De hippodroom

Beter dan een kunstwerk is een dier in staat de verbrokkeling en vervluchtiging van de openbare ruimte te doorbreken. Door het uitlokken van sentimenten, spel en conflicten. Als schrijver Dirk van Weelden zijn visionaire zin krijgt, komt er een hele kudde, die Vinex-wijken, meubelboulevards en oude stadsharten doorkruist. Robotpony’s die de natie verenigen.

Spreken over het verlangen naar de straat en kunst in de openbare ruimte is een vak op zichzelf. Kunstenaars, kunstfilosofen, cultuurbeschouwers, politiek denkers en critici beoefenen die bezigheid zeer ijverig. Maar ik ben een schrijver. Ik kan en wil niet spreken als een kunstcriticus of een cultuurfilosoof. Maar wat wil dat zeggen?

Het gevaar van een literaire benadering is dat de schrijver zijn hoogstpersoonlijke kunstbeleving verwoordt en zichzelf dan meestal portretteert als de gevoelige en intelligente zegsman van een kunstopvatting, die in het licht van de huidige problematiek tot niet meer dan schouderophalen aanleiding geeft. Of hij produceert een geestig of ontroerend fictief verhaal dat geheel in zichzelf besloten blijft en min of meer toevallig over kunst, kunstenaars of de openbare ruimte gaat. Mooi, boeiend misschien, maar geen bijdrage aan het debat.

Wat ik verzonnen heb is een product van fictie. Maar het is een directe reactie op het ‘verlangen naar de straat’. Dat bestaat sinds de kunst modern wil zijn en zich zowel wil warmen aan de grote stad als er iets aan toevoegen – van de surrealisten en Andy Warhol tot de Britse graffiti-kunstenaar Banksy. Het is geen verhaal, maar een model. Of beter nog een voorstel voor een groot nationaal project dat wetenschappers, technici, kunstenaars, curatoren, kunstambtenaren, maar ook lokale bestuurders en zeer verschillende bevolkingsgroepen laat samenwerken.

Het is geen ontwerp voor een kunstwerk, maar een plan dat kunstwerken mogelijk maakt. Heel verschillende kunstwerken, van vele kunstenaars. Mijn model kan monumentale en poëtische kunstwerken opleveren, maar ook evenementen en interventies. Ook dichters, schrijvers en musici kunnen erin betrokken worden. En het is bovendien onmogelijk zonder de deelname van allerlei publieken. Direct en lijfelijk, maar vooral door middel van een gemeenschap op het internet.

Niets stimuleert zo goed de

vindingrijkheid en het vermogen tot samenwerking met leden van andere disciplines en groepen als een probleem. Wat ik voorstel zal enorme technische, sociale, artistieke, ambtelijke en bestuurlijke problemen oproepen en dat maakt nu juist het artistieke en publieke potentieel ervan uit. Ik stel voor dat er honderd miljoen euro wordt vrijgemaakt om een organisatie op te richten die zich ten doel stelt een Nederlandse, 21ste-eeuwse, kunstmatige, vrije en onschendbare diersoort te ontwikkelen. Een kudde van, zeg, 33 robotpony’s, die door Nederland kunnen zwerven. Beschermde dieren, die met net zoveel gemak kunnen verschijnen op schoolpleinen in hartje Den Haag, als in de uiterwaarden van de IJssel of op het Kwakoe-festival in de Bijlmer.

Robotpony’s, dat wil zeggen dat ze een schofthoogte hebben van ongeveer een meter dertig, vier benen, een hoofd, een staart en een vacht. Maar aan hun ogen, oren en mond is te zien dat het geen biologische wezens zijn. Ze bewegen zich met hetzelfde gemak als natuurlijke pony’s, in eenzelfde kinetisch idioom, maar voorzien in hun energiebehoefte door zonnecellen, biogas (ze grazen dus wel) en een brandstofcel.

Dynamo’s in hun bewegingsapparaat zorgen ervoor dat er zo min mogelijk energie verloren gaat en hun batterijen door hun bewegingen weer worden opgeladen. Hinniken doen de robotpony’s niet. Ze neuriën speciaal voor de kudde geschreven liederen. De organisatie die de kudde ontwikkelt en beheert (noem ik vanaf nu de Basis) heeft een eigen website waarop mensen liedjes kunnen uploaden. Maar ook musici en geluidskunstenaars kunnen al dan niet voor speciale locaties of gelegenheden de luidsprekers van de pony’s doen klinken. Stelt u zich voor dat de kudde op Tweede Paasdag een meubelboulevard opdraaft en een geluidskunstwerk ten beste geeft, waarin het gezang van Pygmeeën, het geluid van het tropisch regenwoud en elektronische muziek verwerkt zijn. Dichters kunnen gedichten schrijven voor bepaalde plekken of gelegenheden, die de pony’s achterlaten door een plastic ei uit te poepen waarin het gedicht is opgevouwen.

