik óp het podium, in Second Life’

De band 16Down gaf gisteren een concert in de reële wereld en opende tegelijkertijd op Second Life een nieuw festivalterrein. „Nog steeds doodse stilte hier.”

16Down in Paradiso met daarachter Second Life Foto Isabel Nabuurs 9-2-7 , Paradiso amsterdam 16 down foto isabel nabuurs Nabuurs, Isabel

Het leek zo’n comfortabele klus, het concert volgen dat 16Down gisteravond gaf in Second Life. Op de computer, in de comfortabele warmte van het eigen huis. Zo bekeken was het een win-win-situatie voor deze Zwolse band, die in Paradiso te Amsterdam zijn nieuwe cd F.L.O. presenteerde en tegelijkertijd op Second Life het nieuwe festivalterrein van Talpa, de Dropzone, opende.

Maar zo simpel lag het niet, voor de ‘newbie’ of ‘n00b’, in deze veelbesproken virtuele wereld. Mijn computer trok aanvankelijk de software van Second Life niet, en vervolgens was er iets lelijks met de videokaart. Zo moest ik toch nog de deur uit en kwam ik, is het niet ironisch, terecht in het kantoortje van de welwillende programmeur van rockclub Vera.

Na enige vijven en zessen sta ik op dat festivalterrein, mezelf verwijtend dat ik in alle haast een bijzonder lelijke avatar heb gekozen: een gast met een opzichtig strak, zwart en rood pak, een malle kuif en een joint in de mond. Druk is het er niet: enkele tientallen avatars, die er soms, gelukkig, nog een stuk vreemder uitzien.

Biertaps en eetstands, onmisbaar op elk reëel bestaand festivalterrein, ontbreken. Wel is er een ‘merchandise’-standje. ,,Click here to buy the album”, krijg ik te lezen als ik iets te dichtbij kom. Op het grote festivalpodium, met meer Marshall-versterkers dan een mensenoor aankan, staan de poppetjes, en meer lijkt het niet, met hun instrumenten. Daarachter zien we wat er eigenlijk in Paradiso gebeurt, en dáárachter zijn weer beelden uit Second Life geprojecteerd.

De mannen van 16Down hebben in Second Life andere namen aangenomen: gitarist-zanger Marco Hovius, bassist Sebastiaan van Holst en drummer Bauke Bakker heten hier respectievelijk Hovius Hedrick, Bakker Wilder en Olst Ritt. Maar hun avatars lijken nauwkeurig naar hun verschijningsvorm in ‘first life’gemodelleerd: Hovius draagt in beide werelden warempel hetzelfde petje.

Intussen hoor ik na ruim een half uur die hele band niet meer. Ik ben niet de enige, want ene Alfred Lagostino laat in het conversatieschermpje linksonder weten: „Nog steeds doodse stilte hier.” Maar de overige tientallen bezoekers gaan vrolijk door met dansen, en ze geven in dat schermpje blijk van hun waardering middels geschreven gejoel. Dus ik haal mijn schouders op – de echte, want hoe dat in Second Life voor elkaar te krijgen is me een raadsel.

Na een onnavolgbare reeks toetsenaanslagen sta ik naast het podium, waar ik van dichtbij zie hoe Hovius Hedrick en Olst Ritt beurtelings van enthousiasme op de grond liggen te kronkelen. Of hun eigenaren dat in Paradiso ook doen kan ik van hier uit niet zien, maar daar zal het niet aan liggen dat ik ineens óp het podium sta, tussen de bandleden. Ik gedraag me er kennelijk als een echte hooligan, getuige ook de dringende boodschappen of ik niet onmiddellijk het podium wil verlaten.

Mijn reputatie in Second Life is daarmee waarschijnlijk naar de maan, maar het kan me weinig schelen. De modder, het gedrang, het lauwe bier en de piepende oren van echte festivalterreinen en podia zijn me liever dan deze kunstmatige afstandelijke beleving.