Eindelijk steun voor breedtesport

Redacteur NRC Handelsblad

Aan iedereen is gedacht. „Ook breedtesport is een bindende factor in de samenleving”, zegt het coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie (bladzijde 28, punt 10). Eindelijk erkenning dat brede mensen ook recht hebben op respect, veiligheid en duurzaamheid, net als smalle mensen. En omdat er steeds meer breden zijn vormen zij een samenbindende factor, zeker op het sportveld.

Er zijn wel termen als ‘tuttig’, ‘terug naar de jaren vijftig’ en ‘spruitjeslucht’ gebruikt voor het Handboek Nederland Uit de Put dat deze week is gepubliceerd door enkele alumni van de Vrije Universiteit. Ik doe daar niet aan mee. Wouter Bos heeft er terecht op gewezen dat je met spruitjes in een wokpan een heel modern gerecht kan bereiden.

De kiezers hebben op 22 november gesproken, nog niet gewend aan de nieuwe dialoog, dus zonder elkaar uit te laten praten. Daar worden zij nu op aangesproken. Uitpraten is een grondrecht en dat moet iedereen gaan uitdragen. Dat komt in het Handvest van verantwoord burgerschap (28.6). Zolang dat Handvest er nog niet is en Kunst nog niet bijdraagt aan „trots en gemeenschapsgevoel in onze samenleving” (38.1) moet het land wel worden geregeerd.

De leiders van genoemde partijen zijn vijf weken met elkaar in positivo-training gegaan in koets- en Catshuizen en een villa met geweren in de hal. Daar hebben zij hun jaren opgebouwde weerzin omgezet in samenwerk- en samenleefenergie. Voor ons. Het resultaat is dit Boek voor Goede Mensen. Het is veel meer dan een regeerakkoord. Noem het gerust een heruitvinding van Nederland als samennatie. Het is ongepast daar lichtzinnig over te doen. Zeker bij het begin van een nieuw begin is de bereidheid samen op weg te gaan het minste dat je kan tonen, door „eenvoudig en zorgvuldig gebruik van het Nederlands als (...) cultuur- en omgangstaal..” (38.5).

Het is de vraag of Nederlanders beseffen hoe uniek dit is. In veel democratische landen lopen twee politieke blokken tegen elkaar storm bij verkiezingen. De burgers weten van tevoren wat de winnaar gaat doen en wie de hoofdrol gaat spelen. Dat bepaalt hun stem. Zo gaat het bij Britten, Fransen en Amerikanen. Meestal slaat zo’n nieuwe meerderheid een tijdje door om later bij zinnen te komen. Duitsland keek de laatste keer te goed naar ons, maar dat is net goed afgelopen.

Wij tobben al tientallen jaren over ons systeem zonder iets te veranderen. In verkiezingstijd mag iedereen een lijst ophangen in het clubhuis. Met hulp van digitale kieswijzers bepalen wij ragfijn onze stem. En daarna wordt het weken stil. Kabinetsformaties zijn de zwarte gaten van het Nederlandse parlementaire bestel. Periodes waarin leiders die elkaar leugenaars hebben genoemd strijdmakkers worden. In die weken worden de belangrijkste beslissingen voor de hele kabinetsperiode genomen, aan een reizende ovalen tafel zonder publiek. Wie daarna nog zeurt over verkiezingsbeloftes, begrijpt niet hoe het hier werkt.

Binnen het huidige systeem is deze verbale verdwijntruc min of meer logisch, maar de nadelen blijven aanzienlijk. Politici offeren hun geloofwaardigheid voor het goede doel. Hun akkoord is het resultaat van een moeizame uitruil van pijn- en plezierpunten. Wie later één onderdeel wil veranderen (lekker toch aan de hypotheekrenteaftrek morrelen), roept een kettingreactie over de coalitie af (lekker toch niks aan de AOW veranderen, lekker niet gaan rekeningrijden). Gevolg: de Kamerfracties die hun voorlieden hebben geïnvesteerd in dit samenleefproject, zijn tijdens de parlementaire rit monddood. En na afloop houden zij weer parlementaire enquêtes om te begrijpen wat er is gebeurd.

Hét moment waarop het Nederlandse volk voor een paar jaar knopen doorhakt, is de meest ondemocratische fase in de democratische cyclus. De politici bovenop de apenrots doen steevast alsof zij niet doorhebben dat burgers die dit steeds weer aanzien, alles wat zij als ministers zeggen met een forse schep cynisme begroeten. Het is wat lastig om de beloftes van gister in een paar maanden op bevel te vergeten en de vergezichten van vandaag te moeten omhelzen als het Boek van Verlossing.

Twee voorbeelden die met elkaar samenhangen: het aantal ambtenaren en de inkomens bij de semioverheid. Na alle bladzijden vol Woodbrokers-voornemens wordt in de financiële bijlage van het akkoord zonder toelichting 750 miljoen euro bezuiniging ingeboekt op ‘efficiency-verbetering bij de rijksdienst’. Overleg? Dialoog? Vertrouwen? Kennelijk even niet. Het is een truc die vorige kabinetten ook hebben uitgehaald. Efficiencyverbetering kan op twee manieren: de kaasschaaf over de begroting van ieder departement, een methode met de finesse van een geblinddoekte autosloper. De andere mogelijkheid is het aantal ambtenaren te verlagen. Domweg x-duizend man er uit. Als een beul op weekendverlof.

Beide methodes suggereren dat ambtenaren bij bosjes niets zitten te doen of geld aan onzin uitgeven. Afgezien van de vraag of dat recht doet aan de huidige rijksambtenaren, het is in flagrante tegenspraak met de voorgaande 49 bladzijden Nieuwe Tijden van Balk, Bos en Rou. Zo’n efficiëntieopdracht wordt meestal uitgevoerd door rijkstaken over te hevelen naar verzelfstandigde bestuursorganen. Het loodswezen, de rijksdienst voor het wegverkeer, al dat soort overheidstaken wordt buiten het rijk uitgevoerd, zonder serieuze concurrentie.

Het enige wat lijkt op de vrije markt zijn de salarissen. De Raad van Economische Adviseurs van de Tweede Kamer liet onlangs zien dat als je deze werknemers meerekent, de rijksoverheid de laatste vijf jaar met ongeveer 11.000 man is gegroeid, niet gekrompen. Het is dus ook een wassen neus.

Als het nieuwe kabinet iets zou willen doen aan de samenhang, de gemeenschapszin, de solidariteit en noem alle bejubelde communautaristische thema’s maar op, dan is het daden stellen tegen de exhibitionistische zelfverrijking. Dát is waar het individualisme en de marktwaan de laatste tien jaar zijn doorgeschoten. Bijvoorbeeld bij de pseudoverzelfstandigde overheidsdiensten, de NS, Connexxion, de woningbouwcorporaties, de elektriciteitsmaatschappijen en ga zo maar door.

Maar ook tegen de schaamteloze inkomens bij echte marktbedrijven is wel degelijk op te treden. Een elitetarief in de inkomstenbelasting, een schijf boven de één miljoen, helpt best. De betere ondernemers weten dat de huidige ongeremde financiële zelfliefde het risico van sociale explosies uitlokt. Een goed onderwerp voor een Tweede Kamer die zich niet helemaal wil laten inpakken.

opklaringen@nrc.nl