De stelling van Wildhaber en Costa: Je mag geen wettelijk vacuüm scheppen zoals in Guantánamo

Het Europees Hof voor de rechten van de mens loopt vast. Reorganisatie blijft uit, de druk van Moskou groeit. Folkert Jensma in gesprek met de scheidende president Luzius Wildhaber en de nieuwe, Jean Paul Costa.

Links: scheidend president Luzius Wildhaber, en rechts: opvolger Jean-Paul Costa (Foto’s AFP). D 33567-15 Luzius Wildhaber. Obligatory Credit - CAMERA PRESS/ Michal Dolezal/ CTK. Chairman of the European Human Rights Court Luzius Wildhaber pictured in Prague on 17/06/04. foto: Camera Press / Hollandse Hoogte CAMERA PRESS/Hollandse Hoogte

Is Rusland eigenlijk wel geïnteresseerd in mensenrechten?

Costa: „Ze raken zich steeds bewuster van de onaanvaardbare toestanden in hun gevangenissen en proberen dat ook echt te verbeteren. Maar dat is niet alleen een kwestie van gebouwen. Je hebt in Rusland 900.000 gedetineerden op 145 miljoen inwoners; in Frankrijk 60.000 op 60 miljoen. Ik kan me niet voorstellen dat de gemiddelde Russische burger zo veel crimineler is. Je moet niet iedereen maar meteen opsluiten. Het verdrag vraagt ook veel: een regering moet een hof betalen dat ze vervolgens bekritiseert en stigmatiseert. Eigenlijk is het een wonder dat het lukt.”

Poetin verwijt u voortdurend uit politieke motieven te handelen

Costa: „Dit soort kritiek horen we vaker. Ik begrijp het ook wel – toen ik student was in Frankrijk waren we zeer opgewonden over de onafhankelijkheid van Algerije. Er zijn ook toen gruwelijkheden gepleegd, aan beide kanten. Maar in ons systeem klagen nu eenmaal de individuen tegen staten en die moeten zich altijd verdedigen. We vonden een hele serie schendingen van het verdrag door het Russische leger in Tsjetsjenië. Als Frankrijk in de Algerijnse periode door het verdrag zou zijn gebonden, had het ook schendingen gepleegd.”

Dr. Wildhaber, u haalde de wereldpers door tegenover de Neue Zürcher Zeitung te suggereren dat u tijdens een dienstreis door de Russische autoriteiten bent vergiftigd. Maar daar is geen bewijs voor.

Wildhaber: „Die krant benaderde mij. Ik heb gezegd dat ik niet wist hoe die bacterie in mijn bloedsomloop terecht is gekomen. En dat ik daarom geen mogelijkheden kon uitsluiten. Ik heb wel spijt van de manier waarop ik dat formuleerde. Zoals u terecht opmerkt: er is geen enkel bewijs voor.”

Eén op de vijf klachten krijgt u van burgers uit Rusland. Tegelijk krijgt u van die lidstaat ook de meeste verwijten.

Wildhaber: „Het is ook een groot land. Je kan het zien als een teken dat deze burgers ook mógen klagen. En dat het eigen rechtsysteem in laag aanzien staat. Dat geldt ook voor andere nieuwe lidstaten. Er zijn ook een heleboel uitspraken over te lange procedures en het niet-uitvoeren van vonnissen. Daar klaagt Moskou niet over. Jammer genoeg worden onze uitspraken over Russen in Letland en Estland niet geaccepteerd. Het zijn meestal conflicterende rechten die we tegen elkaar moeten afwegen. Het zijn sociale conflicten en dan is het ja of nee. Rechters zijn niet altijd unaniem en niet altijd onfeilbaar. Over het geheel wordt in Europa aanvaard dat ons hof neutraal is en niet te beïnvloeden. Ik geloof ook niet dat Rusland dat echt anders ziet. Dat onze uitspraken politieke gevolgen hebben – tja, daar zijn we voor aangesteld.”

Ik begrijp niet waarom Europa’s beste rechters en juristen hun tijd besteden aan zoveel flutzaken: 95 procent van de klachten is niet ontvankelijk.

