Rode verf wordt bloed, witte verf tranen

Bart Baele, ‘Moi Bart Baele, Medicien, Neurologiste, Psychiatre de la Justice’, 2006, 101 x 51 cm.

Therapeutisch schilderen klinkt zweverig, toch heeft het een aantal van de beste kunstenaars voortgedreven. Vooral onder naïeve, outsiderkunstenaars vind je ze: gekwelde zielen die doek en penseel nodig hebben om hun demonen kwijt te raken. Er kunnen clichébeelden uit voortkomen, maar heeft iemand talent, dan kan het leiden tot een heftig, confronterend oeuvre.

Tot die laatste categorie behoort de Belg Bart Baele. Hij schildert lichaamloze koppen die opdoemen uit zwarte verf. Ze hebben schreeuwende monden, waarin ontblote tanden flikkeren. ‘Genezen’, staat in sierlijke letters onder het portret van een man die het uitschreeuwt van wanhoop. ‘Eeuwig ziek’, staat op een kleine pentekening geschreven. Dat lijkt dichter bij de waarheid te komen. De termen ‘Médecin’, ‘Docteur’ en ‘mental horror’ keren terug in de andere koppen. Of die de dokter of de patiënt voorstellen, dat loopt door elkaar heen. Als Baele zichzelf ziet als patiënt, dan probeert hij zich zichtbaar te genezen door te schilderen.

Baeles koppen hangen in de tentoonstelling Welsprekende portretten in de Haagse Th Gallery, een wat eigenaardig uitziende galerie met gele muren en een opvallende bar. De drie exposanten hebben meer verschillen dan overeenkomsten. Philip Akkerman gebruikt al een kwart eeuw zijn eigen gezicht als palet om kleuren en vormen weer te geven. Willy Jolly slaagt er met zijn foto’s van naakte, smachtende jongens vaak niet in om homo-erotische clichés te overstijgen. Baele gaat het niet om verf, en al helemaal niet om erotiek of uiterlijk. Hij schildert als een sjamaan die iets ontzettends moet beteugelen.

Op het eerste gezicht doen de twintig werken van Baele vermoeden dat de man pakweg een eeuw geleden op een missionarispost in Belgisch Congo werkte. De medicijnmannen en Afrikaanse maskers omringt hij in zijn schilderijen met rooms-katholieke symbolen en rituelen: priesters die het bloed van Christus drinken en die met attributen als het heilig hart en de lans van St. Stefanus meer lijken op exorcisten dan op dorpspastoors. Rode verf wordt bloed, witte verf tranen. De stugge verfbehandeling en compositie lijken op die van beschilderde uithangborden van Afrikaanse kappers, terwijl de rigide koppen ook iets weg hebben van ouderwetse gapers van Belgische en Nederlandse apotheken. Toch werd Baele in 1969 geboren. Hij woont in Zuid-België in een tochtig huis waar hij zich alleen omgeeft met zijn katten en demonen die ongevraagd langskomen.

Baele schildert één grote associatieve brij. Arts wordt patiënt, wordt soldaat en schaamt zich er niet voor om zich af en toe te vereenzelvigen met de heiland. Doordat hij al zijn zieleroerselen vol passie op het doek gooit, oogt het resultaat nooit gezocht. Gruwelijke dingen vertalen in mooie schilderijen is voor Baele zichtbaar een catharsis.

Bart Baele, Welsprekende portretten. T/m 4 maart in Th Gallery, Veenkade 26-28A, Den Haag. Inl: www.thgallery.nl