Bergen van selectie 2

Het is mij telkens weer onbegrijpelijk dat er over de essentie van de evolutie zo veel onbegrip heerst (W&O, 27 februari). Het besproken onderzoek is belangrijk en van grote waarde. Maar het artikel en, naar ik vermoed, het onderzoek gaat over (natuurlijke) selectie en daarmee over een mechanisme binnen de evolutie en niet over evolutie. Deze grote broek wordt echter wel aangetrokken. De cruciale denkfout zit al in zin drie van het artikel en wordt nog verder doorgevoerd in zin vier. Het concept gaat uit van eiwitten (planten, mutaties, functies) die `in een dal` zitten en bij `voordelige mutaties` uiteindelijk `de top` bereiken. `Zij hebben de hoogste fitness, zoals biologen dat noemen` schrijft Voormolen, maar in de volgende alinea wordt deze metafoor van Dawkins volledig verkeerd geïnterpreteerd: de diversiteit van het leven ontstaat namelijk niet doordat de best aangepaste varianten geselecteerd worden. Integendeel.

Natuurlijke selectie zorgt er voor dat van de, van nature aanwezige, theoretisch onbegrensde variatie slechts een beperkt deel voor een volgende generatie zorgt. Deze nieuwe generatie noemen wij `het best aangepast` (beste fitted) maar dat is een misleidende uitdrukking: `survival of the fittest` is een perfecte tautologie. `The fittest` zijn namelijk degene die `surviven`. En de `survivors` noemen wij de `fittest` want ze `surviven`. Enfin, het zal duidelijk zijn dat de fittest inderdaad `min of meer toevallig` surviven. Laat `min of meer` maar weg.

Het model lijkt er een van de teleologie, de doelgerichtheid, en ik hoop dat dit niet zo bedoeld is. `Er is een top die je moet bereiken. Als je dat doet ben je het best aangepast`. Hier vervalt tautologie in teleologie. Evolutie heeft namelijk geen doel - het is ongericht zoals ook Dawkins al eerder heeft beschreven (The Blind Watchmaker). Evolutie is een gevolg en geen oorzaak of drijvende kracht: het is causaal. Een zekere Darwin heeft dat onderscheid fijntjes uiteengezet in de 19e eeuw. Evolutie is een gevolg van de natuurlijke variabiliteit van levende organismen en de variatie in de omgeving, niet de oorzaak zoals het artikel stelt. En de variatie in de omgeving is vaak ook een gevolg van de natuurlijke variabiliteit van de daar levende organismen. De beschreven discussie met professor Dekker is, in het licht van bovenstaande stellingname, daarom ook zinloos. Onder de aanname dat professor Dekker inderdaad Intelligent Design als alternatief voor evolutie ziet, dan zijn de beweringen van Sander Tans in die discussie kansloos. Tans denkt mechanistisch en beschrijft teleologisch een model dat zijn kracht juist ontleent aan het basale gegeven dat het een causale verklaring geeft en een teleologische uitleg weerspreekt, hoe graag wij mensen ook het tegendeel willen geloven. Het mysterie van de evolutie is dat mensen niet of slecht in staat zijn te bevatten dat complexe zaken ook zonder doel tot stand kunnen komen, maar alleen `als gevolg van`. Dat Sander Tans in zijn wereldbeeld door Cees Dekker beïnvloed is, is duidelijk maar dat Sander Voormolen dat ook is, dat is zorgwekkend.