‘Dag van de doodlijn. Heerlijke dag’

Jaffe Vink (1951), oud-chef van de Letter en Geest-bijlage van Trouw, is hoofdredacteur van het nieuwe opinieweekblad Opinio. Hij woont met zijn vrouw Hubertine Lebouille en zijn dochters Isadora en Jildou in Amsterdam. „Met drie soepborden lasagna in de auto. Bij elk stoplicht geeft Hubertine mij een hap. Het is lauwwarm. Ze is mijn liefste.”

Jaffe Vink: „We lezen, we kritiseren, we piekeren. We kletsen ons suf over het klimaat.” Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 08-02-2007 Jaffe Vink, Hoofdredacteur van Opinio en voormalig Redacteur van 'Letter & Geest' van Dagblad Trouw. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger
Jaffe Vink

Vrijdag 2 februari

Chaos in de keuken. Mijn dochter van zestien is voor de vijfentwintigste keer door drie wekkers heen geslapen, mijn schoonmoeder van 87, half blind, komt uit haar kamer gestiefeld en begint al in de gang met haar ordonnanties, die mijn vrouw, half doof, niet kan verstaan, nog bezig met de hond, een boston terriër net zo lelijk als Sartre, die ze net heeft uitgelaten, een regenjas aangetrokken over iets wat ze vannacht droeg en haar blote voeten gestoken in te grote schoenen van mij, terwijl de Braziliaanse werkster – de opvolger van de Poolse werkster die we het huis hebben uitgezet nadat ze drie keer geld heeft gestolen – is gearriveerd en mijn schoonmoeder haar tegelijk welkom heet en met handen en voeten zegt wat er moet gebeuren, half blind maar nog altijd gravin. Zou mijn oudste dochter nog slapen of is ze nog niet thuis?

Ik trek de deur van dit gekkenhuis achter me dicht, mijn geliefde gekkenhuis, en wandel naar ons kantoor op de Keizersgracht, langs het beeld van de pijprokende Arthur van Schendel en langs het beeld van een heel klein manneke – verscholen in een grote boom op het Leidse Bosje – dat probeert de tak af te zagen waarop hij staat.

Er moet nog het een en ander gebeuren voor het volgende nummer. We bellen Engel Verkerke. We willen naar aanleiding van de tentoonstelling in het Tropenmuseum een interview met hem, naast het artikel van Alvaro Vargas Llosa over Che Guevara. In 1967 heeft Verkerke (82) van een foto van Che een poster gemaakt, die wereldberoemd is geworden: het beeld van de stoere rebel die van onder zijn baret vastberaden de revolutionaire verte in staart, de icoon van een revolutie. Het artikel van Vargas Llosa is genadeloos voor deze held.

We lezen, we kritiseren, we piekeren. We kletsen ons suf over het klimaat. Vorige week hadden we een mooi artikel van de geoloog Salomon Kroonenberg. Nu weten we het even niet. In de namiddag vertrek ik naar Tilburg voor de oratie van Antoine Bodar, die we in bekorte vorm zullen publiceren.

Zaterdag

Acht uur geslapen. Een record. Ik werp een blik op de ochtendkranten, maar heb geen tijd om te lezen. Naar de Keizersgracht. Er wachten nog zo’n driehonderd onbeantwoorde e-mails. Ik verheug me erop om vanavond met Hubertine en Isadora naar het concert van Frederique Spigt te gaan in IJsselstein.

Oek de Jong komt langs. En ook Hans Jansen. We praten over zijn zoon Ewout, de 23-jarige cabaretier die een doodsbedreiging ontving omdat hij een grapje over de islam maakte. En over een film over een Zwitsers klooster, Into great silence.

Ik ben laat. Onderweg naar huis bel ik op. Hubertine hoort de telefoon niet. Heb geen idee hoe de situatie is. Ik besluit lasagna te halen bij de traiteur en kom triomfantelijk binnen met twee plastic zakken, maar het loopt niet helemaal zoals ik me dat had gedacht. Ruzie in de tent. Ik ben veel te laat. Ik laat niets horen. Ik laat nooit iets horen. En ze gaat niet meer mee. Absoluut niet. „Je gaat maar gezellig in je eentje.” De ruzie duurt een minuut of acht. Daarna: snel de lasagna in de oven. Portie voor mijn schoonmoeder, jongste dochter is de stad in, en wij met zijn drieën in de auto, met drie soepborden met lasagna. Bij elk stoplicht geeft Hubertine mij een hap. Het is lauwwarm. Ze is mijn liefste. Om twee minuten voor half negen zitten we in het theater.

Ik ontspan en moet zachtjes huilen om die gestalte op het toneel met haar formidabele stem. Met gitaar, bas en accordeon. Ik breng haar een kus in de kleedkamer.

Zondag

Ik werk de hele dag op de Keizersgracht. ’s Avonds gaan we naar Antoine Bodar om zijn hoogleraarschap te vieren.

Maandag

Aan het eind van de dag weet ik niet meer wat het voor weer is geweest.

Ik herinner me dat ik naar huis liep tegen half acht en dat het miezerde. Ik herinner me ook dat ik vanmiddag voor het raam stond te telefoneren met een vriend, en dat we het uitzicht bespraken, en ook dat ik met Diederik Samsom belde, die ons artikel over de Probo Koala heel slecht vond en bijkans in zijn verontwaardiging over ‘het gifschip’ stikte, hij wilde nog naar de overdrive schakelen, maar toen dacht ik, ik vraag hem niet voor een column – maar het weer? Zal wel heel onbestemd zijn geweest.

