Steevast de vraag: kan de familie helpen?

Wie hulp wil bij het ramen lappen of stofzuigen moet voortaan eerst naar de gemeente. In Hengelo betekent dit vaak opnieuw bezoek van een consulent. „In het verleden is er te dure zorg verleend”, vindt de gemeente.

Gemeentelijk WMO-consulente Wilma Wiegerink (rechts) bezoekt mevrouw Kruise, om te beoordelen of zij huishoudelijke hulp kan krijgen. Foto Eric Brinkhorst 7-2-2007 Hengelo Gemeente inspecteur Wilma Wiegerink bij mv van Dalen. toekenning thuiszorg ©foto eric brinkhorst Brinkhorst, Eric

Als mevrouw Kruise naar de keuken loopt om thee te zetten, valt het consulent Wilma Wiegerink op dat de alleenstaande bejaarde vrouw „wat moeizaam” loopt. Het komt door een val, maar daarvoor had ze al moeite met lopen, verklaart ze. „Ik strompel naar het winkelcentrum”. Het is niet de reden waarom ze de gemeente Hengelo heeft verzocht om hulp in de huishouding. Het zwaardere werk, zoals stofzuigen, bed verschonen en ramen lappen, gaat haar steeds moeilijker af. En de ruimbemeten gelijkvloerse woning is nogal bewerkelijk. „Mag ik de woning even zien?”, vraagt Wiegerink.

Het huisbezoek volgt op de aanvraag die mevrouw Kruise bij het Hengelose zorgloket heeft gedaan. Door de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) zijn gemeenten sinds 1 januari verantwoordelijk voor huishoudelijke hulp. De WMO-consulenten, die een medische achtergrond hebben, bepalen hoeveel hulp iemand krijgt. Zij brengen de fysieke gesteldheid en de leefsituatie van de aanvragers met behulp van een vragenlijst in kaart. De constatering dat mevrouw Kruise moeilijk loopt, is van belang met oog op mogelijk toekomstige vragen om hulp. „Ik ben verbaasd over de ruimte. En dit is inderdaad bewerkelijk”, zegt consulent Wiegerink met het oog op het glas van de serre.

Als het huis is bekeken, deelt ze met een blik op een tabel mee dat mevrouw Kruise in aanmerking komt voor drie uur huishoudelijke hulp per week. Ze mag zelf bepalen met welke van de vijf door Hengelo geselecteerde thuiszorginstellingen ze in zee wil. „De beschikking volgt later want de stapel papieren is hoog.”

Hengelo heeft sinds 1 januari ruim 150 aanvragen voor hulp in de huishouding gekregen. In de helft van de gevallen gaat het om een herindicatie of verlenging. Deze aanvragers merken dat Hengelo strenger is geworden. Voorheen werd al snel door het Centraal Indicatieorgaan Zorg bepaald dat er een hulp moest komen die ook helpt bij het organiseren van het huishouden en de opvang van huisgenoten. Volgens Hengelo volstaat in veel situaties een goedkopere hulp die zich primair richt op schoonmaken. Een besparing van 5 euro per uur. „Onze ervaring is dat er in het verleden te dure zorg is verleend. Het kan zuiverder en gerichter”, zegt wethouder B. Otten.

Hengelo bepaalt hoeveel huishoudelijke hulp er verleend wordt, maar moet deze ook financieren. Dit kan leiden tot belangenverstrengeling, maar Otten bezweert dat de procedure onafhankelijk en eerlijk verloopt. Er wordt volgens duidelijke criteria gewerkt, bij twijfel wordt een onafhankelijke arts geraadpleegd en er wordt niet naar geld gekeken.

Nee, nog niet, zegt het Patiënten Consumenten Platform Twente (PCPT). Maar de belangenorganisatie verwacht dat geld een rol gaat spelen als gemeenten met tekorten worden geconfronteerd. „Hoe meer geld de gemeente tekort komt, hoe meer mantelzorg”, zegt bestuurslid Tineke van Kalker van het PCPT. De belangenorganisatie heeft een WMO-klachtenlijn en eenderde van de 22 klachten die tot deze week zijn binnengekomen, betreft de indicering. In de WMO is nadrukkelijker dan voorheen de mogelijkheid opgenomen dat iemand een beroep doet op de hulp van familie of bekenden. Eén klager vindt het onterecht dat hij, naast zijn volledige baan, geacht wordt zijn inwonende schoonmoeder te helpen en dat de hulp in de huishouding is komen te vervallen.

Consulent Wilma Wiegerink informeert steevast of familieleden kunnen bijspringen. Op bezoek bij mevrouw Van Dalen (70) vraagt Wiegerink of de zoon en dochter wat kunnen doen. „Zij hebben de handen al vol”, zegt mevrouw Van Dalen beslist. En tijdens het huisbezoek bij mevrouw Kruise laat een dochter, aanwezig bij het gesprek, resoluut weten dat ze dit niet kan combineren met haar eigen gezin en baan. „Ik wil niet overspannen worden.” Organisaties die in Twente opkomen voor de belangen van mantelzorgers hebben gewaarschuwd voor overbelasting, maar wethouder Otten zegt dat het niet zo’n vaart zal lopen.

Behalve een versobering van de hulp vreest het PCPT een zekere rechtsongelijkheid. Burgers hebben in de WMO geen recht op zorg, maar krijgen die voorziening die nodig is om zichzelf te kunnen redden en maatschappelijk actief te zijn; het zogeheten compensatiebeginsel. Dit kan dus per gemeente, leefsituatie en persoon verschillen. Het PCPT draagt het voorbeeld aan van een gehandicapte van 30 jaar die een aangepaste keuken krijgt, terwijl een bejaarde met dezelfde handicap wordt verwezen naar tafeltje-dekje. „Maar wat nu als iemand geen tafeltje-dekje wil”, zegt Van Kalker. „Jurisprudentie zal heel belangrijk worden.”

Mevrouw Kruise en mevrouw Van Dalen zullen de beschikking niet aanvechten. Zij zijn blij met de aangeboden huishoudelijke hulp, al dringt de dochter van mevrouw Kruise wel aan op enige spoed. Consulent Wiegerink wordt daar „niet koud of warm van”. „Er wordt niemand ziek als er een tijd niet gepoetst is”, zegt ze bij het verlaten van de woning.

Dit is het derde deel van een serie. Eerdere afleveringen zijn te lezen op nrc.nl/binnenland