De pony’s zijn uitgerust met luidsprekers, maar ook met camera’s, microfoons, radioantennes (onder andere voor GPS-peiling), zenders en sensoren die beweging, warmte, aanraking en luchtkwaliteit registreren. Ze hebben een eigen elektronisch brein, maar hun grote brein bevindt zich in het gebouw van de Basis.

De kudde is op afstand te besturen, bijvoorbeeld om te zorgen dat ze op tijd op een festival zijn om daar een door een gerenommeerde choreograaf geschreven dansvoorstelling te geven. Of om hun verlichting (ze hebben onder hun vacht een plooibaar lcd-scherm als huid) aan te sturen, zodat ze als adembenemend bewegend lichtkunstwerk over de rivierdijken van de Betuwe kunnen flaneren als de schemering valt op een zomerdag. Ideaal voor een Peter Strucyken.

Maar meestal zwerft de kudde dwars door het land, aangestuurd door met toevalsgeneratoren opgewekte routes. Als kunstmatige diersoort zijn ze niet gehinderd door schuwheid of andere beperkingen van dierlijk instinct. Ze doorkruisen Vinexwijken, leggen een voorkeur voor schoolpleinen aan de dag, doorkruisen het Haagse stadhuis en troepen ’s avonds samen voor een melkfabriek in Meppel.

Als beschermde dieren zijn ze

boven de wet gesteld. En wie ze aanvalt of belaagt zal merken dat de pony’s niet weerloos zijn. Ze kunnen bijten en schoppen als natuurlijke pony’s, maar ook stroomstoten uitdelen en traangas verspreiden. Dit levert natuurlijk bestuurlijke en juridische problemen op, dat ben ik me bewust, maar dat vergroot alleen maar hun openbare karakter. Hetzelfde geldt voor interventies die kunstenaars kunnen bedenken voor de kudde, die bijvoorbeeld uitmonden in het bespotten of beledigen van bevolkingsgroepen, het verstoren van bijeenkomsten, het vernielen van gewassen, het veroorzaken van ongelukken waarbij gewonden of zelfs doden vallen.

Als publiek project is de kudde nooit voltooid. De ontwikkeling van een kunstmatige, vrij en onschendbaar levende diersoort moet een impuls zijn voor wetenschappers en technici. Maar hun werk kan alleen slagen als ze samenwerken met de kunstenaars, de curatoren en programmeurs die bij de Basis betrokken zijn.

Hetzelfde geldt voor de grensoverschrijdende eisen die het beheer van de kudde stelt. De pony’s verbinden alle uitersten van het Nederlandse grondgebied, van verkeerspleinen, natuurreservaten tot stadscentra. Hun bestaan dwingt allerlei instanties nieuwe en flexibele manieren van samenwerken en communiceren te ontwikkelen. De kudde, die van ons allemaal is, verbindt gebieden en bevolkingsgroepen op een onvoorspelbare en overrompelende manier.

Iedere groep of professie die bij het ontwikkelen en beheren van de kudde betrokken is zal over de grenzen van de eigen praktijk heen getrokken worden. Omdat het vrije dieren zijn, van ons allemaal en omdat heel Nederland hun territorium is. Als beschermde diersoort en platform voor kunstwerken en culturele activiteiten schudt de kudde steeds weer de gangbare gang van zaken door elkaar.

De kudde is een nationaal bezit en dat is geen betekenisloze kreet als je bedenkt dat ze mobiel zijn en verbonden met het internet. De steeds roulerende groep kunstenaars, technici, uitvinders, curatoren en ambtenaren die in de Basis actief zijn kunnen buiten de massamedia en los van de commercie allerlei samenwerkingsverbanden aangaan met gemeentes, culturele instellingen, verenigingen, actiegroepen, etnische organisaties, kerken, sportclubs. Maar ze kunnen ook zorgen dat de kudde min of meer autonome en meer mysterieuze werken en acties voortbrengt. De Basis moet erover waken dat de kudde zijn waardigheid behoudt als vrije en beschermde diersoort. Tegelijkertijd meer en minder dan een dier. Gemaakt en in zekere zin gestuurd door ons allemaal en toch wild en souverein.

De kudde robotpony’s bestaat uit ideale openbare lichamen. De keuze om een diersoort te ontwikkelen die kunst in de openbare ruimte opvoert en verspreidt is ingegeven door het idee dat een dier nog beter dan een kunstwerk of een kunstenaar in staat is de verbrokkeling en vervluchtiging van de openbaarheid te doorbreken en door misverstand, samenwerking, sentiment, spel en conflict openbaarheid uit te lokken. En dat niet alleen ter plekke en bij de daar betrokkenen, maar via de virtuele gemeenschap waarmee de kudde op alle Nederlanders is aangesloten. Dat is de ware kunstmatige intelligentie van de kudde.

