Cannabisachtige stoffen versterken Parkinsonmedicijn

Parkinson-patiënt krijgt bewegingsinstructies tijdens een Pilates-therapie. Foto ap Pilates instructor Bettina Blank, 57, helps Jeffrey Owen, 56, during Pilates class at the Oregon Health and Science University in Portland, Ore., Wednesday, Nov. 22, 2006, in Portland, Ore. The movements in Pilates are controlled sometimes moving the body only inches. But those small motions are making a big difference to some people with Parkinson's disease. (AP Photo/Rick Bowmer) Associated Press

Parkinson-muizen knappen beter op als ze niet alleen een klassiek dopamine-medicijn krijgen, maar ook een middel dat de afbraak van cannabisachtige stoffen tegengaat (Nature, 8 februari).

De ziekte van Parkinson ontstaat als zenuwcellen afsterven die de neurotransmitter dopamine produceren. Dopamine is onmisbaar voor de communicatie tussen de hersencellen die bewegingen en de lichaamshouding aansturen. Patiënten krijgen last van bevende handen, stijve spieren, trage bewegingen en een starre gezichtsuitdrukking. Medicijnen die het tekort aan dopamine aanvullen of zijn werking nabootsen, dringen de symptomen wel terug, maar genezen de ziekte niet.

In de hersenen komen van nature ook cannabis-achtige stoffen voor, de zogeheten endocannabinoïden. Volgens de onderzoekers van Stanford University in Californië werkt de combinatie van dopamine- en cannabinoïde-aanvullers in op een van de twee netwerken in de hersenen die er samen voor zorgen dat bewegingen vloeiend verlopen.

Een deel van de hersencellen die voor houding en beweging verantwoordelijk zijn, bevindt zich in een bepaald hersendeel: het striatum. Binnen het striatum bestaan diverse netwerken van neuronen. Twee daarvan zijn nauw betrokken bij de coördinatie van bewegingen. Het ene zet een beweging in gang, bijvoorbeeld het oppakken van een kop koffie. Het andere heeft een dempende werking en zorgt ervoor dat de beweging niet zo bruusk verloopt dat we koffie morsen. De twee moeten dus in evenwicht met elkaar functioneren.

Omdat de cellen van de netwerken onder een microscoop nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn, was het lastig om hun onderlinge interacties te bestuderen. Dankzij een kunstgreep met een gen voor een fluorescerend eiwit konden de onderzoekers dit onderscheid wel maken en de activiteiten van de afzonderlijke netwerken meten. Zo stelden zij vast dat het ‘dempende’ netwerk bij een tekort aan dopamine overactief wordt. Dat kan de voor Parkinson kenmerkende verstarring verklaren.

De vraag was of die overmatige demping terug te dringen is. Uit eerder onderzoek wisten de onderzoekers dat endocannabinoïden in het striatum de verbindingen tussen de zenuwcellen langdurig langdurig verzwakken. Ook wisten zij dat dit effect optreedt bij cellen met een speciaal dopaminebindend eiwit, de D2-receptor. Deze komt uitgerekend in het dempende netwerk en niet in het andere voor.

Als eerste stap dienden de onderzoekers aan muizen, die een ziekte hadden die sterk op die van Parkinson lijkt, stoffen toe die de hoeveelheid endocannabinoïden vergroten. Dat had echter nauwelijks invloed op de Parkinsonsymptomen. Maar toen dit gebeurde in combinatie met een klassiek Parkinsonmedicijn, knapten de muizen enorm op. En snel: binnen vijftien minuten waren de symptomen vrijwel verdwenen.

De onderzoekers benadrukken dat het nog jaren kan duren voordat hun muizenonderzoek tot een voor mensen bruikbaar medicijn leidt. Ook heeft het volgens hen geen zin als Parkinsonpatiënten naast de gebruikelijke medicatie cannabis gaan roken. Huup Dassen