Helden, onze mannen!

Het is niet makkelijk voor gemeentebesturen om de brandweer te leiden.

Het gevolg: het gaat niet zo goed met de brandweer in Nederland.

In het kunststofverwerkend bedrijf Mecari Plastics in Raamsdonksveer woedde vorig jaar maart een zeer grote brand. Door de vrijkomende rook moest rijksweg A27 (Breda-Utrecht) in worden afgesloten. Foto Merlin Daleman Mecari Plastics BV in brand. A 27 is afgesloten. Raamsdonkveer. 01-03-05 © Foto Merlin Daleman Branden Brandweer Daleman, Merlin

‘Onthutsend’. Het is een woord dat je niet zo gauw verwacht aan te treffen in een officiële publicatie van de Inspectie voor Openbare Orde en Veiligheid, IOOV.

Maar in het rapport ‘Bestuurlijke aansturing van de brandweerzorg’, dat binnenkort wordt gepubliceerd, staat het toch echt.

Reden? De gemeenten nemen hun taak niet serieus genoeg. En in Nederland zijn díe verantwoordelijk voor de brandweer.

Een voorbeeld. De IOOV wilde weten hoe het gesteld was met de opkomsttijd, dat is de tijd die ligt tussen de eerste melding en de aankomst van de brandweer.

Wat bleek? Zestig procent van de ondervraagde gemeenten hield dat niet bij. „Terwijl dit elementaire bedrijfsgegevens betreft”, schrijft de IOOV, bijna beduusd.

Don Berghuijs, directeur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, is minder verbaasd. Op de drieëntwintigste verdieping van het World Port Centre, aan de Rotterdamse Wilhelminapier, praat Berghuijs over de conclusies van het rapport. Ook de inspectie sprak ten behoeve van het onderzoek uitvoerig met de voormalig brandweercommandant.

Berghuijs vertelde hun dat gemeentebesturen „vaak de mond vol hebben” van het belang van ‘lokale inbedding’ van de brandweerzorg. Maar in de praktijk, zei Berghuijs, laten gemeenten de brandweer links liggen.

Gisteren zei hij: „De brandweer maakt niet echt deel uit van de gemeentelijke organisatie. De gemeenteraad debatteert bijvoorbeeld niet over de kwaliteitseisen waaraan de brandweer moet voldoen.”

Brandveiligheid, preventiebeleid, opkomsttijden: gemeenteraadsleden weten er volgens hem nauwelijks iets van. Berghuijs: „Met als gevolg dat men denkt dat het wel goed gaat met de brandweer. En dat gemeenteraadsleden trots kijken naar heroïsche televisiebeelden van brandweerlieden die een uitslaande brand blussen: ‘onze mannen’ zijn op het journaal! Maar niemand vraagt zich af of die brand voorkomen had kunnen worden.”

Maar niet alleen gemeenten schieten tekort, volgens Berghuijs. Vaak weten brandweerkorpsen ook zélf niet of ze hun taken wel aankunnen.

Dat komt: in grote steden bestaat de brandweer uit professionals, maar in kleine plattelandsgemeenten wordt de ruggegraat van de brandweer nog steeds gevormd door vrijwilligers. Berghuijs: „En het is de vraag of die brandweerkorpsen voldoende zelfkritiek hebben om te zeggen: dit is voor ons te ingewikkeld”.