Hogarths wondermix van moraal en satire

William Hogarth was satiricus maar ook een veelzijdig kunstenaar, wil een tentoonstelling in Tate Britain aantonen. Toch blijft zijn satirisch werk ook nu nog het meeste boeien.

De afbeelding gaat door merg en been. Een laveloze vrouw laat een kind achteloos over de balustrade vallen, een wisse dood tegemoet. Een man knaagt samen met een hond aan een bot, terwijl een skeletachtige bedelaar op de trap zit met een leeg glas in de hand. Overal worden mensen volgegoten met gin. Op de achtergrond wordt het lijk van een vrouw in een kist gestopt. In een bouwvallig huis is op zolder nog net een bungelende man te zien, die zichzelf heeft opgeknoopt.

William Hogarth (1697-1764) gaf in zijn apocalyptische prent Gin Lane een huiveringwekkend beeld van het Londen van halverwege de achttiende eeuw. Hiermee schaarde hij zich achter een campagne voor een wet om de productie van gin – overigens een afkorting van het Nederlandse woord jenever – aan banden te leggen. De verslaving was zo wijd verbreid dat de sterke drank in arme wijken in één op de vijf woningen te koop was – meestal zelf gestookt en van bedenkelijke kwaliteit. De samenleving werd er volkomen door ontwricht.

Het werk is typerend voor Hogarth. In hedendaagse termen was hij een geëngageerd kunstenaar, die – anders dan zijn meeste collega’s – armen graag tot onderwerp van zijn werk nam en begaan was met hun lot. Met een eigenaardige mengeling van moralisme en bijtende satire stelt hij hun problemen aan de orde op een manier die nog altijd boeit. Ook tijdgenoten waren verrukt en kochten grif zijn werk, vooral de makkelijk reproduceerbare prenten. Zo werd Hogarth zelf, hoewel van bescheiden afkomst, een vermogend man.

Voor het eerst in ruim 35 jaar biedt Tate Britain nu een speciale Hogarth-tentoonstelling. Doel van de organisatoren is het beeld van de kunstenaar bij te stellen. Volgens hen is Hogarth te lang gezien als niet meer dan een satirisch buitenbeentje in de Britse kunst. In werkelijkheid was hij een veelzijdig kunstenaar, die naast zijn beroemde prenten ook portretten en historiestukken schilderde. Een man die, kortom, een centrale rol speelde in de toenmalige kunstwereld.

Ondanks al zijn donkere humor nam Hogarth zichzelf wel degelijk serieus. Dat blijkt uit een kunsttheoretische verhandeling van zijn hand uit 1753, genaamd The analysis of beauty. Nergens komt die schoonheid volgens hem beter tot uiting dan in een slangachtige lijn, een „line of beauty”, die de cruciale elementen van afwisseling en compositie in zich herbergt.

Hogarth is bovendien een zeer Britse kunstenaar, die zich afzette tegen landgenoten die dweepten met Italiaanse of Franse kunst en de neus ophaalden voor werk van eigen bodem. Daarom wordt hij vaak beschouwd als de vader van de moderne Britse kunst.

In de vroege prent The bad taste of the town maakte Hogarth zich al vrolijk over connaisseurs van Italiaanse opera’s en klassieke beelden. Per kruiwagen worden de werken van Shakespeare naar het oud papier vervoerd.

De portretten en historiestukken op de expositie zijn verdienstelijk, maar maken duidelijk dat Hogarth op die terreinen zijn meerdere moest erkennen in veel collega’s van het Europese continent, en ook in een jongere Britse collega als Thomas Gainsborough.

Veel van zijn schilderijen zijn in feite geschilderde spotprenten. Een geliefd thema was de decadente bovenlaag. Een fraai voorbeeld hiervan vormt het schilderij A midnight modern conversation uit 1732, waarop een groep heren zich in clubverband te goed doet aan punch, terwijl de pruiken geleidelijk van hun eerbiedwaardige hoofden glijden. Een enkeling tuimelt zelfs van dronkenschap van zijn stoel. Met groot gemak prikt Hogarth door het deftige vernislaagje van de notabelen heen. Zoals hij een paar decennia later ook genadeloos de schaamteloze corruptie van de politieke elite etaleerde in een reeks schilderijen over een tussentijdse verkiezing in Oxfordshire. Soms heeft het werk van Hogarth haast iets journalistieks, in de beste zin van het woord. Scherp maar met humor legt hij de tekortkomingen van de toenmalige maatschappij bloot.

Grote faam verwierf hij zich ook met een soort geschilderde feuilletons over mensen die afzakken naar de zelfkant van de samenleving. Een omgeving waardoor Hogarth zelf altijd intens gefascineerd is geweest. De wereld van dronkaards, gokkers en hoeren gaf hij zo levendig weer dat je het gevoel hebt dat je er midden in zit. Zowel de serie over het dorpsmeisje Moll Hackabout, dat in Londen in handen raakt van een bordeelhoudster en jammerlijk aan haar einde komt, als de lotgevallen van Tom Rakewell, die een geërfd fortuin verbrast met spel, vrouwen en drank, waren enorme hits.

Hoe hard de organisatoren ook proberen te schaven aan ons beeld van Hogarth, zijn indringende satirische werk blijft het meest boeien. Dat is zo prikkelend dat ook latere kunstenaars als Goya, Daumier en Grosz er zich dankbaar door lieten inspireren.

Reden voor Jonathan Jones, kunstcriticus van het dagblad The Guardian, Hogarth deze week prompt uit te roepen tot „grootvader van het Europese modernisme”.

www.tate.org.uk/britain/exhibitions/hogarth. Te zien t/m 29 april