De digitale spoorzoeker

Twaalf mbo’s bieden een nieuwe opleiding: digitaal rechercheur. Op zoek naar hackers, pornosurfers en bombrieven. Jacqueline Kuijpers

Digitale rechercheurs onderzoeken soms ook letterlijk ‘de diepten’ van de computer. foto Walter Herfst Rotterdam, februari 2007 Opleiding digitaal rechercheur aan het Albeda college. Foto: Walter Herfst Herfst, Walter

Hackers die weten in te breken op internetsites met gevoelige informatie, werknemers die onder werktijd surfen op pornosites, malversaties met de boekhouding. In het digitale tijdperk komt het allemaal steeds meer voor. En steeds vaker is bewijslast voor criminele activiteiten te vinden in de diepten van de computer. Om daarin je weg te vinden is een vak apart. Modern spoorzoeken, dus.

Dat is wat jongeren leren op de nieuwe mbo-opleiding Particulier digitaal rechercheur. Particulier, omdat het een opleiding is voor burgers, niet voor de politie. Sinds begin dit schooljaar zijn een kleine 200 jongeren – vooral jongens – gestart met deze niveau-4 opleiding, die op twaalf roc’s gegeven wordt of in voorbereiding is.

Kevin Strooy (20) volgt de opleiding op het Albeda College in Rotterdam. Vanochtend buigt hij zich over de opdracht ‘bombrief’. Hij moet de identiteit achterhalen van de schrijver van de bombrief die op 11 september 2005 op Den Haag Centraal gevonden werd in een zwarte canvastas. Een échte zaak, die ook bij het televisieprogramma ‘Opsporing Verzocht’ is geweest. De politie was er twee weken vruchteloos mee bezig, maar via het internet bleek hij binnen een paar minuten op te lossen. “Als je maar weet waar je op moet zoeken”, zegt Boris Sondagh, docent aan de opleiding. “In de brief staan opvallende zinsnedes waarop je kunt googelen, bijvoorbeeld. Dat soort mogelijke aanwijzingen leren wij onze leerlingen.”

Kevin kon de puzzel vrij snel oplossen en kwam via de nickname van de brievenschrijver heel gemakkelijk achter zijn ware identiteit. Inmiddels is hij bezig met een verslag. Dat is de vaste routine bij elke opdracht: de leerlingen sluiten voor de klus een overeenkomst met de docent (in de rol van opdrachtgever). Onderdeel van de opdracht is het presenteren van de onderzoeksresultaten in een verslag dat wordt beoordeeld door en besproken met de docent.

Wat jongeren trekt is het actuele karakter van de opleiding en de wetenschap dat er volop werk is bij bijvoorbeeld bureau’s voor bedrijfsrecherche, de FIOD en Mededingingsautoriteit NMa. Kevin: “De opleiding is heel afwisselend. We hebben bijvoorbeeld een digitale usb-stick onderzocht om een schaduwboekhouding te vinden. En we moesten een keer inbreken op het draadloze netwerk van school, bij wijze van test natuurlijk. Maar we zijn ook een keer ’s nachts met onze laptops door de wijk gaan lopen om te zien waar er draadloze netwerken waren en of ze goed beveiligd waren.”

Die afwisseling hoopt Kevin, die al een mbo-opleiding in de ICT heeft afgerond, ook in zijn latere beroep terug te vinden. Daarom heeft hij voor de civiele tak gekozen, en niet voor de politie. “Ik denk dat je als agent minder vrijheden hebt. Je hebt minder te zeggen over de zaken die je krijgt toegewezen. En het salaris is beter bij een particulier bureau of een bedrijf.”

De opleiding is opgezet door het ECABO – kenniscentrum voor de economisch-administratieve, ICT en veiligheidsberoepen – in samenwerking met partners uit het bedrijfsleven en de politieacademie. Want mocht een onderzoek tot een strafzaak leiden, dan is het essentieel dat de rechercheur de juiste procedures heeft gevolgd en zelf niet zijn boekje te buiten is gegaan. Er wordt daarom veel aandacht besteed aan ethiek en recht en aan correcte verslaglegging. Dat zijn zaken waar ook de docenten op de verschillende ICT-afdelingen van de roc’s waar deze opleiding is ondergebracht geen kaas van hebben gegeten. Daarom worden ze een jaar lang bijgeschoold door mensen uit de praktijk.

Een van die trainers is Henk Schippers, eigenaar van Schippers IT, datarecovery & forensic IT services. Hij is blij met de nieuwe opleiding die een standaard kan worden in de branche. Nu zijn er alleen particuliere instituten die een cursus ‘internetrecherche’ aanbieden, met wisselend niveau.

Bijzonder is dat met deze nieuwe opleiding een volledig nieuwe discussie zijn intrede doet op de roc’s. Want behalve de jongens en meiden die écht speurwerk willen gaan doen, kunnen zich ook jongeren aanmelden die hopen hier wat trucs te leren die ze in hun (semi-)criminele praktijk kunnen gebruiken. Voor het Albeda en het ID College in Gouda is dit aanleiding geweest om de intake strenger te maken. Leerlingen moeten een document ondertekenen. Daarin verklaren ze bijvoorbeeld dat het hun verantwoordelijkheid is als ze verzwijgen dat ze een strafdossier hebben. Ze moeten beseffen dat ze dan nooit de opleiding zullen afmaken of een baan zullen vinden.

Henk Schippers vindt dat nog lang niet ver genoeg gaan. Hij pleit voor een betere screening van de leerlingen. Opleiders van de ROC’s vinden nog vaak dat een keer ‘hacken’ een jeugdzonde kan zijn, maar Schippers denkt dat iemand die eens over de schreef is gegaan dit altijd weer kan doen. “Er zijn ook andere wegen om een bedrijf duidelijk te maken dat zijn beveiliging niet goed is.”

Kevin ziet het anders. “Zo iemand is heel slim, die kan toch van groot nut zijn voor je bedrijf? Daar kun je wat van leren!”