Uitbenen dat verhaal, niet aandikken

Frank Westerman geeft de do’s en don’ts van een goed non-fictieboek.

„Het is onzin dat een goed verhaal zichzelf vertelt.”

Hoe moet je een goed non-fictieboek schrijven? „Je moet niks. Er is geen recept. Ik moet hooguit iets van mijzelf als ik een boek schrijf”, zegt Frank Westerman, van wie gisteren Ararat uitkwam. En daar wil hij wel over vertellen. Aan de hand van voorbeelden uit zijn eigen werk vier do’s en vier don’ts bij het schrijven van ‘een Frank Westerman’.

Do’s

1 Inspiratie. Begin met iets ongerijmds. Daar stond hij: de opgezette neger van Banyoles. Speer in de rechterhand, schild in de linker. [...] El Negro bleek een volwassen man, vel over been, die amper tot je elleboog reikte. Hij stond in een glazen kast, midden op het tapijt. Op zijn voetstuk zat een plaatje geschroefd: Bosjesman uit de Kalahari. (El Negro en ik)

Frank Westerman: „Ik laat me inspireren door objecten die een verhaal kunnen dragen. Bijvoorbeeld: anno 2000 staat in een museum in Spanje een opgezette neger. Vanuit dat idee ontstond El Negro en ik. Of: de Armeniërs zien de berg Ararat als nationaal symbool, terwijl die al sinds 1915 in Turkije ligt. Ze kunnen er niet meer op. De Ararat speelt bovendien een belangrijke rol in talloze zondvloedverhalen. Neem Genesis 8:4. ‘En de ark rustte in de zevende maand, op den zeventienden dag der maand, op de bergen van Ararat’. Ik wilde de berg zelf en de mythes erover bij elkaar brengen.”

2 Documentatie. Struin antiquariaten af op internet. Parrots verslag Reise zum Ararat, waarvan het waarheidsgehalte ook in Europa werd betwist, was destijds in het Duits en in het Engels verschenen, en was nog antiquarisch beschikbaar. Ik bestelde beide versies. (Ararat)

„Deze twee planken staan vol met boeken over de Ararat, die erboven met boeken over El Negro. Etcetera. Je hebt alleen een credit card nodig. Op de websites antiqbook.com, zvab.com en abebooks.com vind je alles wat je zoekt.”

3 Personages. Zorg dat je de mensen over wie je schrijft nog onder ogen durft te komen. Wiskunde Knol gold als de schrik van de school. Alleen wie zich honderd procent zeker buiten zijn gehoorsafstand bevond, durfde zijn Gronings accent na te bauwen. ‘Wat nou mien jong. Kun jij geen kantlijn’n trekken?’ (Ararat)

„Met mijn oude wiskundeleraar Wolter Knol schrijf ik al een jaar of twaalf. Ik stuurde hem het manuscript met de opmerking: ‘Ik hoop dat u zich hierin kunt vinden.’ Ik kreeg een brief terug: ‘Ach, ik ben toch al 75.’ Toen wist ik: dit zit wel goed.”

4 Geld. Een Gouden Uil helpt. De verkoopster in de bergsportwinkel nam mijn boodschappenlijst aan en trok telkens twee broeken of windstoppers uit een kledingrek, die ze tegelijk omhooghield. ‘Dit,’ zei ze dan, schuddend met het ene hangertje, ‘is wat je minimaal nodig hebt boven de vijf kilometer. En dit is wat je het liefst bij je wilt hebben.’ Nu eens koos ik voor het duurste (wanten van 140 euro), dan weer voor het absolute minimum (een slaapzak die je warm hield tot temperaturen van min tien). (Ararat)

„Bij mij ging het tot nog toe zo: met de inkomsten van mijn boek kon ik een volgend boek bekostigen. Een Gouden Uil (25.000 euro, die Westerman won voor El Negro en ik – red.) helpt natuurlijk ook. Voor de beklimming van de Ararat kon ik gelukkig ook veel spullen lenen.”

Don’ts

1 Stijl. Nooit aandikken, altijd uitbenen. Voor Vera. (Ararat, opdracht)

„Het is onzin dat een goed verhaal zichzelf vertelt. Het goede van een goed verhaal is juist dat het goed wordt verteld. En dat heeft weer alles te maken met suggestie, weglating, verbeelding en wat er tussen de regels gebeurt. Je moet verhalen in ieder geval altijd uitbenen, nooit aandikken. Ik had in Ararat best willen melden dat de naam van mijn dochter Vera in het Russisch ‘geloof’ betekent, of aandacht willen besteden aan de Armeense deelname aan het Eurovisiesongfestival. Maar het paste nergens. Het is in de map ‘losse flodders’ op mijn computer blijven staan.”

2 Illustraties. Niet doen tenzij; foto’s beperken de verteller. Ik houd van boeken zonder plaatjes, maar met een kaartje voorin. Eén foto en weg is de magie. Ontvouw voor mij liever een plattegrond van een klooster waar gemoord wordt, of schets de route van een tragisch verlopen zuidpoolexpeditie. (Ingenieurs van de ziel)

„Op de omslag van de Franse editie van El Negro en ik staat een foto van de opgezette neger uit het museum in Banyoles. Dat vind ik verkeerd. Het boek gaat niet over een opgezette bosjesman uit de Kalahari, maar over de manier waarop wij naar hem kijken. Wil je plaatjes van de Ararat bekijken, koop dan een koffietafelboek over de natuur van Oost-Turkije.”

3 Tijd. Laat je boek niet drie maanden liggen. Op de kop af vijf jaar geleden heb ik het idee voor dit boek opgevat. (De Graanrepubliek, verantwoording)

„Ik heb geen idee hoe lang het gaat duren voordat een boek af is, weet aan het begin niet hoe het afloopt, anders zou ik het schrijven maar saai vinden. Voor De Graanrepubliek belde ik naar een herenboer in Groningen vanuit Moskou, terwijl ik daar voor NRC ondertussen verslag deed van het aftreden van Boris Jeltsin. Dat was een vorm van simultaanschaken waar ik nu niet meer aan doe. Sinds de Graanrepubliek schrijf ik ononderbroken.”

4 Verteller. Gebruik geen ik-persoon als die zich niet ontwikkelt. We ontstegen de Mont Blanc. Naast de moeite die het kostte om weer op gang te komen, mentaal en fysiek, begon ook het gekmakende zuurstoftekort zijn tol te eisen. Ik hijgde dieper, liep krommer en kreeg suizingen in mijn hoofd.

„In De Graanrepubliek voer ik de Verteller op als een van de dramatis personae. Tijdens het schrijven van mijn boeken maak ik een ontwikkeling door, net als de personen waarover ik schrijf. Als dat niet zou gebeuren, zou ik alleen maar hinderlijk door het beeld lopen. Je kunt natuurlijk een uitstekend boek schrijven zonder ik-persoon. Maar als die er wel in voorkomt, moet er ook iets mee gebeuren. Waarvan akte, graag.”