‘Een vrij links mannetje’

Cabaretier André Manuel staat bekend om zijn negatieve wereldbeeld en zijn bijtende grappen. Maar in zijn tiende show ‘Burger’ is zowaar een ‘nieuwe, vrolijkere’ Manuel opgestaan.

André Manuel foto Vincent Mentzel ndre Manuel,cabaretier,musicus foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Gouda,19 januari 2007 Mentzel, Vincent

Een uur voor aanvang arriveert André Manuel (1966) in het Koningstheater in Den Bosch. Hij oogt als een verlopen rockster: verwilderd haar, afgetrapte jeans, notebookrugzak, plastic tasje en een verfrommeld gezicht, waar hij langdurig overheen wrijft. Ik heb geslapen in de auto, verklaart hij.

Met voorbereiden is Manuel snel klaar. Hij loopt over het podium naar achteren, waar een kleine kleedruimte is. Uit de koffer komt een schoon singlet en een clownspak. Van een rol hansaplast knipt hij vier kleine stukjes. Dan laat hij zijn zender op zijn rug onder zijn shirt glijden en plakt de microfoon op zijn wang. „Voor de voorstelling kijk ik meestal dvd’s”, zegt hij. „Soms het journaal, maar hier is geen tv.” De notebook is er om dvd’s op te kijken – ook in de auto. Op de tafel ligt een Soprano’s-box. „Het liefst kijk ik goedkope horrorfilms uit het begin van de jaren zeventig. Die werden vaak gemaakt door muzikanten die een excuus zochten voor het maken van een soundtrack en dan de film erbij deden.”

Dit is de tweede van drie avonden in dit theater. Gisteren ging het goed, zegt hij. Fijn publiek, in Den Bosch. Hij is niet blijven overnachten. Rijden vanuit Diepenheim in Twente, met achter het stuur zijn broer, ook geluidsman en lichttechnicus, is een vaste gewoonte. „Anders wordt het toch weer een drinkgelag.”

Hij loopt weer de zaal in en staart naar wanden van de zaal, die volhangen met gezondagsschilderde portretten van collega’s. Hij hangt er niet tussen. „Als ik dat zou willen, zou ik wel gaan bellen.” Met zijn karakteristieke duivelse grijns, die voortdurend terugkeert ter inleiding of afronding van een stekelige opmerking: „Het lijkt niet echt, hè.” Zo mild is Manuel zelden op het toneel. Manuel is een keffertje, een vindingrijk bespeler van de ongemakkelijke grinnik. In Burger, zijn tiende show is de running gag dat er een ‘nieuwe, positieve’ Manuel is opgestaan. Dat geeft de kans om te beweren dat ‘de vroegere Manuel’, die zo pessimistisch en negatief was, dit niet zou hebben gezegd. En dat ook niet. Enzovoort.

De toon is dus vanouds bijtend: in navolging van de dansen-op-ijs-shows heeft hij een programma-idee: ‘Sterren stappen op landmijnen!’ Over fosforbombardement in Irak: handig, want dan kun je je kind makkelijk terugvinden in het donker, omdat het oplicht. Voordat je mond weer dichtklapt, zegt hij olijk: ‘Jaja, de avond zit vol met zulke leuke dingen!’ Het publiek huivert en lacht.

De cabaretier geniet ook bekendheid als zanger van de groep Krang, maar de enige beperking die hij zichzelf heeft opgelegd bij zijn jubileumvoorstelling is dat hij geen liedjes zou zingen. Toch klinkt er muziek aan het begin, op band. Als Manuel vervolgens opkomt, moet het publiek gaan staan en meezingen, nog onwetend wat voor man ze in de armen sluiten. Een week later, voor een voorstelling in Gouda, legt Manuel uit waarom: „Ik spreek direct af er een leuke avond van te maken. Ik maak de mensen in de zaal medeplichtig.”

Medeplichtig aan zijn provocaties. Zo stelt hij dat het strekken van de rechterarm voor je uit een prettige lichamelijke beweging is. Manuel: „Dat stukje leid ik in door te zeggen dat we de geschiedenis van het gebaar moeten vergeten en alleen naar de vorm moeten kijken. Doe maar, voel maar. In Den Bosch was er iemand die er helemaal niet tegen kon; dat vind ik dan weer leuk.”