Costa: „Daarom willen we de hopeloze zaken sneller uitfilteren, zodat we zaken die gevolgen hebben voor alle lidstaten vroeger en sneller kunnen behandelen. Op de lange termijn willen we ze laten afhandelen door lidstaten of laten schikken. En als we over vijf of zes jaar nog geen resultaat hebben, dan zullen we het individuele klachtrecht opnieuw moeten overwegen. Ik zou dat heel jammer vinden. Maar het systeem brengt zichzelf nu om het leven.”

Feitelijk wordt u gedwongen te selecteren, terwijl u voor iedere burger bereikbaar moet zijn.

Wildhaber: „Dat wordt ons opgedrongen. Het is een gebrekkig systeem. We selecteren zaken die duidelijke gebreken hebben, met gevolgen voor de wetgeving in een lidstaat. Waar een element van herhaling in zit, een patroon van schending van de belangrijkste garanties.”

Wanneer heeft het Hof eigenlijk succes: bij meer klachten of juist bij minder?

Costa: „Het gaat mij om vonnissen die een lidstaat beïnvloeden door hervormingen te versnellen. In heel veel landen is het bestuur enorm veranderd. En vooral dankzij het Hof. Lidstaten vinden het heel vervelend als ze in de internationale publieke opinie om de zoveel tijd worden veroordeeld. Wetgevers houden nu al preventief rekening met onze jurisprudentie. Dat is winst. Bij ernstige zaken heb je altijd eerst ophef en controverse – op de lange termijn ontstaan veranderingen van binnenuit. Dat is het echte succes.”

Toch klagen met name nieuwere lidstaten over de almaar hogere normen voor mensenrechten. Wordt het Hof inderdaad steeds strenger?

Costa: „Dat zal afhangen van wat in de lidstaten gebeurt. Er is nu gelukkig vrede. Maar je kunt niet uitsluiten dat de tragedie weer toeslaat. De Kaukasus is kwetsbaar. Armenië en Azerbajdzjan, Georgië en Rusland. Ook de Baltische staten liggen moeilijk. Toen Griekenland in de jaren vijftig ratificeerde, voorspelde niemand dat er nog een dictatuur zou volgen die Griekenland ertoe bracht de Raad van Europa zeven jaar te verlaten.

Mensenrechten moet je ook langs een horizontale as zien. We betrekken bij artikel 8, het recht op familieleven, nu ook het recht op een veilige omgeving. Daar hadden we in de jaren vijftig echt nog niet van gehoord. Het VN-verdrag over kinderbescherming is ook voor ons een inspiratiebron. Dat werpt ook op ons verdrag een nieuw licht. Misschien spelen bio-ethische normen een rol over een jaar of tien.”

Gaat het Hof niet z’n boekje te buiten met de toverformule dat het verdrag een ‘levend document’ is dat naar ‘actuele omstandigheden’ mag worden geïnterpreteerd.

Wildhaber: „In de VS menen de rechters Scalia en Thomas dat de historische bedoeling van de wetgever doorslaggevend moet zijn. Dat betekent dat je terug moet naar de 18de eeuw om normen te vinden voor pornografie op internet. Het is onvermijdelijk dat je sociale waarden en ontwikkeling mee laat wegen. In 1950 wilden we met de formulering van een stuk of acht fundamentele vrijheden de democratie beveiligen. Ons verdrag is een collectieve verzekeringspolis. De goedkoopste die er is. In essentie zeiden we dat een paar rechtszaken daarvoor voldoende zouden zijn. Inmiddels is onze jurisprudentie zoveel meer dan alleen maar het voorkomen van dictatuur. Fundamentele vrijheden en mensenrechten zijn gegarandeerd in zeer grote ‘formules’, die utopisch, programmatisch en ideëel zijn. Dan heb je toch iemand nodig om die als het ware uit te pakken. Rechters hebben daarin het laatste woord. Iedereen weet dat je de verkiezingen niet wint met het garanderen van rechten voor transseksuelen: het recht om het programma voor je eigen leven te kiezen. Rechtbanken zijn ideale plaatsen om dat juist wel te doen. Tot nu toe accepteerden regeringen ook ruimschoots dat wij daarvoor zijn.”

