Jongleren met werkelijkheid

Javier Cercas Foto Jerry Bauer Bauer, Jerry

Javier Cercas: Sneller dan het licht. Uit het Spaans vertaald door Adri Boon. De Geus, 254 blz. € 19,90

Javier Cercas: Motief. Vertaald door Adri Boon. De Geus, 93 blz. € 4,95

Het kernverhaal van Javier Cercas’ jongste roman is snel verteld. De hoofdpersoon Rodney Falk is een progressieve Amerikaan die tegen het eind van de jaren zestig wordt opgeroepen voor militaire dienst in Vietnam. In zijn brieven naar huis blijkt hij gaandeweg een ander mens te worden. Na zijn terugkeer gaat hij de weg van zoveel Vietnam-veteranen. Hij verloedert, weet zich op het nippertje te vermannen en krijgt een aanstelling aan de universiteit van Urbana. Aan het eind van de jaren tachtig sluit hij vriendschap met een jonge Spaanse gastdocent, die in Sneller dan het licht Rodneys Vietnam-verhaal vertelt.

Lang duurt hun vriendschap aanvankelijk niet. Na een semester verdwijnt Rodney spoorloos en krijgt zijn vriend diens brieven uit Vietnam in handen. Een gruwelijk mysterie tekent zich daarin af en jaren later zal hij in Madrid van Rodney zelf horen hoe hij betrokken was bij een massaslachting. Wanneer het incident opnieuw de aandacht van de media trekt, stemt Rodney erin toe voor de televisie zijn verhaal te vertellen en verhangt zich daarna in het schuurtje van zijn huis.

Dit Vietnam-verhaal is al talloze malen verteld en Cercas voegt er niets nieuws aan toe. Sneller dan het licht stelt na diens wereldwijde succesroman Soldaten van Salamis aanvankelijk dan ook teleur. Ook daarin ging het over een oorlog, de Spaanse Burgeroorlog, maar Cercas wist toen de nuances van goed en kwaad wél op een nieuwe manier over het voetlicht te brengen. Zo mogelijk nog fascinerender was zijn vermogen de grenzen tussen waarheid en verdichting op te zoeken en daarmee de vraag op te werpen wat literatuur nu eigenlijk is of zijn kan.

Terwijl er in Spanje (en Duitsland) rond het vermeende revisionistische karakter van Soldaten van Salamis een verwoed debat losbarstte, zal die verdenking aan Sneller dan het licht voorbijgaan. Maar de vraag naar de relatie tussen roman en werkelijkheid is er opnieuw levensgroot in aanwezig. Rond Rodneys verhaal bevindt zich immers in een tweede schil, waarin de vertellende ik-figuur verslag doet van zijn vriendschap, zijn naspeuringen en zijn eigen levensgeschiedenis, die als twee druppels water lijkt op die van Cercas zelf. Ook hij doceerde aan het eind van de jaren tachtig in Urbana en schreef er de sleutelroman De huurder die een paar keer terloops ter sprake komt. Anderzijds blijkt zijn verteller te worden overvallen door plotselinge literaire roem wegens een roman over de Burgeroorlog.

Hoe centraal de relatie tussen literatuur en werkelijkheid voor Cercas staat, wordt ook zichtbaar in de gelijktijdig vertaalde novelle Het motief, die nog van vóór zijn Amerikaanse gastdocentschap dateert. Hoofdpersoon daarin is een ambitieuze schrijver wiens roman over een roofmoord in een flatgebouw maar niet vlotten wil. Om de werkelijkheid tot inspiratiebron te maken, begint hij zijn eigen buren op subtiele wijze aan te zetten tot een roofmoord in zijn eigen flat. Dankzij hun afgeluisterde gesprekken krijgt de roman vanzelf vleugels – totdat een onverwachte wending de ontknoping daarvan ineens de schrijver zelf in het nauw brengt.

Het motief beschrijft op simpele wijze wat in Sneller dan het licht veel uitgebreider wordt uitgewerkt. ‘De verteller lijkt op mij, maar ik ben het niet’, zegt de ik-persoon in die laatste roman tegen Rodney tijdens een gesprek over de roman die later De huurder zal blijken te zijn. ‘Iedere roman is autobiografisch’, beklemtoont Rodney nog eens bij hun Madrileense weerzien. Dat lijkt een té boude bewering, maar voor het werk van Cercas gaat dat ongetwijfeld op.

Ook daarin zoekt de fictie echter tenslotte haar eigen weg. Zo door het succes verloederd als Cercas de verteller van Sneller dan het licht voorstelt, lijkt hij zelf in ieder geval niet te zijn geworden, noch heeft de echte Cercas door eigen schuld zijn vrouw en kind verloren. En wat moeten we uiteindelijk van Rodney denken? Een bevreemdende docent moet er destijds inderdaad op de universiteit van Urbana hebben rondgelopen, zo mogen we opmaken uit de gesprekken die in deze roman over De huurder worden gevoerd. Maar had die werkelijk een Vietnam-verleden, of is hij een een ‘typetje’ van Cercas?

En hoe serieus moeten we die opmerkingen over de sleutelfiguur uit De huurder nemen, als ze gemaakt worden door figuren in Sneller dan het licht en dus op een onbestemd punt tussen waarheid en verdichting? Pas als die vragen opkomen, krijgt de roman zijn meest boeiende, zij het (zoals Rodney mag opmerken) enigszins cerebrale kracht. Door het verhaal over Vietnam en Urbana heen wordt een hallucinerend spiegeleffect zichtbaar waarin elke zekerheid over echt en onecht verzinkt – en de literatuur wordt wat zij wezen moet.