Maar wat ik me haarscherp herinner: de telefonische vergadering met de jongens van Roel Pieper, de financier van Opinio. Drie daar. Drie hier. Opwindende vergadering. Jongens met hun speeltjes. Bloedserieus. Opinio komt op de mobiele telefoon over enkele weken. Hoe dat kan? Ja, dat kan. In Japan is het al de gewoonste zaak van de wereld. Staan ze urenlang opgepakt in zo’n forensentrein, geen ruimte om rustig een krant uit te vouwen, één hand aan een stang, in de andere hun mobiel: lezen. Even wennen hier, maar het komt. Mobiel abonnement met mogelijkheid van downloaden. Korte artikelen lezen, lange artikelen even scannen en mogelijk verzenden. En een mobieltje heb je altijd bij je, op het winderige perron, in het gangpad van de trein, in de wachtkamer van de tandarts met zijn suffe ouwe blaadjes.

En we praten over audio. Volgende week vrijdag willen we de door een computer ingesproken versie van Opinio op onze website (opinio.nu) presenteren. Het is wonderbaarlijk hoe menselijk de computerstem al is. De cadans van de zinnen is nog niet optimaal en we moeten allerlei woorden nog corrigeren, maar dit wordt een zegen voor mijn halfblinde schoonmoeder, en ook gewoon voor de filerijder die even een paar gedownloade artikelen meeneemt om in de auto af te spelen. In de New York Times staat een interview met Ayaan Hirsi Ali. Haar autobiografie verschijnt morgen in Amerika. Ik zend haar een sms.

Dinsdag

Xandra Schutte belt vroeg: of ze haar column laat mag inleveren. Ze zal schrijven over de eer van Veronica Berlusconi. Henny Vrienten levert een mooi gedicht van Stevie Smith. Het Filosofisch Elftal gaat over onderwijs. Frits Bolkestein zegt toe dat hij zijn korte artikel over het nieuwe boek van Paul Cliteur morgen af heeft en belooft tevens een lang artikel over intellectuelen. Bart Jan Spruyt komt met zijn interview met Ahmed Marcouch, de Marokkaanse ‘burgemeester’ van de Amsterdamse wijk Slotervaart, die ook ingaat op Cliteur. En dan komen ook nog die prachtige ‘Perzische Brieven’ van Afshin Ellian. Hoe hij als 12-jarige jongen in Teheran staat te zingen bij de aankomst van ayatollah Khomeini in 1979, rozen op het asfalt legt, ‘in de demonische roes van de revolutie’, en hoe hij daarvan genas. We zetten het groot op de cover.

’s Avonds naar De Balie voor een programma over Vasalis. Om middernacht begin ik met het inkorten van de oratie van Antoine Bodar, van 7.582 naar 2.500 woorden. Half drie klaar. Ik ga slapen.

Woensdag

Zonder koffie en zonder brood op de fiets gesprongen. Dag van de doodlijn. Ooit schreef H.J.A. Hofland een miniatuur over Ite Rümke, toen zij afscheid nam als chef van het Zaterdags Bijvoegsel, onder de titel: ‘De maîtresse van de doodlijn’. Sindsdien gebruik ik zijn woord.

Heerlijke dag. Dit is pas het vierde nummer, we zijn met vier mannen en een vrouw, deels onervaren met de verschrikkingen van de doodlijn, er is heel veel niet af, maar ik maak me geen enkele zorg. Vanavond om zes uur is het klaar & goed, dat weet ik zeker. Vannacht draaien de persen. En morgen rijden vrachtauto’s naar drieduizend distributiepunten, van Albert Heijn tot Ako, van boekhandel tot sigarenboer. Vrijdag te koop: de nieuwe Opinio. Het enige dat ontbreekt is een schreeuwende straatventer, zo eentje uit een film van Fellini: OPINIO!! LEES DE NIEUWE OPINIO!!!

Donderdag 8 februari

Op de Keizersgracht komt de dag niet van de grond. We rollen van het ene probleem in het andere. Gelukkig begint het te sneeuwen. De troost van de winter.

In de namiddag stuurt Frits Bolkestein zijn beloofde artikel: ‘Waarom houden intellectuelen niet van het kapitalisme?’ Heerlijke titel. Ik zie hem al groot op de pagina staan. Gaan we volgende week met plezier publiceren. Het is de troost van binnenvliegende teksten.

Even later ontvangen we een e-mail van de Engelse filosoof Roger Scruton: „I received the copy of Opinio – very impressive, and congratulations. Meeting Theodore Dalrymple yesterday we discussed Opinio: his comment was, ‘I am very distressed to find something that tempts me to abandon my pessimism’.’’ Mijn dag is goed.

Thuis heeft onze viervoetige Sartre al te veel sneeuwklokjes in de tuin vertrapt, terwijl Mohammed uit Ivoorkust de parketvloer repareert, samen met onze vloerenman die woont in het Tranendal bij Winschoten.

In de late avond – onze dochters zijn uit in de stad – maak ik een fles wijn open die ik heb gekregen op de feestelijke borrel van Opinio, twee weken geleden, maar ik weet stom genoeg niet meer van wie. (Vergeef me, gever.) Domaines Barons de Rothschild, 2001. We drinken, mijn geliefde en ik.