Politiek wil regie over ‘woekerpolis’

De maatschappelijke onrust over beleggingspolissen resulteert in nieuwe onderzoeken, ook vanuit de politiek. Kamerlid: „Ben ik nu belazerd of niet? Dát wil de consument weten.”

Verzekeraars, tussenpersonen en consumenten mogen diep verdeeld zijn over de problemen met beleggingspolissen, de Tweede Kamer legde gisteren een opmerkelijke eensgezindheid aan de dag.

Met de ervaringen van het volksschandaal rond Legio Lease – beleggen met geleend geld – nog vers in het geheugen, zijn de parlementariërs, van welke politieke signatuur dan ook, ervan doordrongen dat onenigheid over beleggingspolissen meer is dan een civielrechtelijk conflict tussen een koper en een verkoper, zo bleek tijdens overleg van demissionair minister Zalm van Financiën (VVD) met de vaste Kamercommissie van financiën.

Discussies over de misstanden rond aandelenlease, in alle soorten en maten, resulteerden de afgelopen vijf jaar in duizenden rechtszaken en klachtenprocedures, tientallen actiegroepen, verschillende collectieve schikkingen en een keur aan onderzoeken, commissies en bemiddelaars. Met als belangrijkste les: het duurde (duurt) allemaal veel te lang.

Frans Weekers (VVD) vindt dat de commotie rond beleggingspolissen niet overdreven ingewikkeld moet worden gemaakt. „In het Nederlandse contractenrecht is al veel geregeld. Als daar met zo’n polis iets niet klopt, bestaat er gewoon een probleem dat hersteld moet worden.” Hij waarschuwt ervoor niet allemaal tussentijdse en tijdelijke geschillencommissies in te stellen.

Tony van Dijck (PVV) meent dat er te veel geklaagd wordt door consumenten. „Wat vergeten wordt is dat de consument ook een eigen verantwoordelijkheid heeft. Als je een product niet begrijpt, moet je ervan af blijven. Je hoeft het niet te kopen, zo’n beleggingspolis, het is een vrije keuze.”

Wat de parlementariërs over een breed front zorgen baart, is het feit dat nu al lang genoeg duidelijk is dat er misstanden zijn bij beleggingspolissen, maar dat de individuele consument nog in het duister tast. „Ben ik nu belazerd of niet? Dát wil de consument weten”, zegt Kees Vendrik (GroenLinks). Hij pleit, evenals andere Kamerleden, voor een grondig onderzoek naar de feiten.

Vendrik vraagt zich af waarom toezichthouder AFM niet veel meer bondgenoot is van de consument. „De AFM hoort de consument te beschermen, daar is zij toch voor opgericht?” De toezichthouder constateerde vorig jaar dat de polissen complex, ondoorzichtig en relatief duur zijn en dat de informatie bij polissen onvolledig, ontoereikend en soms onjuist is. „We moeten naast de consument gaan staan, die bij de hand nemen en uitzoeken hoe het nu zit met de kosten en de informatie hierover. De commissie-De Ruiter doet dat niet, de AFM doet dat niet, dus vraag ik het de minister dat te doen.”

Ook Elly Blanksma-van den Heuvel (CDA) vindt dat er inzicht moet komen in de precieze omvang van de misstanden. „De onderste steen moet boven.” Volgens haar moet je niet zomaar ingrijpen tussen private partijen. De overheid dient marktwerking te faciliteren. „De beleggingspolissen zijn aan Jan en alleman verkocht en daar zijn veel misstanden. Er zijn al advocatencollectieven die een slaatje proberen te slaan uit dit trieste verhaal. We moeten die claimcultuur voorkomen. Onze rol is nu om de regie te pakken.”

Minister Zalm heeft twee bemiddelaars aangesteld die klachten over de polissen zullen categoriseren en gebundeld voorleggen aan de Ombudsman. Maar Zalm voelt niets voor een veredelde staatscommissie. De roep daarom heeft hij de afgelopen maanden met succes weten tegen te houden en ook nu weet hij zo’n commissie te voorkomen, al wordt het fenomeen van een ‘staatscommissie’ wel heel dicht benaderd. Zalm zoekt aansluiting bij een zojuist gestart onderzoek van voormalig hoogleraar verzekeringseconomie Alfred Oosenbrug naar de beleggingspolissen. „Ik heb geen behoefte dat onderzoek een staatssausje te geven, maar ik ben graag bereid de heer Oosenbrug personele assistentie te geven.”

Zalm is het met de Kamer eens dat snelheid geboden is en wil daarom niet weer een ander, nieuw onderzoek instellen. „Wat we met elkaar willen is al in gang gezet. Ik zal graag met de heer Oosenbrug om de tafel gaan zitten. Hij is de ideale persoon om nu de feiten te onderzoeken.”

Wat nu volgt is nieuw overleg met actiegroepen en verzekeraars om Oosenbrug voldoende draagvlak te geven. Ernst Cramer van de ChristenUnie: „Hebben we het probleem nu te pakken of keutelen we er omheen. Want de politieke vraag is natuurlijk: voldoet dit om het ongenoegen in de samenleving weg te nemen?”