Is ‘mensenrechten’ niet zelf een ideologie, een manier van politiek bedrijven?

Wildhaber: „Voor sommigen is dat zo. Er is een Franse term voor, droit de l’hommisme. Voor sommigen gaan we ridicuul ver. Voor anderen zijn het standaardwaarden. Een poging om het voorheen volkomen verdeelde Europa bij elkaar te brengen. Veel lidstaten hebben inmiddels onze garanties in hun grondwet opgenomen. Ieder heeft de conventies geratificeerd. Waarom zouden we, benoemd als we zijn door die parlementen en regeringen, er opeens een revolutionair instrument van gaan maken?”

U dwingt tot nieuwe wetgeving, verandert bestuurspraktijken. Hoe ver mag u van u zelf eigenlijk gaan?

Wildhaber: „We praten daar tegenwoordig vaker over dan vroeger. Maar misschien nog niet vaak genoeg. Bij sommige mensenrechten vind ik dat we wel zo ongeveer het niveau hebben bereikt dat gewenst is. Bij persvrijheid bijvoorbeeld. Soms, als je de dissenting opinions leest, kun je volgen waar we het over hebben. Maar vergeet niet dat wij de moeilijkste zaken krijgen – de makkelijke zijn elders al beslist.”

Onder de invloed van terreur vindt de samenleving tegenwoordig inbreuken op privacy minder erg. Gaat het Hof mee?

Costa: „Terreur is voor ons bekend terrein. De staat heeft dan een plicht om de onschuldige bevolking te beschermen. Anderzijds kan ook weer niet alles; er zijn minimumnormen. Anders kom je in Guantánamo terecht. Je kunt geen wettelijk vacuüm scheppen, waar de burger geen bescherming geniet of recht op een eerlijk proces.”

Van Guantánamo moet u wakker liggen.

Wildhaber: „Dat heeft natuurlijk een negatieve invloed op ons werk. In onze jurisprudentie roept dit onmiddellijk het recht op toegang tot de rechter op. Gelukkig heeft het Amerikaanse hooggerechtshof dat punt nu ook bereikt. Maar we hebben wel hele pijnlijke jaren achter de rug. waarin dat recht toch is geweigerd.”

Frankrijk stemde tegen het Europees grondwettelijk verdrag. Net als Nederland. Dat moet bij het Hof te merken zijn geweest.

Costa: „Europa is nooit een kalme rustige rivier geweest. Er komt natuurlijk toch een nieuw verdrag, een nieuw mechanisme. Nu zijn alle Europese instellingen in zekere zin gedemoraliseerd. Zelfs wij, hier. Men zegt ons wel eens: ach, het Europa van de rechters blijft toch overeind. Maar dat is niet helemaal waar. Als de spirit om mee te doen aan Europa er niet is, dan doen mensen ook hier hun werk anders. Ik hoop dat het niet zo blijft. We moeten toch die mensenrechten verdedigen, zoveel als we kunnen. Het zou beter zijn als Europa dan wat meer soliditeit had.”

Wat voor cijfer geeft u Nederland?

Wildhaber: „De Nederlandse juridische stand is zeer goed op de hoogte en zeer competent. Bovendien is er een grote bereidheid om zich aan te passen. Natuurlijk is er geen garantie dat Nederland nooit mensenrechten zal schenden. De onrust over immigratie en vreemdelingen in Nederland heeft z’n weg gevonden naar ons Hof. Vroeger of later komen alle grote sociale problemen bij ons terecht. Dat Nederland ‘nee’ stemde tegen het grondwettelijk verdrag van de EU zie ik als uitvloeisel van die onrust, die vooral binnenslands was. Het is natuurlijk dezelfde kritiek die ook in Groot-Brittannië, Denemarken, Zwitserland en Oostenrijk bestaat.”