Bang voor Europa

Nederland wil zaken als onderwijs en kinderopvang nationaal blijven regelen.

WRR-directeur wil ook sociaal beleid uit Brussel om imago EU op te poetsen.

DenHaag:25.2.4 Anton Heemerijck. WRR. FOTO ROEL ROZENBURG Rozenburg, Roel

„Europa moet investeren in sociaal beleid. Laat zien dat het in Brussel niet alleen gaat om economische groei en subsidie aan regio’s waar het slecht gaat. Voor de burger wordt Europa pas aantrekkelijk als het zich inlaat met concrete zaken als goed onderwijs en kinderopvang.”

Econoom en politicoloog Anton Hemerijck, directeur van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), is een Europeaan in hart en nieren. Hij studeerde en werkte in verschillende Europese steden, schreef boeken met internationaal befaamde wetenschappers als de Deense socioloog Gøsta Esping-Andersen en rekent Europees geëngageerde politici als de Vlaamse vicepremier Vandenbroucke tot zijn vrienden.

Hemerijck was gisteren een van de belangrijkste gastsprekers op een ministeriële conferentie in Neurenberg over het ‘sociale Europa’. Hij was daar op uitnodiging van de Duitse minister van Arbeid en Sociale Zaken, Franz Müntefering. Duitsland, tot de zomer voorzitter van de Europese Unie, wil de discussie over de Europese grondwet nieuw leven inblazen. Onder meer door het imago van de Unie bij de burger op te vijzelen. „Europa moet zich niet alleen als economische, maar vooral ook als sociale gemeenschap profileren”, zegt Hemerijck.

‘Europa’ heeft toch nauwelijks zeggenschap op sociaal gebied?

„Op dat gebied legt Brussel geen sociale wetgeving dwingend op aan de lidstaten, maar zij proberen wel van elkaar te leren. Op de Europese top in Lissabon, in 2000, zijn onder meer afspraken gemaakt over het verhogen van de arbeidsdeelname. Regeringen zien van elkaar welke maatregelen helpen en nemen goede voorbeelden over.”

Maar de Lissabon-strategie wordt algemeen ervaren als een teleurstelling. Het ziet er niet naar uit dat Europa in 2010 de meest competitieve economie van de wereld is. Of wel?

„Het belang van Lissabon was dat er een gemeenschappelijke agenda werd gezet. Sociaal beleid en onderwijs kregen een plek in het streven om economisch beter te presteren. Dat was goed. Maar de doelstellingen waren onrealistisch en het tijdpad te krap. Dat leidt automatisch tot teleurstellingen. Erger vind ik dat de sociale dimensie van Europa de afgelopen jaren uit de discussie is verdwenen.”

De afgelopen jaren is toch juist veel discussie gevoerd over de verzorgingsstaat?

„Die discussie ging steeds over modellen: moeten we kiezen tussen het Scandinavische model of voor het Angelsaksische? Dat was een hardvochtig discours, waarbij veel angst werd gezaaid. De keuze voor het ene model zou leiden tot hoge belastingen, de andere voor het verlies van voorzieningen.

„In sommige landen, waaronder Nederland, zijn ingrijpende hervormingen doorgevoerd. Voor veel burgers was niet duidelijk waarom die veranderingen nodig waren. In Nederland is de angst diepgeworteld, aangejaagd door de politiek, dat Europese economische integratie verder de verzorgingsstaat zal aantasten. Dat is een van de redenen dat de burgers ‘nee’ zeiden tegen de Europese grondwet, terwijl een meerderheid van het parlement voor was.”

Hoe moet die discussie dan wél gevoerd worden?

„We moeten niet praten over meer of minder Europa, maar over: wat voor soort Europa willen we? Het is onmogelijk om nog te zeggen: de Unie is alleen een economische gemeenschap, en onze nationale verzorgingsstaat schermen we af met een groot hek. De WRR heeft een voorzet gegeven voor de discussie, in het rapport De verzorgingsstaat herwogen. Wij denken dat de verzorgingsstaat meer functies heeft dan alleen ‘verzorgen’ en ‘verzekeren’. ‘Verheffen’, dus investeren in onderwijs, en ‘verbinden’ van bevolkingsgroepen, integratie, moet nu voorop staan. Jarenlang is voorrang gegeven aan ouderen. Nu zijn jongeren, gezinnen en migranten aan de beurt.”

Noem eens een concreet voorbeeld van wat dat betekent.

„Neem de arbeidsparticipatie van vrouwen. Brussel zegt: door de vergrijzing wordt de verzorgingsstaat onbetaalbaar en de krapte op de arbeidsmarkt neemt toe, dus vrouwen moeten meer werken. Maar doordat er meer vrouwen gaan werken, komt er meer behoefte aan kinderopvang, aan professionele zorg voor ouderen, aan mensen die de huishouding verzorgen. ”

Hoe kan Europa hier een rol in spelen?

„Door bijvoorbeeld een groot en concreet probleem als de armoede onder kinderen op de agenda te zetten. Door geld uit te trekken voor het onderwijs, en voor de kinderopvang. Dat is veel beter dan het subsidiëren van regio’s die achterlopen. Europa heeft het mandaat om op heel veel terreinen de agenda te kunnen zetten. In die agenda moet Europa veel meer ambitie en trots uitstralen.”