De twee gezichten van PvdA-Kamerlid Hamer

In de tweede helft van de jaren `70 studeerde ik aan de Vrije Leergangen van de Vrije Universiteit in Amsterdam, de lerarenopleiding. Een van mijn medestudenten was mevrouw Hamer, tegenwoordig Kamerlid voor de PvdA. Mevrouw Hamer was vooraanstaand lid van één van de studentenpartijen die streden om de gunst van de studerende kiezer aan de Vrije Leergangen. De partijen die aan deze verkiezingen deelnamen, hadden opvallende overeenkomsten. Ze waren `vooruitstrevend` dan wel `progressief`, het taalgebruik was abominabel, en het voornaamste bezwaar tegen de zittende macht (docenten en bestuur) was dat die over meer kennis beschikte en `geoliede bekjes` (dit bedenk ik niet hier, dat stond in een van de verkiezingsmanifesten) had: dit leidde tot schandelijke machtsongelijkheid en daaraan moest iets worden gedaan.

De voorstellen tot opheffing van deze schandelijke machtsongelijkheid kwamen onveranderlijk op hetzelfde neer: vermindering van kennis. Dé steen des aanstoots was alles wat naar `studieverzwaring` rook, hét tekort was immer gebrek aan `vaardigheden`. Studenten werden `zwaar belast` (dat sloeg altijd op leren) en er waren natuurlijk altijd te weinig `compensaties`.

En nu wil de PvdA bij monde van mevrouw Hamer een parlementair onderzoek naar het falende onderwijsbeleid van de afgelopen decennia waarvoor een niet gering aantal PvdA-ministers, staatssecretarissen en fracties, met als woordvoerder voor Onderwijs mevrouw Hamer, verantwoordelijkheid hebben gedragen en (natuurlijk, zou ik haast zeggen) haast men zich weer om te beweren dat het bewijst dat de PvdA tot inkeer dan wel inzicht is gekomen. Maar misschien valt er meer wijsheid te putten uit de befaamde woorden van een van de hoofdfiguren uit Tomasi di Lampedusa`s magistrale roman De Tijgerkat, Tancredi: ”Als we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles anders worden.”