Onrust op tabaksmarkt

Het is bekend dat het roken in het ontwikkelde deel van de wereld een langzame, pijnlijke dood te wachten staat. En dat is nergens manifester dan in de Verenigde Staten, waar groepen gedupeerde rokers gezamenlijk rechtszaken hebben aangespannen tegen de tabaksindustrie, de antirooklobby veel gewicht in de schaal legt, en de sigarettenverkoop jaarlijks met 3 procent terugloopt. Toch lijkt de overname voor 1,5 miljard dollar (1,15 miljard euro) door het Britse Imperial Tobacco – in Nederland eigenaar van Van Nelle en Drum – van Commonwealth Brands, de vierde sigarettenfabrikant van de VS, een verstandige zet.

Waarom? Omdat de Verenigde Staten een zeer winstgevende markt zijn voor tabaksfirma’s. Marktleider Philip Morris haalt bijvoorbeeld een operationele winstmarge na belastingen van bijna 50 procent. Dankzij zeer geringe kapitaaluitgaven stijgt de operationele winst van de tabaksindustrie ieder jaar met zo’n 5 procent. En ook al is het vergroten van het marktaandeel in Europa niet eenvoudig, de sterke merken van Imperial Tobacco – met name het luxueuze Davidoff – bezorgen het concern goede vooruitzichten op winstgroei in de VS.

Vergeleken met andere mogelijke overnamekandidaten, zoals het Europese Altadis, lijkt Commonwealth Brands ook redelijk goedkoop. Stel dat Imperial Tobacco dit jaar een operationele winstgroei van 5 procent weet te verwezenlijken. Tel daarbij de kostenbesparingen op van 20 miljoen dollar die het gevolg zijn van het opgeven van de plannen om de Amerikaanse markt op organische wijze te veroveren, en de uitkomst is een investeringsrendement na belastingen van 9 procent, ruim boven de in de sector gebruikelijke kapitaalkosten van 7 procent.

Betekent dit nu dat Altadis geen mogelijk doelwit meer is? Dat hoeft niet. Na de overname van Commonwealth moet Imperial nog genoeg vuurkracht over hebben voor een tweede transactie, vooral gezien de stijging van zijn aandelenkoers met 30 procent het afgelopen jaar. En een overeenkomst tussen de twee bedrijven ligt nog steeds voor de hand, omdat zij geografisch goed op elkaar aansluiten. Het feit dat Imperial laat zien ook over alternatieven te beschikken haalt slechts tijdelijk de druk van de ketel.

Intussen kan Imperial op de zwaarbevochten tabaksmarkt de druk hebben opgevoerd op Philip Morris, dat ongetwijfeld graag de merken van Imperial in handen zou krijgen. Om niet in aanvaring te komen met de Europese mededingingsautoriteiten zou Philip Morris in Europa een partner moeten vinden – zoals Altadis – om Imperial te kopen. Na zo’n overeenkomst zou het concern ook een bedrijf bereid moeten vinden delen van zijn Amerikaanse activiteiten over te nemen. Met minder dan drie maanden te gaan voordat de deal tussen Imperial en Commonwealth definitief zijn beslag krijgt, kan dat de slapende reus Philip Morris ertoe aanzetten snel in actie te komen.

John Foley

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld