Alle goede Amerikanen zijn verdwenen

Het Filmfestival Berlijn is een vrijhaven voor Hollywoodfilms die hun politiek geslepen tanden willen tonen. Films die vragen: hoe rekbaar zijn eer en geweten?

Marion Cotillard als Edith Piaf in de film ‘La Vie en Rose’ Foto Berlinale scene uit de film La Vie en Rose La Mome FOTO: Berlinale Marion Cotillard Berlinale

Boven de Potsdamer Platz zweeft een enorme luchtballon. Het is een wereldbol die reclame maakt voor de Duitse krant Die Welt. Het is een mooi tegenbeeld voor wat zich daaronder, in vaak letterlijk ondergrondse bioscopen afspeelt: de 57ste editie van het Filmfestival Berlijn. Dat is een ándere wereld. Ogenschijnlijk misschien eentje van sterren, rode lopers en premières van films die later deze maand Oscars moeten gaan winnen. Maar achter het bitterzoete rookgordijn van openingsfilm La vie en rose, de gedienstige Edith Piaf-biopic die dit voorjaar ook in de Nederlandse bioscopen uitgaat, mogen van festivaldirecteur Dieter Kosslick Hollywoodfilms hun politiek geslepen tanden laten zien.

Dit jaar programmeerde hij er in het eerste weekend meteen een handvol met als bindend thema: de nadagen en nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Het begint erop te lijken alsof Paul Verhoevens Zwartboek slechts een van de eerste was in een hele rits films die ons bestaande beeld van die periode willen afbreken. Het meest letterlijk gebeurt dat in The Good German van Steven Soderbergh, een film die net zo goed ‘The Bad American’ had kunnen heten . De regisseur van Ocean’s Eleven en Twelve wisselt zijn publiekssuccessen graag af met experimenten, zoals de in zwart-wit gedraaide film noir, die tegen de achtergrond van de Potsdam-conferentie een wel erg cynische kijk op de rol van Amerika in het ontstaan van de Koude Oorlog geeft.

Acteur/regisseur Robert De Niro richt zijn pijlen op de CIA. The Good Shephard doet op het eerste gezicht aan als een precieze reconstructie van het ontstaan van de Amerikaanse geheime dienst aan het einde van WOII. Tussen de regels door klinkt de kritiek: op de staat-in-de-staat die de CIA geworden is, en op de geheime Skull and Bones Society, een studentenclub waarin ook vader en zoon Bush in een netwerk van ‘toekomstige wereldleiders’ werden opgenomen.

Het zijn films die andere vormen van collaboratie aan de orde stellen dan de gebruikelijke hand- en spandiensten aan de vijand. Ze onderzoeken in hoeverre de menselijke drijfveer om te overleven misschien wel de meest corrumperende factor in zijn bestaan is. Het is een thema dat ook aan de orde komt in de Oostenrijkse competitiefilm Die Fälscher. Regisseur Stefan Ruzowitsky volgt een bende valsemunters in concentratiekamp Sachsenhausen. Hoe rekbaar zijn eer en geweten?, vraagt hij zich af. Net zoals veteraan-conservatief Clint Eastwood in wat tot nu toe misschien wel de meest explosieve film in het programma is. Letters from Iwo Jima is het donkere spiegelbeeld van Flags of Our Fathers (2006).Verteld vanuit het perspectief van de Japanse soldaten, kiest Eastwood ervoor om geen enkele ‘Good American’ op te voeren in zijn deconstructie van het bestaande beeld van de strijd om een Japans eilandje en de eindstrijd van WOII. Niks Dirty Harry. Niks zwart-witdenken. George Clooney heeft dan al in The Good German verzucht: „Waar is die goeie ouwe tijd gebleven, toen je tenminste nog wist wie de bad guys waren, omdat ze op je schoten?”