Ging de tafel echt mee?

De Kamer sprak gisteren met informateur Wijffels .

Het werd een lacherige, korte bijeenkomst.

De parlementaire afhandeling van de informatie tussen CDA, PvdA en ChristenUnie had een debat over de werkwijze van informateur Herman Wijffels (CDA) moeten zijn. Maar het werd een lacherige bijeenkomst van nog geen drie kwartier .

Een meerderheid van de Tweede Kamer wilde graag in debat met de informateur. Dat wil zeggen: de drie beoogde coalitiepartijen, CDA, PvdA en ChristenUnie stonden achter het debat van gisteravond.

Al snel bleek dat de rest van de Kamer helemaal geen zin had in zo’n debat. De partijen die straks, als het kabinet Balkenende IV is aangetreden, de oppositie gaan vormen, zagen het als gratis reclamezendtijd voor de beoogde coalitie. Een debat over de regeringsverklaring komt nog, over een paar weken. Ministers zijn er nog niet, er ligt alleen een concept-regeerakkoord. Het debat van gisteravond mocht alleen over de werkwijze van de informateur gaan.

Toch is een debat als dat van gisteren een belangrijk recht van de Tweede Kamer, zei fractievoorzitter André Rouvoet (ChristenUnie) tegen de oppositie. Het is de enige keer dat de Kamer kritische vragen kan stellen aan de door de koningin benoemde informateur. Maar het bleef een debat tussen de informateur en de drie onderhandelaars, die immers ook fractievoorzitter van hun partij zijn.

PvdA-leider Bos gebruikte zijn bijdrage om er nog eens op te wijzen dat de PvdA alle vooraf gestelde cruciale doelen heeft binnengehaald. Ook premier en CDA-onderhandelaar Balkenende bleek dik tevreden. In het akkoord was de missie van het CDA goed terug te zien: „respect, naastenliefde en verantwoordelijkheid”.

De partijen die straks de oppositie vormen, hielden hun bijdrage beperkt tot een paar complimenten aan Wijffels. „Voor de beleefdheid”, zeiden ze vaak. SP-leider Jan Marijnissen vond het sneu voor Wijffels als hij zonder vragen weer zou moeten vertrekken. Hij stelde twee vragen: „Is het waar van die tafel? En bent u over een jaar weer beschikbaar?”

Wijffels beantwoordde beide vragen met ‘ja’. Tenminste: als Marijnissen met die vraag over de tafel het gerucht bedoelde dat de onderhandelingstafel iedere keer met de onderhandelaars meereisde. En hij wilde nog even zeggen dat hij niet dacht dat hij over een jaar alweer nodig zou zijn, maar hij zou natuurlijk weer beschikbaar zijn.