‘Schrijven vloeit, staal nooit’

Toeval is de rode draad in de boeken-voor-alle-leeftijden van de Amerikaanse schrijfster Meg Rosoff. Haar debuut werd een bestseller, haar tweede roman is net vertaald. ‘Iedereen is prooi én roofdier.’

Meg Rosoff Foto Jørgen Krielen Jorgen Krielen/Amsterdam, 12-12-2006/ Meg Rosoff Krielen, Jorgen

Wat een mens al niet overkomt. Een broertje dat het raam uit dondert. Of een broertje dat net niét het raam uit dondert. Ongepaste verliefdheid, ziekte, een gelukte taart, een oven die ontploft, een oorlog. Of een totaal onverwacht internationaal succes met je allereerste boek. Meg Rosoff (Boston, 1956) werd vermaard met haar debuut Hoe ik nu leef, een roman die in eerste instantie bestemd is voor jongeren. En jongeren lezen niet, dat weet iedereen. Zeker niet als de roman in kwestie niet alleen over verliefdheid en seks gaat, maar ook over oorlog en pijn, in een zeer voorstelbare, dichtbije toekomst.

Meg Rosoff is gefascineerd door het toeval, door de spelingen van het lot en wat er in de sterren geschreven staat, net als de hoofdpersoon van haar tweede boek Het toevallige leven van Justin Case.

Het toevallige leven van Justin Case gaat over de vijftienjarige David Case die zichzelf in Justin herdoopt nadat hij zijn broertje uit een raam ziet vallen –bijna. Hij is er vanaf dat moment van overtuigd dat zijn pad vol pech zal zijn. Tenzij hij het lot om de tuin weet te leiden, en zichzelf opnieuw uitvindt.

Rosoff: ,,Het échte begin van Justin Case was negen jaar geleden. Ik had een baby van zes maanden. Ze stond in haar buggy bovenaan de trap, ik draaide de voordeur nog even op slot. Op het moment dat ik me omkeer zie ik de buggy de trap af rijden. Tree voor tree, sneller en sneller. En wat blijkt? Ik heb haar niet vastgemaakt. Ze rolt voorover uit het wagentje en valt, plat op haar gezicht. Ze zat ónder de blauwe plekken. Ik was weken lang van slag. Wat had er wel niet kunnen gebeuren, door mijn nalatigheid. Ik kon me ineens voorstellen dat je geobsedeerd raakt door de wil het lot vooraf te beïnvloeden.”

Rosoff heeft met de structuur van haar boek geworsteld, bekent ze. ,,In mijn eersteling werden een nicht en een neef verliefd, en brak de oorlog uit. Dat was overzichtelijk. Maar Justin… Af en toe was het net alsof hij, als ik boven zat te schrijven, met de anderen uit het boek beneden gapend onderuitgezakt aan tafel zat. Ontevreden rokend, drinkend en mopperend; zich afvragend of er ooit nog iets met ze gebeuren ging. Ik ben geneigd door iemands ogen de wereld te gaan bekijken, een persoonlijkheid uit te diepen, het daarbij te laten. Justin was trouwens ook wat dat betreft op den duur hard werken. Ik kréég wat van hem. Dat gedram van die jongen! Die zwarte kijk! Dat zelfmedelijden!”

Ze werd tijdens het schrijven bovendien bevangen door ‘experimenteerdrift’, legt ze uit. In korte tussenhoofdstukken geeft ze het woord aan een aparte verteller die zichzelf als volgt introduceert: ‘Ik heet Kismet. Turks, afgeleid van het Perzische qisma, lot, van quasama, toebedelen, bestemmen. Syn.: Toeval. Voorzienigheid. Lot. Geluk.’ Gaande de geschiedenis van de op drift geraakte jongen slaat deze ik-verteller hem grijnzend gaande. ,,Als een poes die met een muis speelt,” zegt Rosoff. ,,Hij wordt van bovenaf bekeken.” Aan een hemelse instantie dacht zij hierbij niet, eerder aan een ,,Google Earth-perspectief” op de wereld.

Rosoff benadrukt dat ze geen zwever is en wil zijn, maar dat ze daar niet altijd helemaal in slaagt. ,,Mensen zien patronen in willekeur, daar zijn we op uit, we kunnen niet anders, geen van allen. Het is misschien wel wat ons menszijn het meest tekent. Dat niets een bedoeling heeft is een bijna nog gekker idee dan dat het zo heeft moeten zijn. Ik geloof niet in God, maar ik kan me wel heel goed voorstellen dat je dat doet. Iedereen doet het, op de hele wereld, daar komt het in feite toch op neer. Ik zelf ben rationeel. Maar ik ben gevoelig voor wat er nog meer zou kunnen. Al was het maar in de menselijke verbeelding.”

