Griekse en Latijnse namen

In haar recensie van mijn boek Oorlogsmist (19.01.07) vraagt Herien Wensink welk systeem er zit in mijn weergave van oud-Griekse namen. Ruwweg bestaan er twee systemen: min of meer letterlijk translitereren, zoals in de Germaanse talen gebruikelijk is (bijv. Theokritos), en latiniseren, zoals gebeurt in de Romaanse talen en het daarop geënte Engels (Theocritus). Sinds 1968 is transliteratie in opkomst en bij de uitgeverij die mijn boeken uitgeeft, Athenaeum - Polak & Van Gennep, geldt het als huisregel. Er pleit veel tegen het latiniseren, tenzij we te maken hebben met een Griekssprekende die zélf een Latijnse naam voerde. De historici Flavius Josephus (die eigenlijk Josef ben Matityahu heette) en Flavius Arrianus (Xenofon) waren er fier op het Romeinse burgerrecht te bezitten en wilden dat laten merken ook. Een Latijnse vorm lijkt dan toch meer op zijn plaats.[...]

Er ontstaan problemen als er andere talen bij komen. De beroemdste koning van Babylonië wordt aangeduid als Nebukadnessar, hoewel hij Nabu-kudurri-usur heette. Niemand heeft ooit geopperd dat te translitereren, en dat viel ook te verwachten. Wie neigt tot translitereren, moet eerst de brontaal kennen, en aangezien meer mensen het oud-Grieks beheersen dan de oude Semitische talen, is er minder discussie over de weergave van oosterse namen.

Nu we digitale bibliotheekcatalogi hebben waarin dezelfde auteur eenvoudig onder verschillende namen kan worden opgenomen, lijkt een eenduidig systeem mij minder noodzakelijk dan ooit. De wens doet mij denken aan de klucht rond de Spellingswet, waarvan men zich ook kan afvragen voor welk probleem ze de oplossing was.

Jona Lendering, Amsterdam (volledige tekst op www.nrc.nl/boekenblog)