Daar mikt Manuel op: de ongemakkelijke sfeer die ontstaat als hij de Hitler-groet van zijn historische ballast probeert te ontdoen en het publiek er zo op wijst dat ze star en geconditioneerd zijn. „Dan moeten mensen gaan kiezen. Sluiten ze zich bij de artiest aan of bij de verontwaardigde toeschouwer? Zulke momenten zijn mooi in het theater. Theater dat conflicten veroorzaakt, wordt bijna niet meer gemaakt. Er is vooral amusement.”

Amusement zoals gemaakt door Guido Weijers, die een eindejaarsconference hield op SBS6. „Naar zo’n Weijers kijken zo’n 1,2 miljoen Nederlanders en die geven daar een vrij hoog cijfer aan. Commercieel cabaret, dat alleen bestaat omdat het handel is.”

Zelf wil hij cabaret maken vanuit zichzelf, politiek, geëngageerd, links. „Ik ben een vrij links mannetje.” Op zijn columns voor de IKON krijgt hij veel getergde reacties. „Op internet zijn er dan stemmen die roepen dat je behoort tot de linkse, fascistische kerk.” Grijns: „Zo langzamerhand begin ik me daar zeer aangenaam bij te voelen.”

Links zijn is voor Manuel in de eerste plaats solidair zijn. „Met Talibaan die opgesloten zitten op Guantánamo Bay bijvoorbeeld.” Maar ook met de vrije Talibaan in Afghanistan? „Waar wij tegen vechten in Uruzgan, dat zijn niet allemaal terroristen, dat zijn ook geronselde boeren. Dat is het probleem van de heldere agenda van de Amerikanen: wie niet voor ons is, is tegen ons. De regeringen van de afgelopen jaren lopen daar toch vrij mak achteraan.”

Een cabaretier kan weinig veranderen, maar Manuel wil zich niet neerleggen bij de misstanden die hij signaleert. Zijn oplossing: harde grappen. Voortdurend moeten de moslims het ontgelden. Zo zegt hij: „Moslims hebben vaak een te kort lontje, hoor je wel. Maar ja, een lang lontje valt te veel op.”

Manuel: „De islam is absoluut gediend met harde grappen. Moslims nemen zichzelf veels en veels te serieus. In mijn voorstelling zeg ik gekscherend dat bij invoering van de sharia mannen er alleen op vooruit kunnen gaan, en dat is ook zo. Maar ik ben toch bereid vanuit mijn altruïsme en solidariteit met vrouwen de islam daarop aan te vallen.”

Net zo hard zet hij zich af tegen de verwording van westerse vrijheden. „Dat wel, maar ranzige cultuur is ook cultuur. Dat er commerciële uitwassen zijn, is een succes. Dat betekent dat een maatschappij vrij is. Hoe openlijker er porno wordt verkocht, hoe vrijer een land is.”

Voor hem is dat een fase van „ontwikkeling”, met „rommel” om je tegen te verzetten. „Religie is een doodlopende weg.” Dus moeten moslims zich aanpassen, zegt hij. „En de Nederlanders moeten zich aanpassen aan de immigranten. Door ze te laten meedoen aan arbeid, cultuur, televisie.”

‘Het is niet de grap die misselijkmakend is, maar dat amateuristische gehak in dat lichaam’, zeg je in de voorstelling. Is dat voorbehoud noodzakelijk om je humor aanvaardbaar te maken?

„Het gaat mij niet om een voorbehoud. Ik heb mij enorm geërgerd aan het debat na de moord op Theo van Gogh. Te veel mensen zeiden: Theo had zijn toon misschien moeten matigen. Dat was echt een mes in zijn rug. Hij provoceerde, maar dat is volgens mij de taak van iedere kunstenaar. Maar als er één iemand was de dialoog aan ging, dan was hij het. Hij was de eerste Nederlander die een serieuze tv-serie maakte over de problemen tussen Nederlanders en Marokkaanse jongeren: Najib en Julia.”