Tomboy

Meg Rosoff groeide op in een academisch, joods maar a-religieus gezin, als tweede van vier meisjes. Haar vader doceerde aan Harvard Medical School. De grote wens van haar moeder was dat haar dochters ‘normaal’ zouden worden. Liefst zag ze hen trouwen met aardige joodse artsen. Rosoff deed haar best, ,,al had ik als kind hopen onzichtbare honden en paarden en was ik meer een tomboy dan een meisje.” Na haar middelbare school studeerde ze Engels en filosofie aan Harvard, zoals haar ouders van haar verwachtten. ,,Maar ik ergerde me kapot aan de arrogantie, aan de ‘we are the champions’-mentaliteit die er heerste.”

Doodongelukkig was ze. Alles moest anders. Halverwege haar studie vertrok ze daarom naar de Londense kunstacademie om te leren beeldhouwen. ,,Ik maakte een groot stalen… ding. Een docent sloeg er op met vlakke hand en zei: dit is niet echt. Waar heeft die man het over, dacht ik toen, boos. Maar hij had gelijk. Nu ik schrijf snap ik wat hij bedoelde. Het schrijven vloeit, dat deed het staal nou nooit, bij mij. Taal is mijn materiaal, mijn kompas en mijn middel. Ik had het kunnen weten. Als ik vroeger iemand verleidde deed ik dat met woorden, niet met mijn prachtige uiterlijk.” Ze grijnst.

Opvallend is dat zowel hoofdpersoon Daisy uit How I Live Now als Justin uit Het toevallige leven van Justin Case het gelukkigst zijn op momenten dat taal tekort schiet.

,,Jaaa,” zegt Rosoff. ,,Als een verliefdheid wederzijds is, zoals in mijn eerste boek, worden woorden overbodig. Twee zielen maken rechtstreeks contact, alles stroomt… het lijkt wel telepathisch. Bij echt goede vrienden werkt het ook. Ze weten wat de ander doormaakt zonder dat hij of zij het vertelt. Dat vind ik mooi en daar schijn ik in mijn boeken telkens op uit te komen.”

Sinds Rosoff zo succesvol debuteerde met een boek voor jongeren, wordt ze gezien als een expert in het genre. Toch, stelt ze, zijn jongeren haar publiek niet. Niet per se tenminste. ,,Het was niet vooropgezet, geen plan. Ik begon met schrijven en wou gelezen worden, door wie dan ook. Zestien is toevalligerwijs de leeftijd waarmee ik samen val als ik een verhaal wil schrijven, tot nu toe. Het heeft ermee te maken dat alle opties nog open zijn. Een puber is wankel, vatbaar voor angsten, voor irrationaliteit. De wankelheid maakt dat hij of zij er minder gemakkelijk van uitgaat dat ‘de realiteit’ een gegeven is, dat spreekt mij aan. En dat alles nog goed kan komen. Stel dat Justin een veertigjarige huisvader was geweest. Dan zou zijn depressie, eenmaal ingezet, onomkeerbaar zijn. Hij zou in een inrichting terecht komen, zelfmoord plegen. Op je zestiende zijn de mogelijkheden tot een ontsnapping, tot een wending in je manier van denken en leven, vele malen groter.”

Doemdenker

Justin heeft een hond verzonnen, voor hem even reëel als de tafel in de kamer. De verzonnen hond is een van de ‘magische’ elementen uit het boek. ,,Hij staat symbool voor Justins geestkracht,” zegt Rosoff. ,,En ook wel voor de hoop. Die jongen is een doemdenker, maar hij is dus ook in staat iets echts, iets goeds, te bedenken. Dat voert hem weg uit het duister van de depressie. Diegenen die de hond kunnen zien, accepteren ook de jongen. Ze willen hem niet veranderen, ze willen hem steunen.”

Rosoff maakt vaker gebruik van dieren als symbolen. Op een gegeven moment redt Justin een konijn van een vos. Hij trekt aan de ene kant van het konijn, de vos aan de andere. Rosoff: ,,Konijnen zijn slachtoffers bij uitstek. Justin gaat in deze scène eindelijk inzien dat hij geen konijn is. Niet alleen máár een konijn is. Even voelt hij de machteloosheid van het dier, maar dan beseft hij: ik ben net zo goed vos. Hij kan zich ook inleven in de vos. En dán rukt hij het konijn los. Het hele boek gaat erover prooi én roofdier te zijn, slachtoffer en aanvaller. Mensen kunnen tot op zekere hoogte kiezen wie ze willen zijn, geloof ik. Zelfs al is het lot er, als ultiem onverschillig roofdier… Als jongere las ik Beckett. Waiting for Godot maakte me duidelijk dat je verantwoordelijk bent voor je eigen levenspad. Er is helemaal niets aan houvast –behalve wat er tussen mensen is, kan bestaan, aan aanvaarding, aan begrip.”

Meg Rosoff, ‘Hoe ik nu leef’ en ‘Het toevallige leven van Justin Case’ verschenen in een vertaling van Jenny de Jonge bij Pimento. ‘How I Live Now’ wordt verfilmd door regisseur Thomas Winterberg, bekend van ‘Festen’, naar een script gedeeltelijk van Rosoff zelf.