Zo zwanger als een kiwi

De vader van de evolutietheorie worstelde jaren met zijn ideeën. Publicatie kon hij zijn gelovige vrouw niet aandoen. Tot hij bijna werd ingehaald.

David Quammen: The Reluctant Mr. Darwin. An Intimate Portrait of Charles Darwin and the Making of His Theory of Evolution. Atlas Books, 304 blz. €23,–

Een zoekopdracht bij een grote internetboekhandel levert op de trefwoorden ‘Darwin’ en ‘biografie’ tientallen resultaten op, waaronder ook Darwins autobiografie. Wat kan een nieuw boek over het leven van de grondlegger van de evolutietheorie nog toevoegen?

Die vraag wordt overbodig bij het lezen van de eerste pagina’s van The Reluctant Mr. Darwin van de Amerikaanse wetenschapsjournalist David Quammen. Zelden was een biografie zo beknopt en tegelijkertijd zo leesbaar en goed aangevuld met historische details die de ideevorming van de hoofdpersoon in perspectief plaatsen. Het boek maakt deel uit van de serie ‘Great Discoveries’ waarin eerder onder meer biografieën van Albert Einstein, Kurt Gödel en Marie Curie verschenen.

Om zich te concentreren op de vraag ‘hoe kwam Darwin tot zijn evolutietheorie?’ maakt Quammen radicale keuzes. Zo heeft hij de reis met de Beagle, de ontdekkingstocht waarop de jonge Darwin rond Zuid Amerika zeilde en ook de Galápagos-eilanden bezocht, geschrapt. Heel erg blijkt dat niet. Het gaat niet om wat Darwin precies tijdens die reis meemaakte, maar welke ideeën hij achteraf aan zijn ervaringen overhield. Terug in Engeland kwam Darwin tot de ontdekking dat er van de vinken die hij verzamelde op de Galápagos-eilanden op elk eiland een aparte soort leefde. Ze waren verwant, maar telkens iets anders. Het duidde erop dat zij ontstaan waren uit een gemeenschappelijke oorsprong. Dat was het eerste zaadje van de evolutiegedachte die in Darwins hoofd ontkiemde.

Quammen beschrijft hoe Darwin jarenlang worstelde met de manier waarop hij zijn denkbeelden over een gemeenschappelijke oorsprong van soorten het best naar buiten kon brengen. In het 17de-eeuwse Engeland domineerde de Anglicaanse kerk sterk het academische klimaat. Wie zich atheïstisch opstelde, belandde automatisch in een radicale hoek die zich ook verzette tegen de klassenmaatschappij. Darwin was zelf zijn geloof in God verloren maar was getrouwd met zijn diepgelovige nicht, van wie hij zielsveel hield. Zijn evolutiedenkbeelden hield hij daarom maar liever voor zich.

In zijn persoonlijke aantekenboeken kwam Darwin al in 1838 tot de conclusie dat het leven op aarde niet was geschapen door een goddelijk wezen, maar dat het gevormd moest zijn door geleidelijke veranderingen die leidden tot het ontstaan van soorten. Het leven had een gemeenschappelijke oorsprong. Darwin schetste toen al in zijn notitieboekje een zich vanuit één punt vertakkende stamboom, zoals die tegenwoordig heel vertrouwd voorkomt, maar wat toen een gotspe was.

Behendig beschrijft Quammen hoe origineel het idee van Darwin was. Weliswaar waren anderen hem voorgegaan in de bewering dat dieren van elkaar afstammen. Maar Darwin was de eerste die dit idee kon onderbouwen met een gedegen wetenschappelijke theorie.

Quammen stelt Darwin voor als een zwangere kiwi. Deze Nieuw-Zeelandse loopvogel legt onvoorstelbaar grote eieren voor zijn eigen lichaamsgrootte. Op röntgenfoto’s is te zien dat vrijwel de gehele lichaamsholte van het dier opgevuld wordt door één gigantisch ei. Van de rest van het vogellichaam is niet meer over dan een krans daaromheen.

Een prachtige metafoor, want Darwin leed sterk onder zijn geheim dat in zijn hoofd steeds grotere en duidelijker proporties aannam. Hij werd er misschien wel lijfelijk ziek van, want de wetenschapper werd vrijwel zijn hele leven geplaagd door misselijkheid en hartkloppingen.

Darwin wachtte meer dan twintig jaar met het leggen van zijn ei, totdat hij onverwacht werd ingehaald. Tot zijn grote ontzetting arriveerde er op 18 juni 1858 een brief van Alfred Russel Wallace, een jonge avonturier die zijn geld verdiende met het verzamelen van bijzondere diersoorten in het tegenwoordige Indonesië. Wallace stuurde een manuscript getiteld On the Tendency of Varieties to Depart Indefinately from the Original Type. Het was een korte uiteenzetting hoe evolutie door middel van natuurlijke selectie kan leiden tot het ontstaan van soorten. Wallace’s eigen scherpe waarnemingen in de jungle hadden hem tot vrijwel dezelfde conclusie geleid als Darwin. De aarzelende Darwin moest zijn ei nu wel leggen.

Gehaast sloeg hij aan het schrijven. Na al die jaren overdenken, informatie verzamelen en experimenteren, kon hij het niet beknopt houden. Wat bedoeld was als een samenvatting van enkele pagina’s eindigde in een volwaardig boek van 14 hoofdstukken. Op 22 november 1859 verscheen On the Origin of Species. De eerste druk was diezelfde dag nog uitverkocht, omdat er al veel voorbestellingen waren gedaan. Het boek werd een groot succes.

Quammen beschrijft dat het nog vijftig tot zestig jaar duurde voordat biologen Darwins idee in zijn volle omvang accepteerden. Dat soorten inclusief de mens een gemeenschappelijke oorsprong hadden, ging er snel in, maar dat de oorzaak daarvan het zielloze proces van natuurlijke selectie was, ging velen te ver. Zo werd de deur nog opgehouden voor een goddelijke schepper van het leven, precies zoals de Intelligent Design-beweging dat nu nog altijd doet.

Op dit punt onderbreekt Quammen zijn historische verhaal en schakelt hij over naar het heden. Zijn toon verandert van beschouwend in opiniërend. Hij beklaagt zich erover dat studenten kunnen afstuderen in de evolutiebiologie zonder ooit On the Origin of Species te hebben gelezen. Hij geeft de lezer een welgemeend advies: als je Darwins Origin gaat lezen, neem dan de eerste druk, want dàt is de pure Darwin, fris van de lever. Even later permitteert Quammen het zich zelfs om een lijstje met aanbevolen evolutieliteratuur aan de lezer op te geven.

Het plaatst Darwin en zijn ideeën in een modern perspectief, maar tegelijkertijd is het een stijlbreuk. Het kiwi-ei is gelegd, en meteen gaat alle aandacht naar het ei en niet meer naar de kiwi. In het korte laatste hoofdstuk probeert Quammen het weer bij te trekken, maar de onderbreking heeft dan al de vaartuit het verhaal gehaald.

Darwinkenners zullen in het boek weinig nieuwe inzichten vinden. Maar toch, zelden is het levensverhaal van de vader van de evolutietheorie zo menselijk en literair verwoord.