Daar was het water 2

In de jaren tachtig heb ik uitgebreid onderzoek gedaan naar de landbouwontwikkeling in het Tsjaadmeergebied (Daar was het water, W&O, 27 januari). Ook toen al kromp het wateroppervlak, zij het niet door de waterwerken, eigenlijk polders, op de oevers van het meer, want die beïnvloeden het waterniveau nauwelijks. De voornaamste oorzaak was en is nog steeds de onttrekking van water aan de grote rivieren (Chari en Logone) die het meer voeden. In tegenstelling tot hetgeen in de krant wordt gesuggereerd is het vullen van het Tsjaadmeer vanuit het zeer regenrijke Kongobekken niet zo ver gezocht. Dit kan door de Oubanguirivier, de noordelijke tak van de Kongorivier, en de Charirivier `aan elkaar te knopen`. Het stroomgebied van de Chari wordt namelijk door de Oubangui-rug, slechts een bescheiden heuvelrug, gescheiden van dat van de Kongo. De Oubangui kan op een of meer plaatsen worden afgedamd, waarbij het opgestuwde water doormiddel van tunnels en kanalen wordt afgevoerd naar een of meer zijrivieren van de Chari aan de noordzijde van de Oubangui-rug.