‘Nu wint eens geen dramatisch beeld’

De Amerikaanse fotograaf Spencer Platt is de winnaar van de World Press Photo 2006. Dat heeft de internationale jury van World Press Photo vanmorgen bekendgemaakt in Amsterdam. Platt (36) werkt voor Getty Images. Andere prijswinnaars zijn de Nigeriaan Akintunde Akinleye (in de categorie ‘Spot News Singles’) die eind vorig jaar een theatrale, onwerkelijke foto maakte van een man die, na een gasexplosie in Lagos, zijn gezicht staat te wassen en de Italiaan Davide Monteleone (in de categorie ‘Spot News Stories’) die de Israëlische bombardementen op Libanon fotografeerde. Slechts één Nederlander won dit jaar een prijs. Peter Schols werd bekroond in de categorie ‘Sports Action Stories’ voor zijn foto van voetballer Zinedine Zidane die van het veld moet vertrekken gedurende de finale van de WK in Berlijn.

Op de winnende foto van Platt is een aantal jonge Libanezen te zien die door een wijk rijden in Zuid-Beiroet die is verwoest door Israëlische bombardementen. Platt maakte de winnende foto op 15 augustus, de eerste dag van het staakt-het-vuren tussen Israël en Hezbollah. „Dit is een foto die in je geheugen blijft hangen”, zegt juryvoorzitter Michele McNally. „Het is een gelaagd beeld dat aan allerlei criteria voldoet: het is een belangrijke momentopname in de geschiedenis, het is sociologisch sterk omdat het laat zien wat mensen in bepaalde omstandigheden doen, het is een krachtig psychologisch beeld omdat het je aan het denken zet en het voldoet ook nog eens aan de esthetische criteria voor fotografie.”

Volgens McNally, hoofd van de afdeling fotografie van The New York Times, geeft de foto van Platt een representatief beeld van de manier waarop in de moderne wereld naar foto’s wordt gekeken. „Kinderen groeien op met een grote hoeveelheid beelden op televisie en internet. Een foto heeft meer kracht en diepgang nodig om in het geheugen te blijven hangen.”

Jerry Lampen, dit jaar het enige Nederlandse jurylid en werkzaam voor Reuters vindt Libanon een logische keuze. „Het conflict tussen Israël en Hezbollah was een van de belangrijkste gebeurtenissen van vorig jaar.” Volgens Lampen wilde de jury dit jaar iets anders „dan het stereotiepe beeld van weer een dode” of van mensen in nood. Vorig jaar kreeg de jury van World Press Photo kritiek op de keuze voor een beeld van de Canadese fotograaf Finbarr O’Reilly die moeder en kind fotografeerde in een opvangkamp in het West-Afrikaanse Niger. De twee waren slachtoffer van de ergste droogte in jaren en een veelgehoorde opmerking was dat „weer eens een fraai hongerplaatje had gewonnen”.

Lampen beschouwt de keuze voor Platts foto dan ook als een „doorbraak”. De foto laat volgens hem de waanzin van de oorlog zien, maar toont tevens de waanzin van het gedrag van mensen. „Een stelletje ramptoeristen in een cabriolet is niet wat je je voorstelt bij een oorlog. Deze jongeren rijden door de ruïnes alsof ze op zoek zijn naar hun favoriete cappuccinozaak die net is verdwenen.”

Ook fotograaf Hans Aarsman, die vorig jaar deze foto uitvoerig beschreef in zijn fotocolumn in De Volkskrant, vindt het een ‘wijs’ besluit van World Press Photo dit beeld uit te zoeken. „Het goede van dit beeld is dat het alleen maar vragen oproept. Normaal kiest World Press Photo altijd van die inkoppers: dramatische beelden die op de emoties werken. Ik denk dat ze vorig jaar zijn geschrokken van de negatieve reacties.”

Wat Aarsman bevalt aan de foto van Platt is dat je als toeschouwer niet goed weet wat je ziet en wat je ervan moet vinden. Volgens Michel Munneke, directeur van World Press Photo, was de keuze geen reactie op de kritiek van vorig jaar, maar breekt het wel met een trend. „Het is een buitengewoon bijzondere foto. Het staat echt voor deze tijd.”

Een andere trendbreuk is dat naast professionele foto’s dit jaar ook amateurfoto’s een rol konden spelen bij World Press Photo. Amateurfotografen mogen nog altijd niet meedoen aan de competitie, die uitsluitend is bedoeld voor professionele fotografen, maar kunnen sinds dit jaar wel een kans maken op een eervolle vermelding. Omdat amateurbeelden steeds vaker worden gebruikt in de media, zoals foto’s van de martelingen in Abu Ghraib of de executie van Saddam Hussein – vindt Munneke het redelijk om amateurfotografie te erkennen. „We hebben de jury dit jaar in de gelegenheid gesteld amateurbeelden te selecteren, maar het is niet gebeurd; de beelden waren niet goed genoeg.”