Dopingstraffen?

Het mondiale antidopingbureau WADA wil af van de standaardstraf van twee jaar schorsing op het gebruik van doping. Goed plan?

Berend Nikkels, wielerarts, dopingdeskundige: „Ja. Het huidige systeem is te rigide en de lijst met verboden middelen deugt niet. Of je nu een stickie rookt of je helemaal volspuit met amfetaminen, daarvoor staat twee jaar schorsing. Probleem is dat het moeilijk te bepalen is welke gevallen licht of zwaar zijn. Welke parameters gebruik je? Wat mij betreft is de medische schade die een middel kan toebrengen aan het lichaam het belangrijkst. Dat is weer afhankelijk van de dosis, dus moet je grenswaarden vaststellen. Een tweede criterium is de mate waarin het middel een prestatievermeerderend effect heeft.”

Herman Ram, directeur Nederlandse Dopingautoriteit: „In gevallen van bewust gebruik van zware middelen en van ontkennen en ontlopen is een zware straf terecht. In persberichten wordt de indruk gewekt dat in de nieuwe code [in te voeren in november] zwaardere straffen staan op dopegebruik. Uitgangspunt is dat de gemiddelde straffen even zwaar blijven. Lichtere gevallen worden lichter gestraft, in zware gevallen wordt vier jaar geschorst. Flexibilisering van het systeem is de doelstelling. In veel uitspraken is aangegeven dat de omstandigheden relevant waren, maar ze konden niks anders opleggen dan de standaardstraf van twee jaar schorsing. Dat staat op gespannen voet met het normale rechtssysteem dat rekening houdt met individuele omstandigheden.”

Hein Verbruggen, oud-voorzitter internationale wielernunie UCI: „De WADA heeft de grote fout gemaakt in alle gevallen twee jaar schorsing op te leggen. Zonder rekening te houden met individuele omstandigheden, rechtsgelijkheid, mensenrechten en het principe van proportionaliteit. De financiële consequenties van twee jaar schorsing zijn veel groter voor een profvoetballer dan voor een schutter die in het dagelijks leven politieagent is. Dat kan niet, dat is juridisch niet vol te houden. De WADA is er ook door juristen voor op de vingers getikt. Ze willen nu meer flexibiliteit en proportionaliteit inbouwen. Daar sta ik helemaal achter. Het is belachelijk dat iemand die doelbewust zwaar aan de epo heeft gezeten dezelfde straf krijgt als iemand die niet de intentie had de zaak te bedonderen.”

Emile Vrijman, advocaat in dopingzaken: „Proportionaliteit tussen het vergrijp en de straf moet er zijn. De ene dope is de andere niet. Het moet wel gaan om prestatiebevorderende middelen en niet om een ecstasypilletje op een feestje. Lichte straffen voor lichte gevallen is prima, maar er zit wel een addertje onder het gras. Een sporter krijgt pas een lichte sanctie als hij kan aantonen dat hij niet de intentie had dope te gebruiken. Hij moet aan twee voorwaarden voldoen: geen schuld en geen nalatigheid. Zware dopinggevallen zwaar bestraffen is geen goede methode om doping te bestrijden. Sporters hebben de neiging het aan te vechten, waardoor je meer procedures krijgt. Twee jaar schorsing betekent voor een sporter een immense opgave om gemotiveerd te blijven trainen. Vier jaar schorsing is einde loopbaan. Vraag is of je een sporter die één keer de fout ingaat, zijn beroep moet ontnemen.”

Henk Kraaijenhof, atletenbegeleider, coach van oud-sprinter Troy Douglas (twee jaar geschorst wegens te hoge nandrolonwaarde): „De WADA komt elk jaar met iets nieuws. De dopinglijst is een krankzinnige lijst die ze steeds veranderen. De WADA heeft geen visie, geen duidelijk beleid en kost alleen maar geld. Het doel van dopingbeleid is ongelijkheid en oneerlijkheid in de sport bestrijden. Waar is de ‘fair play’ in het selectieve WADA-beleid? In grote sporten waar veel geld omgaat, gebeurt niks. Maar kleinere sporten pakken ze wel. Troy is twee jaar geschorst. Frank de Boer en Edgar Davids voor hetzelfde vergrijp nog geen half jaar. De WADA kan geen vuist maken tegen grote landen of sporten met machtige bonden en dure advocaten.”