Tekorten aan de koude kant

Gemeenten nemen hun taak in de brandbestrijding niet serieus. Zo houden ze niet bij of de brandweer wel steeds op tijd is. En van preventie weten ze maar weinig.

‘Onthutsend’. Het is een woord dat je niet zo gauw verwacht aan te treffen in een officiële publicatie als dat van de Inspectie voor Openbare Orde en Veiligheid (IOOV). Maar in het rapport Bestuurlijke aansturing van de brandweerzorg, dat een dezer dagen zal worden gepubliceerd, staat het toch echt.

In Nederland zijn vooral de gemeenten verantwoordelijk voor de brandweer. Maar die taak nemen ze lang niet serieus genoeg, zo blijkt uit het rapport van de IOOV. Zo wilde de inspectie van gemeenten weten hoe het gesteld was met de ‘opkomsttijd’, de tijd die ligt tussen de eerste melding en aankomst van de brandweer. Wat bleek? 60 procent van de bevraagde gemeenten hield deze gegevens niet eens bij. „Terwijl dit elementaire bedrijfsgegevens betreft”, schrijft de IOOV.

Don Berghuijs, directeur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, is veel minder verbaasd. Op de 23ste verdieping van het World Port Center op de Rotterdamse Wilhelminapier praat Berghuijs over de conclusies van het rapport van de IOOV. Voor het onderzoek sprak de inspectie uitvoerig met de voormalig brandweercommandant. Berghuijs vertelde hen dat gemeentebesturen vaak de mond vol hebben van het belang van ‘lokale inbedding’ van de de brandweerzorg. Maar in de praktijk, heeft Berghuijs verteld, laten de gemeenten de brandweer links liggen.

„De brandweer maakt niet echt deel uit van de gemeentelijke organisatie”, zegt Berghuijs, „en de gemeenteraad debatteert niet over de kwaliteitseisen waaraan de brandweer moet voldoen.” Brandveiligheid, preventiebeleid, opkomsttijden – gemeenteraadsleden heben er nauwelijks enige kennis van, zegt Berghuijs: „Met als gevolg dat men denkt dat het wel goed gaat met de brandweer. En dat raadsleden, meestal van gemeenten waar de integrale brandweerzorg het slechtste is, trots kijken naar heroïsche televisiebeelden van brandweerlieden die een uitslaande brand blussen. Maar niemand vraagt zich af of die brand mogelijk voorkomen had kunnen worden bij effectief preventiebeleid.”

Ondertussen zijn, volgens de IOOV, de prestaties onder de maat. Zo kent bijna de helft van de gemeenten opkomsttijden die veel hoger liggen dan de landelijk vastgestelde norm van acht minuten, soms zelfs tot een kwartier na brandmelding. De overgrote meerderheid van de gemeenten (85 procent) kampt met tekorten aan personeel aan de ‘koude kant’, zoals preventiemedewerkers die moeten toezien op de naleving van de brandveiligheid. Na de cafébrand in Volendam in 2001 werd afgesproken de enorme achterstand in het verlenen van verbruiksvergunningen weg te werken. Eenderde van de gemeenten heeft die ambitie is niet gehaald.

Volgens Berghuijs schieten niet alleen gemeenten tekort. Vaak weten korpsen zelf niet hoe slecht het met hun bedrijfsvoering is gesteld, en of ze hun taken wel aankunnen. In grote steden bestaat de brandweer uit professionals. Maar in kleine gemeenten vormen vrijwilligers de ruggegraat van de brandweer. Berghuijs: „Het is maar de vraag of die brandweerkorpsen wel voldoende zelfkritiek hebben om te zeggen: deze materie is voor ons te ingewikkeld.”

Minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) onderschrijft de conclusies van het rapport. Hij vindt dat de brandweerzorg „hoger op de politieke en bestuurlijke agenda van de gemeenteraad moet komen”. Het wetsontwerp voor de veiligheidsregio’s, dat voor advies bij de Raad van State ligt, zal de situatie kunnen verbeteren. Volgens dat ontwerp komen meer taken in handen van de 25 brandweerregio’s, en moeten brandweer, politie en hulpdiensten meer gaan samenwerken. Maar terwijl de brandweer moet worden geregionaliseerd, ligt er óók een wetsvoorstel waarin de regiopolitie wordt genationaliseerd, en is het nog onduidelijk wat er met de ambulancediensten gaat gebeuren.

„Er zal één integrale visie van kabinet moeten komen over die drie wetten”, zegt Berghuijs. „Omdat het veiligheidsvraagstuk dat vereist. Dan is het óók onvermijdelijk dat er in dit land 25 échte regionale brandweerkorpsen komen, of dat nou vrijwillig gebeurt of niet. Want alleen dan kun je voldoen aan de eisen van continuïteit en kwaliteit. Maar in alle plannen ontbreekt het overkoepelend bestuurlijk concept.”

Bovendien is het maar de vraag of de wetsvoorstellen van het huidige kabinet het wel zullen halen. In het regeerakkoord tussen CDA, PvdA, en ChristenUnie is inmiddels afgesproken de nationalisering van de politie uit te stellen. De regionalisering van de brandweer kan alleen door vrijwillige samenwerking van de gemeenten.

Berghuijs heeft al die ontwikkelingen niet afgewacht. In Rotterdam-Rijnmond is de samenwerking tussen alle diensten bijna afgerond. Berghuijs staat er aan het hoofd. „We hebben de wetgeving uit Den Haag hier niet nodig.”