‘Ik zie de trends al jaren van tevoren’

Jan Jansen ontwerpt al 45 jaar schoenen, en is zijn tijd daarbij vaak ver vooruit.

Zijn ontwerpen zijn niet voor de massa, maar voor artistieke figuren.

Jan Jansen ontwerpt excentrieke schoenen: muiltjes met stalen gebogen hakken, schoenen met doorzichtige zolen, schuine ritsen, geplooide flappen, en zwevende hakken. Foto Thomas Donker Donker, Thomas

Zwarte lakschoenen droeg hij overdag in de kerk tijdens zijn communie. ’s Avonds thuis aan het diner had hij witte kalfsleren schoenen aan. Ze kwamen van de schoenenfabriek Nimco in Nijmegen, waar zijn vader verkoopleider was. „Beide paren vond ik niet mooi”, vertelt schoenontwerper Jan Jansen (Nijmegen, 1941) aan zijn bureau op de derde verdieping van een pand aan het Rokin in Amsterdam. Aan de muur hangen tal van ontwerpschetsen. Beneden is Jansens winkel, boven woont hij.

„Het waren keiharde planken”, zegt Jansen over de schoenen van vroeger. „Ik vroeg mijn vader of die dingen niet wat soepeler en zachter konden. Maar volgens hem was dat niet goed voor de ontwikkeling van de kindervoet.” Aan de muur hangt ook een foto van zijn vader, gemaakt voor de fabriek.

Als jongetje werd hij al „gepakt door schoenen”, zegt Jansen. Waarom? „Geen idee. Misschien omdat ze je een zelfverzekerd gevoel geven. En veilen en schuren, dat spreekt me aan, dat is een gevoel.”

Jansen leerde het ambacht op een vakschool en bij een damesschoenenfabriek. Op de Design Academy in Eindhoven kreeg hij zijn opleiding industriële vormgeving. In een schoenenatelier in Rome leerde hij vervolgens „het echte handwerk”. „De eerste dag was ik op zoek naar de schuurmachine, maar die gebruikten ze daar helemaal niet. Er stond alleen een tafel met een bakje spijkers, wat messen en lijm.”

Jansen schreef alle handelingen van de medewerkers op in een boekje. ’s Avonds leerde hij alles uit zijn hoofd.

Zonder die stage had Jansen nooit kunnen maken, wat hij nu maakt, zegt hij zelf. Hij wijst naar de dunne zijkant van het voetbed van een pump. „Met de hand, hè, dat zie je meteen.” De schoenen van Jansen zijn excentriek: muiltjes met stalen gebogen hakken, schoenen met doorzichtige zolen, schuine ritsen, geplooide flappen, spitze neuzen, plateau zolen, zwevende hakken en gekleurde schoenen met veters. Het zijn kunstwerken.

Jansen noemt zijn schoenen tijdloos. Niet omdat zijn creaties zo simpel en degelijk zijn dat je ze over vijf jaar nog steeds aankunt, maar omdat je niet kunt zeggen wanneer hij ze gemaakt heeft. Een moderne futuristische schoen fabriceerde hij bijvoorbeeld dertig jaar terug; een old-school-model is van vorig jaar.

Net als zijn schoenen is Jansen zelf ook een opvallende verschijning. Vandaag is hij gehuld in blauw en paars. Hij draagt een overhemd met links strepen en rechts ornamenten, en een grijs jasje met paarse en blauwe stippen. Door zijn pofbroek vallen zijn zelfgemaakte schoenen met bespoten ponyhaar goed op.

Jansen laat zich niet leiden door trends. „Ik ben de trends ver vooruit. Ik zie dingen jaren van tevoren al aankomen.”

De Amerikaanse ontwerper Cole Haan, maker van de Nike Air schoenen, heeft nu hakken ontworpen met een voetbed van hetzelfde gympenmateriaal. Oprah Winfrey zweert erbij. Jansen pakt een muiltje met hoge hak en wijst naar een dikke laag schuimrubber: „Zie je? Dat concept had ik jaren geleden al.” Erg knap, maar niet handig. Want als ontwerpen eenmaal trendy zijn, gaan fabrikanten er met het model vandoor om het in enorme oplagen te produceren. Dat is Jansen heel vaak overkomen, vertelt hij. „Maar het went. En als gezinnen in Azië er een jaar van kunnen eten, vind ik dat prima.”

Grote namen pakt hij wel aan. Zoals anderhalf jaar geleden, toen Armani een schoen namaakte en Jansen naar de rechter stapte. „In de schoenendoos zat zelfs een certificaat van originaliteit. Dat ging me te ver.” Jansen won de zaak.

Zelf heeft hij zijn schoenen nooit in miljoenenoplagen verkocht. „Ik heb niet de juiste organisatorische en zakelijke hulp gehad om dat te bereiken.” Maar Jansen is er ook niet mee bezig. Hij maakt wat hij mooi vindt. Wat in zijn hoofd opkomt, tijdens het autorijden of onder de douche. En hij is van een generatie die, zo zegt hij, zich niet bezighoudt met een marketingplan of een doelgroep. „Ik denk niet commercieel. Ik doe eigenlijk maar wat.”

De schoenen van Jansen zijn waarschijnlijk ook te opvallend en te duur voor het ‘gewone’ publiek. Het is geen confectie. De klanten van Jansen zijn artistieke figuren, kunstenaars en architecten. Zijn grootste commerciële succes had Jansen in 1969 met de Woody, een klompachtige schoen die in een oplage van 100.000 werd verkocht. Een schoen die nauwelijks verkocht („je kan er bijna niet op lopen”) was een muil van bamboe uit 1973. Maar daar haalde Jansen wel wereldwijd de kranten mee.