Vleugelnoot gaat moven

Negentiende aflevering van een serie over het leven van bekende en onbekende bomen in Nederland.

Osdorp Meer en Vaart. De vleugelnoot die gaat verhuizen staat nu nog op de bouwplaats. Foto Sake Elzinga Nederland - Amsterdam - 02-03-2007 Osddorp Meer en Vaart , de vleugelnoot die gaat verhuizen staat nu nog op de bouwplaats. Foto bij verhaal Koos van Zomeren, boom voor boom ( 19). Foto: Sake Elzinga bomen bouw bouwterreinen hekwerken hekken Elzinga, Sake

De vleugelnoot komt uit de Kaukasus en is bij ons vrij zeldzaam gebleven. Momenteel geniet hij een zekere populariteit als parkboom. Hij kan goed tegen beschadiging. Hij produceert veel boom in korte tijd en maakt met zijn gegroefde schors al gauw een doorleefde indruk.

Er staat een vleugelnoot aan het eind van Meer en Vaart in Amsterdam-Osdorp. Hij heeft daar een omheind hoekje op een bouwterrein. Er staat een groot bord bij om 144 luxe appartementen en 18 stadswoningen aan de man te brengen, en de trillende klappen van heiwerk maken duidelijk dat de tijd dringt.

Deze boom is inderdaad fraai vertakt. Hij heeft meer breedte dan hoogte en lijkt volmaakt in balans. Zou je hem boven de voet mooi vlak afzagen, dan bleef hij (voorlopig nog) staan op zijn eigen gewicht – dit werd me althans gezegd door Huib Sneep. Hij is 47 en vertegenwoordigt het bedrijf dat de boom gaat verslepen, BSI in Baarn (Boomservice International, gesticht door Blokzijl, Sneep en Ilsink).

De voorbereidingen zijn twee jaar geleden begonnen. Eerst verdiept men zich dan in het wortelstelsel. Dat besloeg zo’n dertig bij dertig meter, maar erg oppervlakkig (één opgespoten zandvlakte hier, met een laagje teelaarde), zeg 360 kuub. Dat werd afgestoken op een handzaam formaat, tien bij tien, en in landbouwplastic verpakt. „Toen”, zegt Sneep, „zijn we hem gaan vertroetelen.”

De kroon werd gesnoeid om de aanmaak van blad en daarmee de energieproductie te optimaliseren. Hij kreeg compost om het bodemleven te bevorderen. Hij kreeg ondergronds een druppelleiding met een regelcomputer bij de meterput (géén julidroogte voor deze boom). Dit alles om hem, binnen de gestelde grenzen, tot maximale wortelvorming te bewegen.

„En je ziet”, zegt Sneep, „deze boom heeft een heel gezonde uitstraling.”

„Die staat stijf van de adrenaline”, begrijp ik.

„Die staat in de startblokken”, bevestigt Sneep. „En wij zorgen altijd dat de nieuwe groeiplaats beter wordt dan de oude.”

In maart gaat het gebeuren. Let wel, hij wordt versléépt, dat wil zeggen horizontaal verplaatst, geen moment opgetild.

Er wordt, bij wijze van uitrit, een flauwe helling afgegraven. Onder de kluit worden stalen rijplaten geschoven, waaraan een boeg wordt bevestigd zodat het hele gevaarte met een lier in de gewenste richting kan worden getrokken. Negentig kuub, ongeveer 180 ton.

„En hoeveel daarvan is boom?” vraag ik.

„Houtige bestanddelen, bedoel je?”

„Stel dat je de aarde ervanaf zou kunnen schudden”, bedoel ik.

„Vijftien ton”, denkt Sneep.

Zo gaat het dan, zachtjes wuivend, maximumsnelheid dertig meter per uur, naar een plek driehonderd meter verderop, aan een vijver tussen twee appartementengebouwen die al bewoond zijn.

„En wat voor geluid maakt dat?” vraag ik.

„Die lier maakt minder lawaai dan een auto.”

„Maar stalen platen die over de bestrating schuiven?”

„Daar komt eerst een laag zand op”, zegt Sneep.

De operatie, bekostigd door het betrokken stadsdeel, beloopt om en nabij de zeventig duizend euro. En wat heb je dan bereikt? De redding van een vleugelnoot van een jaar of vijftig. „Niet erg oud”, breng ik in het midden.

„Hij staat er vanaf 1960”, zegt Sneep, „het begin van de westelijke tuinstad. Nu het hele woningbestand, en daarmee de groenvoorziening, hier grondig wordt vernieuwd, belichaamt deze boom toch al een flinke historie.”

Verder wil hij ook gezegd hebben dat leeftijd bij bomen een hachelijk begrip is. Stel dat je met deze vleugelnoot in gesprek kon gaan, dat je hem zei: je bent pas vijftig – hij zou antwoorden: vijftig, ben ik al vijftig, ik voel me pas acht. En over nog eens vijftig jaar zou hij dat wéér zeggen, ik voel me pas acht. Want een boom werkt altijd alleen maar met zijn buitenste acht jaarringen, een boom trekt als het ware elk jaar een nieuwe boom op rondom zichzelf, in wezen komt een boom de lagere schoolleeftijd nooit te boven. Wíj kunnen er jaartallen aan hangen, en dat betekent ook wel wat, maar ouderdom is voor een boom iets heel anders dan voor ons.