Het land was van ons, het land is van ons

Landmeters zijn bezig de erfenis van de apartheid op te ruimen.

Op de boerderij van Mark Chennels komen ze net te laat. De opzichter is al vermoord.

Een Zuid-Afrikaanse familie, thuis. Foto Corbis, David Turnley ca. 1990, Zululand, South Africa --- A family rests in their small hut. The father lights his cigarette using a smoldering stick. --- Image by © David Turnley/CORBIS Corbis

Stofwolken achtervolgen de terreinwagen van de ambtenaren van het Zuid-Afrikaanse ministerie van Landzaken. Met kaarten en kompassen stuiven ze van de ene uithoek naar de andere van deze vallei in de zweterige KwaZulu Natal provincie. Grenspalen zoeken ze, om „voor eens en voor altijd” vast te stellen wie de rechtmatige eigenaar is van dit betwiste stukje land. De blanke eigenaars van de New Venture Farm, groothandelaar in citrusvruchten? Of toch de 250 zwarte bewoners wier huisjes er staan, koeien er grazen, en gewassen er groeien?

Hoe hard de landmeters ook rijden, ze zijn te laat. Kenneth Eva (55) is al dood. Op dezelfde plek waar de ambtenaren nu over grote kaarten staan gebogen, werd de manager van de New Venture boerderij op 9 januari doodgeknuppeld. Hier werd zijn verstijfde lichaam teruggevonden, de armen nog voor zijn gezicht, naast zijn uitgebrande pick-up. Hij stierf in een regen van stokslagen.

Al eeuwen wordt er bloed vergoten over dit land. De Britten tegen de Zulu’s. De Zulu’s tegen de Afrikaners. De Afrikaners tegen de Britten. Grootgrondbezitters tegen keuterboeren. De dood van Kenneth Eva legt het onvermogen van de Zuid-Afrikaanse overheid bloot om met wetgeving uit een nieuw tijdperk dat bloedvergieten te stoppen.

Kenneth Eva was die ochtend in zijn pick-up naar het land achter de citrusbomen gereden. Dat gebeurde op uitnodiging van de 250 „landbezetters”, zoals de directeur van het kartel dat de New Venture Farm in 1998 overnam, ze noemt. „Hij had daar nooit alleen naar toe mogen gaan”, zegt Mark Chennells. „Hij was al eens met de dood bedreigd.”

Al ruim acht jaar broeit het tussen de eigenaar en de bewoners van de Esibhonsweni-gemeenschap. Ruim een half jaar nadat Chennells de boerderij had gekocht, ontdekte hij huizen op het land achter de citrusbomen. De bewoners daarvan dienden, net als 79.000 andere landloze Zuid-Afrikanen, een claim in bij een speciale landcommissie. Die commissie beslist of zwarte Zuid-Afrikanen in de afgelopen eeuw oneigenlijk van hun land zijn gedreven door apartheidspolitiek. De commissie wees de claim af, maar de bewoners bleven. Ze werden aangemoedigd door lokale traditionele leiders (induna’s) die beweerden dat de grenzen van de New Venture Farm incorrect waren vastgesteld. Zes onderzoeken van landmeters die het tegenovergestelde beweerden, haalden niets uit.

Toen in 2005 een uitzettingsbevel van de rechter ook niet hielp, sloopten knechten van de New Venture Farm onder toezicht van de politie 30 huizen. Vier inwoners stierven in de maanden die volgden in de buitenlucht. Aan de gevolgen van de kou, zeggen de bewoners. Aan de gevolgen van aids, zegt de boer. Sindsdien is het oorlog in de Nkwaleni-vallei.

„Kenneth Eva kwam die ochtend met een brief die was gericht aan ‘de landbezetters’”, zegt dominee Buthelezi. Buthelezi leidde die dag het gesprek tussen de manager en de gemeenschap. „Hij stelde allerlei eisen. Hij wilde dat we huur gingen betalen voor de koeien, en de gewassen op zijn land. Hij dreigde onze huizen te slopen. Hij sprak luid en agressief. Mensen werden bozer en bozer. Toen stond hij ineens op. Ik heb hem nog gewaarschuwd: Blijf nou hier, praat het met ons uit. Toen ging het mis.”

Wie de knopkirie (Zuid-Afrikaanse gevechtsstok met knots) op zijn hoofd kapot heeft geslagen, kan Buthelezi niet zeggen. „Ik keek net de andere kant op.” Net als de 250 bewoners die nu in de tent luisteren naar het verhaal van de ambtenaar van het ministerie van Landzaken. Een tent vol verdachten. Niemand is gearresteerd. „De eerste getuige die zijn mond opentrekt is dood”, zegt directeur Chennells. „Zo werkt het hier.” Bovendien zouden sommige leden van de lokale politiemacht tot de landbezetters horen.

Zo broeierig is de sfeer in KwaZulu Natal. Land is leven in deze provincie, misschien wel de vruchtbaarste in heel Zuid-Afrika. Landclaims maken de aloude blanke eigenaren onzeker. Alleen in de Nkwaleni-Vallei verkochten zeven van de vijftien boeren de afgelopen jaren hun land. Anderen ontruimen haastig hun land en beginnen een wildpark. Sinds 1993 dreven boeren meer dan een miljoen zwarte werknemers van hun land, uit angst dat ze het land zouden claimen.

Actiegroepen hebben hun handen vol aan claims van misbruik door boeren. „Huizen worden gesloopt, water en elektriciteit worden afgesloten, er zijn allerlei tactieken van boeren om de bewoners van hun land weg te treiteren”, zegt Lisa del Grande van de adviesgroep Association for Rural Advancement. „Tegelijkertijd zijn de verwachtingen sinds het einde van de apartheid ontzettend hoog gespannen. Veel zwarte plattelandsbewoners gaan er vanuit dat er een historisch recht bestaat, zelfs als de rechter of de Land Claims Commission zegt dat het niet zo is.”

De ambtenaar van het ministerie van Landzaken stapt in zijn terreinwagen. Hij belooft spoedig terug te komen met de resultaten van zijn landmetingen. „Waarom komt hij nu pas?”, vraagt de traditionele leider, Inkosi Zulu, die het hele tafereel onder een boom heeft gadegeslagen. „Mijn mensen slapen niet meer. Ze zijn bang dat de blanken terugkomen om wraak te nemen.”

„Waarom komt hij nu pas?”, zegt de blanke boerderijmanager die het lijk van Kenneth Eva vond op 9 januari, en anoniem wil blijven. „Ik slaap met vier bewakers voor mijn deur. Maar geld om hier weg te gaan heb ik niet. Dit is nu mijn gevangenis.”