Motoren zijn de soundtrack van de hel

‘Dis’ speelt zich af in de nacht voor de TT van Assen. Maar weet Möring ook waarover hij schrijft? ‘Dis’ langs de meetlat van de motorwereld.

H et is een zintuiglijk boek, dat Dis. Veel kots, zweet, bloed en sperma. Veel geuren ook, de geur van een volle wrong haar, van een warm bed, van verbena, een vage zweem eau de cologne, verleidelijk eau de toilette, scheerbalsem en parfum. Maar vooral veel frituurolie, verbrand vlees en uitlaatgassen, de melange die zo onafscheidelijk verbonden is met Assen en de nacht voor de TT -motorraces.

Die nacht, de nacht van vrijdag op zaterdag in de laatste week van juni, is het decor van het hallucinerende boek van Marcel Möring. Zijn personages zwerven door de feestende provincieplaats, maar tegelijk door de geschiedenis, en door hun eigen leven.

Jakob Noach is de zoon van een schoenmaker die in 1942 in Assen onderduikt en na de oorlog moet ontdekken dat zijn familie is weggevoerd en dat de winkel van zijn vader in handen is gevallen van een foute Drent. Hij zet de man eruit en rust niet totdat hij in Assen een zakenimperium heeft gevestigd. Marcus Kolpa is een jonge journalist, in Assen geboren, naar Amsterdam verhuisd en in 1980 terug voor een traditionele jaarlijkse bijeenkomst met een vriendengroep. Een van die vrienden is Chaja, de dochter van Noach. Chaja en Marcus lijken voor elkaar bestemd, zoeken elkaar door het hele boek, maar ontlopen elkaar steeds.

Jakob, Marcus, Chaja, hun vrienden en de andere personages in het boek moeten zich voortdurend een weg banen door de tienduizenden motorrijders die aan de vooravond van de TT in Assen zijn neergestreken. Leuke mensen zijn dat niet. Ze zuipen, ze vallen vrouwen lastig, ze slaan elkaar door etalageruiten en een enkele keer schopt een motorlaars tegen een hoofd. Van die buikige kerels die in half afgestroopte leren motorpakken bij hun motor staan op te scheppen, met bierblikjes smijten en hun dronken vrienden in winkelwagentjes door de straten duwen. De soundtrack van het boek is het geronk van motoren, en op gezette tijden slaat de blauwe rook en de geur van verbrand rubber de lezer tegemoet.

Die rook, die brandlucht, die walm – het zijn effectieve verwijzingen naar de hel die Dis is. En als Jakob Noach tijdens de rellen in een portiek wegduikt wordt er ook nog een andere associatie gewekt: het geweld, het leer en de laarzen van de TT-nacht doen Noach denken aan een razzia in de oorlog, ‘toen het schuim ook door de straten spoelde’.

De motorrijders krijgen niet veel reliëf, en dat is natuurlijk ook helemaal niet de bedoeling. Tegen die ‘organismes die handelen naar een diep instinct, zonder gedachten’, steken de zoekende intellectueel Kolpa en zijn vrienden en de getraumatiseerde Noach des te helderder af.

Möring maakt in zijn roman effectief gebruik van het duistere imago dat het motorrijden in groepsverband aankleeft. De verbinding tussen de motor en het kwaad is waarschijnlijk voor het eerst op 4 juli 1947 gelegd, toen een motorclub in het Amerikaanse stadje Hollister in Californië zijn tenten opsloeg en flink aan het zuipen en vechten sloeg. Een artikel in Life vergrootte de affaire uit, en vanaf dat moment was de motorcycle outlaw geboren. Of ze nu Bikers, Rockers of Hells Angels heten, veel goeds was er meestal niet over hen te melden.

Dat gold ook lange tijd voor de motormeute die Assen elk jaar bezocht, maar aan de rellen is een einde gemaakt toen slimme bestuurders bedachten dat je ze met veel kermisattracties en rockmuziek wel koest kreeg.

Dat is gelukt, maar op 27 juni 1980 was het nog niet zover en daarom kunnen de ‘grauwe mensen in hun zwarte motorpakken’ het perfecte contrapunt vormen voor de sombere bespiegelingen van Marcus Kolpa. De enige die uit de leren meute tevoorschijn treedt is Antonia, een Italiaanse motorrijdster die Kolpa nog van vorige TT’s kent. Zonder veel plichtplegingen gaan ze met elkaar naar bed in het hotel waar Kolpa logeert.

Later in het boek komt Antonia nog een keer terug. Ze heeft haar tentje op de camping bij Assen opgeslagen en ontmoet daar een Duitse vriendin, Heike. Bij het kampvuur vertelt Heike over haar huwelijk. Ze is getrouwd met het motorvriendje uit haar jeugd. Maar die is van de ene op de andere dag een brave burgerman geworden. ‘De zware Yamaha Goldwing is verkocht en heeft plaatsgemaakt voor een degelijke BMW.’

Toen brak er iets in mijn motorhart. Motorrijders laten wankelen door de straten, ze door plantsoenen laten rijden – ik heb het ook allemaal gezien. Ze voorstellen als ‘in leer gehulde idioten’, in het belang van de kunst mag het. Maar een Yamaha Goldwing? Die bestaat niet, dat is een Honda.