Besluiten in vrijetijdskleding

Het beloven knusse jaren te worden met het nieuwe kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie. Geen grootse ambities of weidse vergezichten maar een restauratieperiode, zoals trendwatcher Adjiedj Bakas het in een uitzending van het Radio 1 journaal verwoordde. Terwijl de wereld om Nederland heen in rep en roer is, gaan Balkenende, Bos en Rouvoet de komende vier jaar nietsvermoedend in de tuin staan harken.

Het regeerakkoord is in het algemeen niet flink te noemen, maar dat geldt des te meer als het aankomt op de beloningen voor de ondernemingstop. Er staat dan wel ferm dat de naleving van de code-Tabaksblat nauwlettend zal worden gevolgd, maar dat is slechts een wassen neus. Tabaksblat zegt immers louter iets over de hoogte van de ontslagvergoeding en helemaal niets over de hoogte van alle andere beloningen die de ondernemingsbestuurders ontvangen. Terwijl die juist de pan uitrijzen.

Volgens een bericht in de Volkskrant van 3 februari hebben de bestuurders van in Nederland aan de beurs genoteerde ondernemingen in 2006 maar liefst 209 miljoen euro opgestreken aan gratis verkregen aandelen en optiewinsten. Dat is een verdubbeling ten opzichte van het jaar daarvoor en een vervijfvoudiging ten opzichte van 2003. Het is merkwaardig dat de onderhandelaars geen gehoor hebben gegeven aan de roep van CNV en FNV om de stijging van de topinkomens aan banden te leggen.

Zelfs het Britse weekblad de Economist, dat bepaald niet afkerig is van vrije marktwerking, luidde drie weken geleden de noodklok over de volslagen scheefgroei van de inkomensverhoudingen. Volgens het invloedrijke tijdschrift vormt de groeiende ongelijkheid als gevolg van de gematigde loonontwikkeling enerzijds en de explosieve winstgroei in het bedrijfsleven anderzijds een giftige cocktail. De beloningsbonanza lokt in de woorden van de Economist protectionisme uit, en vormt zo een reële bedreiging voor de wereldeconomie.

Dat de heren in het Catshuis hun verantwoordelijkheid niet hebben durven nemen – zou dat nou iets te maken hebben met de ontspannen kleding die ze hadden aangetrokken? Misschien had het geholpen als ze bij de coalitieonderhandelingen fatsoenlijke pakken hadden aangetrokken in plaats van die afzichtelijke veelkleurige vesten en truien. Tenminste, bij mij werkt dat zo. Op hoge hakken kan ik de hele wereld aan.

De vakbonden kunnen hun hoop beter vestigen op Huub Willems in plaats van op de Haagse politiek. Willems is de rechter die nagenoeg in zijn eentje de Ondernemingskamer van het Amsterdamse Gerechtshof bestiert. Onlangs was hij de FNV al ter wille in de zaak tegen machinebouwconcern Stork. Hij verbood toen de hedgefondsen Centaurus en Paulson om in hun rol als grootaandeelhouders te proberen de commissarissen weg te stemmen tijdens de aandeelhoudersvergadering van 18 januari. Volgens het vonnis van de Ondernemingskamer kan een dergelijk voornemen worden getoetst: er moet worden nagegaan of het voorgenomen besluit om de commissarissen de laan uit te sturen in overeenstemming is met verantwoord ondernemerschap.

De Ondernemingskamer schuift daarmee de heersende doctrine terzijde die luidt dat de aandeelhouders het beste weten wat het belang van de onderneming is. De Ondernemingskamer hield de bij het conflict betrokken partijen voor dat de belangen van andere stakeholders, zoals die van de werknemers van Stork, ook moeten worden meegewogen, daarmee feitelijk zeggend dat die belangen niet per se samenvallen. Voor mij was het vonnis, dat aan de aandeelhoudersdominantie een halt toeroept, een goede aanleiding om een kopje thee te gaan drinken bij de voorzitter van de Ondernemingskamer.

Willems ontving me in zijn werkkamer aan de Prinsengracht gekleed in een knickerbocker met daarboven een oranje trui. Ter geruststelling vertelde hij dat hij op zittingsdagen gewoon is een zwart pak onder zijn toog te dragen, omdat de wet, toen hij aan zijn carrière begon, nog ‘zwart ondergoed’ voorschreef. De kwestie die ik Willems wilde voorleggen, betrof niet zijn kleding, maar de vraag of de uitspraak inzake Stork NV meebrengt dat de Ondernemingskamer ook de bestuurdersbeloningen moet toetsen.

In de wet is het nu zo geregeld dat de aandeelhouders een stokje kunnen steken voor excessieve beloningen aan de ondernemingstop. De gedachtegang is dat, als de aandeelhouders niet protesteren, de beloningen marktconform zijn en bijgevolg het ondernemingsbelang niet schaden. Maar als je, zoals in de zaak tegen Stork, dat axioma loslaat, dan is een andere instantie nodig die de beloningsverhoudingen binnen een onderneming in ogenschouw kan nemen.

Willems legde uit dat voor belanghebbenden twee wegen openstaan om aan de Ondernemingskamer een oordeel over de bestuurdersbeloningen te vragen. In de eerste plaats kan dat via het jaarrekeningenrecht, in geval men zich niet aan de voorschriften van de code-Tabaksblat heeft gehouden en er geen toelichting wordt gegeven waarom is besloten van die voorschriften af te wijken. In de tweede plaats kan dat via een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer. Zo’n procedure kan eenvoudig door de vakbonden namens werknemers worden geïnitieerd.

In de economische theorie zijn voldoende aanknopingspunten om te bewijzen dat excessieve bestuurdersbeloningen het ondernemingsbelang schaden. In de eerste plaats stijgen de ondernemingskosten waardoor de concurrentiepositie van de onderneming op microniveau verslechtert. Daarnaast kan de groeiende ongelijkheid op macroniveau protectionisme uitlokken, zoals de Economist schreef. Bovendien zullen resultaatafhankelijke beloningsvormen roekeloosheid van ondernemingsbestuurders in de hand werken (denk aan Ahold). Tot slot is het risico reëel dat werknemers door het gegraai aan de top gedesillusioneerd raken, hun committent verliezen, waardoor het informele kapitaal binnen de organisatie wordt vernietigd.

Toen rechter Willems mij twee uur later naar de deur begeleidde, voorspelde ik hem internationale roem als hij werkelijk de hoogte van de bestuurdersbeloningen in Nederland zou gaan toetsen. Ik geloof niet dat hij dat een onaantrekkelijk vooruitzicht vond.