Ook om te laten zien dat verbroedering onmogelijk is.

„Geen moment in de serie voert haat de boventoon. De communicatie faalt, maar dat is ook in zijn eerdere werk zo. Dat is een artistieke keuze; eigenlijk het verhaal van zijn leven.”

Provoceren moet?

„Wel als je een starre godsdienst wilt liberaliseren.”

Een tweede voorbehoud maak je door te zeggen: ‘Als ik spreek over moslims, bedoel ik natuurlijk fundamentalisten. Dat u niet denkt dat ik ze over één kam scheer.’

„Vind ik zelf een leuk grapje. Het zijn geen schapen.”

Wat moeten de gewone moslims? Zich niet aangesproken voelen?

„Nee. Goed luisteren. Ik neem het in de voorstelling ook voor ze op. Ik zeg dat er een aanval is op de islam op dit moment, dat ze gezocht worden als vijand.”

Waarom komen jouw programma’s niet op televisie?

„Er is wel sprake van geweest, maar dan zegt de VARA: ‘Dat stukje niet, en dat stukje niet.’ Dat is natuurlijk onzin. Als ze het willen uitzenden, dan een compleet programma.”

Critici schrijven dat je timing beter wordt, dat je je rustpunten beter kiest.

„Ik vind de critici ook steeds beter worden! Nee, daar ben ik helemaal niet mee bezig.”

Hoe komen je grappen tot stand?

„Ik improviseer. Elke grap begint met een constatering. Je hebt iets gezien waar je wat over wilt zeggen. Grappen kun je maken door veel te weten, nieuwsgierig te zijn. Als je de conspiracy-theorieën over 9/11 volgt dan stapelen de grappen zich op.”

Je maakt ook rare combinaties. Je zegt: ‘600.000 doden in Irak. Dat is 200 Twin Towers vol.’ En terwijl we daarover nadenken: ‘Er is ons schitterende televisie door de neus geboord!’

„Dat is mijn zieke geest. Dat is een wezenlijk onderdeel van humor: de dingen in het absurde trekken. Helemaal gek is het niet om de oorlog die veroorzaakt is door torens terug te voeren tot die torens. Je ziet ook niks van die oorlog in Irak met embedded journalism. De grap is ook dat Amerikanen die oorlog niet ook nog eens op televisie willen gaan verliezen.”

Je improvisaties en onderliggende ernst maken dat je veel wordt vergeleken met Freek de Jonge.

„Ik kan er niet veel mee. Mijn theater is op een wezenlijke manier anders. Mijn toon is veel harder. Uitzichtlozer, realistischer.”

Voor jou is niets heilig?

„In principe zijn er voor mij meer zaken heilig dan voor een gelovige. Het menselijk lichaam is heilig voor mij. Ik zou nooit iemand de strot door kunnen snijden.

„Als een opvatting heilig wordt, loopt het uit de hand. Dat zijn ook de mooiste onderwerpen. Dan kan ik op de tenen gaan staan die het meeste zeer doen: het geloof in een profeet of het geloof in de vrije markt. Nederlanders zijn goed te pakken als je aan hun dagelijkse genot komt, aan hun consumptie. Leg Nederlanders een week droog...” Grijns.

Erger je je aan Nederlanders?

„Nee. We zijn een klein landje, maar hebben een gigantisch grote bek. Ik hou wel van die mentaliteit. Wat mij wel ergert, is dat het eigenzinnige Nederlandse verdwijnt. Dat we ons steeds meer aansluiten bij grote stromingen, dat we de terugkeer van het christendom omarmen.”

Is jouw aanpak te typeren met de uitspraak van Louis-Paul Boon: ‘Schop de mensen tot ze een geweten krijgen’?

„Nou, ik ben niet moraliserender dan een ander. Mijn humor is te zwart om een moraliserende functie te hebben. Het maken van hele harde, smerige grappen levert enorm veel plezier op, ook bij mij. Er zit veel antimoraal in mijn werk. Ik vertel je: als je die kant op loopt, gaat het zeker mis.”

‘Burger’ van André Manuel. Tournee t/m 25 mei. Zie: www.maneman.nl.