Ik mag dan een schrijver zijn

en dit voorstel is misschien een product van fictie, maar het is niet geschreven als een vermakelijk verhaaltje voor eenmalig gebruik. Het is een serieus voorstel. Dat mag lachwekkend klinken, omdat het inderdaad vele miljoenen en misschien wel jaren moeizame technische ontwikkelingsarbeid vereist. Maar dat is exact de reden om het een serieus voorstel te noemen. Vergelijk het voor mijn part met het Apolloproject dat de NASA opzette in de jaren zestig. Een imaginair brandpunt waar wetenschap, industrie, verbeelding en nationale trots zich verenigden.

Het plan voor de kudde robotpony’s is niet alleen veel goedkoper, het is ook een veel geloofwaardiger als een publieke zaak. Al zal het minder industriële activiteit stimuleren, het is behalve een nationale technische uitdaging ook een groots en veelbelovend project in sociaal en cultureel opzicht.

Wat de pony’s voor hebben op de raketten en maanlanders is dat ze niet alleen op de televisie, in kranten en tijdschriften bestaan, maar fysiek aanwezig zijn en letterlijk als openbare lichamen door het land draven. Kinderen kunnen ze aaien, hun tekeningen laten zien en opsturen, liedjes voor ze verzinnen en met ze dansen. Van de nationale kudde kun je houden, veel meer dan van raketten en een vlag op de maan. Ik zie de terrassen van Deventer leeglopen wanneer de pony’s door de stad trekken en na een voorstelling of raadselachtig ballet of concert weg galopperen langs de oevers van de IJssel.

Geen enkel ander land is zo geschikt voor de ontwikkeling van een nationale kudde robotpony’s als Nederland. In grotere landen zouden ze verloren raken en weken rondzwerven zonder iets voor mensen te betekenen. De dichtbevolktheid en verbrokkeldheid van ons land is dus een groot pluspunt. Bovendien zijn we een land dat het moet hebben van technische vernieuwing en vindingrijkheid. Onze wetenschap en techniek zouden een enorme aanzien verwerven als het zou lukken de kudde tot een succes te maken.

Nederland heeft een rijke

traditie op het gebied van kunst in de openbare ruimte. We zouden er op dat gebied een wereldwonder bij hebben en onszelf overtreffen. Geen land heeft zoveel kunstenaars per duizend inwoners als Nederland en de nationale kudde zou velen van hen kunnen inschakelen en van een inkomen voorzien. Als land met een imago van vooruitstrevendheid en ruimdenkendheid zou het goed zijn als we daar ook eens met enige grandeur gehoor aan zouden geven. De kudde robotpony’s is een ideaal huwelijk tussen technische innovatie, kunst, cultuur, bestuurlijke vernieuwing en de revitalisatie van de openbaarheid op een hedendaagse manier.

Ik wil de minister-president, de nieuwe minister van Cultuur, ja het hele kabinet dat aantreedt met zulke hartverwarmende plannen om ons land, zoals ze het noemen ‘toekomstbestendig te maken’, hier wijzen op mijn voorstel. Maar ook wil ik de museumdirecteuren, de curatoren, de bazen van de Mondriaan Stichting, het Prins Bernardfonds en alle andere kunstbevorderende fondsen, de ministeries van Cultuur en VROM, en de verantwoordelijken bij de technische Universiteiten in Eindhoven, Twente en Delft direct aanspreken. En alle kunstenaars, schrijvers, musici, dichters en choreografen die door dit idee geprikkeld zijn. Ik roep al die mensen op van zich te laten horen.

Ja, het is een erg moeilijk en langdurend project. Het kost misschien wel honderd miljoen. Ik zeg maar wat. Er zijn geen garanties dat het gaat lukken. Maar een lullig stukje treinverbinding of snelweg is duurder. De spin-offs van dit plan zijn in aanleg enorm, en maken het voor onderwijs, wetenschap, maar ook cultureel en voor het stimuleren van een levendige openbaarheid een visionaire maatschappelijke investering.

We zouden er naar moeten streven dat onze ponykudde in roem de polders, Dutch design, Nederwiet en de euthanasie voorgoed overtreft. Ik zou willen leven in een land dat er royaal in investeert en voor werkt om wereldwijd bewonderd te worden om onze eigen Nederlandse beschermde diersoort, om die kudde robotpony’s die een vernuftig en speels maatschappelijk instrument is dat het beste in ons boven brengt.

Dit is een bewerkte versie van de toespraak die Dirk van Weelden gisteren uitsprak op de kunstbeurs Art Rotterdam. Volledige tekst: www.nrc.nl/kunst. Art Rotterdam (www.artrotterdam.nl) vindt plaats in de Cruise Terminal van de Wilhelminapier in Rotterdam en duurt t/m 12 februari. Reageren: cs@nrc.nl