Vertaalterrorisme

Vertalen is een gevaarlijk beroep en maakt bij het mensdom vele tongen los. En als je niet oppast hele ledematen en hoofden. De gemoederen kunnen hoog oplopen. Menig vertaler heeft een tijd lang moeten schuilen in een van de vele onderduikadressen die Vertalië rijk is, hopende dat de heetgebakerde storm van verontwaardiging wel weer zou overwaaien.

Dat gebeurt meestal ook wel, omdat het in het algemeen enkelingen zijn die zich zo opwinden, en omdat er tussen droom en daad doorgaans gelukkig nog heel wat water door de wijn vloeit, maar de wond die in de gekwetste partij is geslagen, door de vertaling, is diep en wellicht onheelbaar.

„Er is iets ergs gebeurd”, schrijft bijvoorbeeld Mabel A. allerminst rustig in het ‘internetmagazine voor rustige mensen’, De Leunstoel. En dan heeft zij het over de vertaling van de liedjes van de Amerikaanse bard Bob Dylan van een inmiddels ondergedoken vertalersduo dat anoniem wenst te blijven. Mabel is heel boos en ze noemt de vertalers ‘taalterroristen’ en hun werk ‘rot geklooi’ dat ze het liefst ‘in een bak vol ongebluste kalk zou willen laten verteren, tot hun laatste foute regel van de aardbodem is verdwenen’.

Nog onrustiger is Jan de J., die zich er op cubra.nl over verbaast dat hetzelfde duo zich na hun vertaling van de liedjes van de Beatles niet meteen heeft ‘verhangen’. Hij wenst hen ‘het eeuwig leven in de meest kommervolle omstandigheden’ toe, ‘besmeurd met gier en gekweld door rotte open wonden’ etc.

Beide vertaalcritici, Mabel A. en Jan de J., menen dat hun helden zijn ‘verkracht’. De vertalers hebben iets van ze afgepakt. Er is iets bevuild. Bezoedeld. Geprofaneerd. Ze voelen zich bestolen, op criminele wijze benadeeld, en de enige manier waarop ze verhaal kunnen halen is met levensbedreigende doodsbedreigingen.

De grens tussen Vertalië en Bewerkië is even broos en lek als die tussen Afghanistan en Pakistan. De Vertaliban zit werkelijk overal, maar bewerkers lopen misschien nog wel meer risico dan vertalers, getuige de felle reacties onlangs op de bewerking van Multatuli’s Woutertje Pieterse door Ivo de Wijs.

Wilfred O., de overigens zachtmoedige vertaler van Sigmund F., zei zelfs, wachtend op zijn beurt voor de groentekraam van Wim en Lidy, dat hij Ivo de Wijs ‘in elkaar zou slaan’ als hij hem tegenkwam, waarschijnlijk ook omdat hij het gevoel had dat hij van een romantische illusie beroofd was.

Terwijl het juist omgekeerd is: vertalers en bewerkers nemen niks af, maar voegen juist toe. Ze doen slechts een ‘leesvoorstel’, zoals Huub Beurskens zijn vertaling van gedichten van William Carlos Williams noemde, in alle, bijna kruiperige bescheidenheid. „Niet slaan! Het is maar een leesvoorstel!”

Het vertalersduo sluit zich daar desgevraagd volmondig en klappertandend bij aan, vanuit de betrekkelijke veiligheid van hun konijnenhol op een onbekende locatie: vertalingen zijn geenszins bedoeld om de originelen te doen vergeten, als dat al mogelijk zou zijn! Ze zijn bedoeld als, als… varianten naast het origineel, aansporingen om het zelf beter te doen als je het beter kunt of als het je niet zint. Maar, mensen, lieve maar boze mensen, het zijn maar vertolkingen, het is maar een leesvoorstel, niet schieten! Don’t shoot the translator!

Ga in discussie met Henkes en Bindervoet op hun weblog: www.nrc.nl/vertalie