Turkije nu voor 18 cent

De telecomwereld heeft de allochtonen ontdekt.

Door nieuwe merken bellen Surinaamse en Turkse Nederlanders goedkoop mobiel naar hun familie.

Lebera was het eerste bedrijf dat mobiel bellen naar het buitenland goedkoper aanbood. Foto Peter Hilz Nederland, Rotterdam, 25 januari 2007 etnomarketing, gericht op Turken in Nederland Lebara Mobile, goedkoop bellen naar het buitenland met prepaid Lebara Mobile, bellen./ Û 0,18 binnen NL. Mobiele provider Lebara Mobile is opgericht in 2001 en levert producten en diensten waarmee klanten tegen aantrekkelijke tarieven internationaal kunnen bellen. Het bedrijf maakt gebruik van een hoogwaardig kwaliteitsnetwerk voor het afwikkelen van internationaal telefoonverkeer. Met het prepaidsysteem van Lebara Mobile bellen gebruikers voordelig naar het buitenland op basis van een Lebara SIM kaart en Lebara Beltegoed. Het hoofdkantoor van Lebara Mobile is gevestigd in Londen. met vestigingen overal in Europa foto: Peter hilz Hilz, Peter

Voor autochtone Nederlanders is het een onbekende wereld. Die van Lebara, Ortel, Ay Yildiz en Chippie. In de winkels met belcabines en uithangborden als Happy GSM, met personeel dat nauwelijks Nederlands spreekt, komen zij niet. Kraskaarten? Gebruiken ze niet.

Maar nieuwe Nederlanders zullen ze wel kennen: de mobiele-telefoonmerken die zich speciaal op hen richten. Als paddestoelen schieten ze uit de grond. In september kwam Ay Yildiz, voor Turkse Nederlanders. Toen Chippie, voor iedereen met roots in Suriname en de Antillen. Toen Hürriyet Mobil, gelieerd aan de Turkse krant Hürriyet. Zij concurreren met merken die al langer proberen de allochtoon te verleiden, zoals Lebara, Lycamobile en Ortel. Allemaal bieden ze hetzelfde: spotgoedkope belminuten naar het moederland.

Zo kost een minuut mobiel bellen naar een vaste lijn in Turkije bij Lebara 14 cent, naar Suriname 26 cent. Bij gewone aanbieders, zoals Vodafone of KPN, kan het tarief oplopen tot 1,25 euro per minuut.

Directeur Terry Aurik van Lebara vertelt op haar kantoor in Amsterdam dat het voor allochtonen – „ja, zo noem ik ze maar gewoon” – nu aantrekkelijk is om hun familie in het buitenland mobiel te bellen. Lebara was drie jaar geleden het eerste bedrijf dat zich op de mobiele markt voor minderheden begaf. Net als veel andere aanbieders komt het bedrijf voort uit de ‘kraskaartenbusiness’, waarbij bellers met een kaart goedkoop naar het buitenland bellen over de vaste lijn.

Dat goedkoop bellen nu ook mobiel kan, heeft voor immigranten een belangrijk voordeel. Als die worden gebeld door familieleden in het buitenland, wordt verwacht dat ze terugbellen. Zij hebben meer geld. Maar in landen als Ghana belt de familie vaak niet vanaf thuis – daar is geen telefoon – maar vanuit een belhuis aan de andere kant van het dorp. Met een mobiele telefoon kan het familielid in Nederland direct terugbellen en hoeven ze geen tijdstip af te spreken.

De markt voor deze mobiele merken is een groeimarkt. Niet per se omdat er meer allochtonen bijkomen, maar omdat mensen de overstap maken naar mobiele telefonie.

Bijna alle merken zijn zogeheten mobile virtual network operators: ze hebben geen eigen mobiele-telefoonnetwerk. Ze huren capaciteit van andere aanbieders zoals KPN of Orange. Ay Yildiz is een uitzondering. Dat merk – genoemd naar de Turkse vlag – is van KPN zelf. Directeur mobiele telefonie van KPN Marco Visser: „Wij geloofden dat de Turkse gemeenschap groot genoeg is om voor hen met een apart merk te komen.”

Of allochtonen ook een lucratieve markt vormen, houden de aanbieders liever voor zich. Willem Blom van adviesbureau Sunrise IMS, dat werkt voor Chippie en Lebara, bevestigt alleen dat de markt „groeit als kool”. Hij schat dat Lebara in drie jaar zo’n 350.000 klanten kreeg. Ortel is nummer twee met ongeveer 175.000 bellers, Lycamobile heeft er zo’n 60.000.

Anders dan de ‘gewone’ Nederlandse merken, hebben allochtone aanbieders maar weinig winstmarge op hun buitenlandse belminuten. Maar klanten bellen wel vaak lang. weet Blom. „Je moeder op de Antillen bel je niet voor één minuut.”

Er zijn meer verschillen met de bekende merken. „Het heeft voor ons geen zin om in De Telegraaf te adverteren”, zegt Aurik van Lebara. Zij heeft medewerkers van verschillende nationaliteiten, die ieder in hun eigen deel van de stad het contact met belhuizen onderhouden: kopje koffie drinken of even bellen hoe het gaat.

Surinamers en Antillianen zijn meestal langer hier en beter te bereiken via de Nederlandse tv of internet. Oudere Turken daarentegen, zijn volgens Aurik vooral te bereiken via hun kinderen die wel tv kijken.

De merken houden goed in de gaten welke nationaliteiten het land binnen komen. Nu zijn dat volgens Aurik de Polen, Bulgaren en Roemenen. Folders van Lebara zijn in het Nederlands, Engels, Turks en Pools.

Alle allochtone mobiele merken zijn daarnaast present bij exotische gebeurtenissen: de Surinaamse onafhankelijkheidsdag Brasa Dey, bij Chinees Nieuwjaar. Ay Yildiz sponsort een concert van de Turkse zanger Tarkan. Voor Ay Yildiz heeft KPN speciaal een directeur en medewerkers van Turkse afkomst aangetrokken, zegt Visser. Ook bij Ortel en Lebara werken aanzienlijk meer nationaliteiten dan bij gewone aanbieders.

Hebben al die allochtonen iets gemeen? Visser van KPN vindt van niet. Ay Yildiz richt zich niet voor niets alleen op Turkse Nederlanders. „De andere merken richten zich op alles. Maar zo pakken zij mensen van allerlei verschillend pluimage bij elkaar .”

Directeur Celal Oruç van Ortel is het niet met hem eens. In zijn Haagse kantoor zegt hij dat het ‘allochtoon-zijn’ een verbindende factor is. „Wij weten hoe de allochtoon leeft, wat hij denkt en wat hij doet”, zegt hij. Volgens Oruç hebben allochtonen gemeen dat ze in dezelfde buurten wonen en dat ze Europa als één land beschouwen omdat familie ook over de grens woont. En, niet onbelangrijk: „Allochtonen zijn emotionele mensen. Als ze eenmaal met hun familie in het buitenland beginnen te bellen, stoppen ze niet meer.”