Wel degelijk problemen door het `Nieuwe Leren`

In zijn kritiek op Ad Verbrugge bedient Rob Knoppert zich van hele en halve onwaarheden (Opiniepagina, 6 februari). Twee voorbeelden, beide betrekking hebbend op het natuurkundeonderwijs, waar Knoppert als voormalig natuurkundeleraar beter moet weten.(1) Het centrale eindexamen zou de laatste veertig jaar niet noemenswaard veranderd zijn. Echter, toen Knoppert en ik eindexamen deden, bestond het onderdeel natuurkunde uit korte vragen en opdrachten over een geabstraheerde laboratoriumsituatie. Nu krijgen de havo/vwo-leerlingen zo`n tien pagina`s tekst met beschrijvingen van `realistische contexten` voorgelegd, en om de daarover gestelde vragen te kunnen beantwoorden moet je vooral de tekst goed begrijpen en is maar weinig natuurkundige kennis en inzicht nodig.(2) De klachten over onvoldoende beheersing van de wiskunde zouden onterecht zijn, want te wijten aan de eigen keuze van de technische universiteiten om studenten met te weinig wiskunde toe te laten (zonder N&T-profiel, met slechts N&G). Dat was inderdaad een domme beslissing van de TU`s maar gelukkig zijn de meeste vwo`ers slimmer: minder dan 15 procent van de eerstejaarsstudenten natuurkunde zijn N&G`ers die er vervolgens snel achterkomen dat ze de verkeerde studie gekozen hebben. De klachten hebben dus betrekking op de meer dan 85 procent N&T`ers.

Ook zijn de problemen, in tegenstelling tot wat Knoppert beweert, al ver voor de invoering van de profielen begonnen, namelijk na de introductie van het realistische wiskundeonderwijs. Inmiddels hebben vrijwel alle faculteiten natuurkunde (en elektrotechniek) een bijspijkercursus wiskunde ingevoerd.