Zwervers tellen

22.30 uur, vorige week maandag. Voordat we de straat opgaan om daklozen te tellen, moet ik me eerst melden op een school in Harlem.

23:00 uur. In het groepje waarmee ik Harlem in ga, zit toevallig ook het gemeenteraadslid namens deze buurt. Verder twee van haar medewerkers („Ik heet Ede”, zegt een van hen, „net zoals in Eedee-Wageningen”. Ze woonde ooit drie jaar in Nederland), een laboratoriumassistente en een arts die zich regelmatig laat uitzenden naar rampengebieden. Niemand jonger dan twintig, niemand ouder dan veertig. Zo werkt vrijwilligerswerk in New York: het wordt gedaan door jonge mensen, hoogopgeleid. En wanneer het hen uitkomt. Veel vrijwilligerswerk wordt ‘s avonds gepland, zodat het niet botst met drukke banen.

23:19 uur. Een dozijn agenten stelt zich achter ons op. Zij lopen mee voor de veiligheid. Mijn deel van Harlem is ’s nachts niet altijd zo prettig als sommige optimisten beweren. We krijgen uitleg: „in de hele stad trekken tweeduizend vrijwilligers nu de straten op. Het is een ongelukkige werkelijkheid dat we in zo’n rijk land als dit moeten tellen of er net als vorig jaar 3.800 daklozen zijn. Daar stemt de stad het beleid op af.”

00:05 uur. „Het is heel belangrijk dat we geen aannames maken over hoe daklozen er volgens ons uitzien.”

00:10 uur. „Als een dakloze ligt te slapen, laat hem liggen. Tenzij je denkt dat hij doodgaat van de kou. Of als er kinderen bij zijn.”

00:35 uur. Buiten. We volgen de regels op. Iedereen aanspreken, ook al ziet hij of zij er niet dakloos uit. Ik benader groepjes mannen die ik normaal niet zou aanspreken (er was te weinig politie). „Heb je vanavond een plek die je als thuis beschouwt?” „Is dat een huis, een kamer, een opvanghuis, een park, een metrostation of -tunnel, een leegstaand pand, de eerste hulp of een voertuig?” Ede: „Ik zou mijn eigen vragen nooit beantwoorden. Ik zou denken dat de vragensteller een missionaris was.”

00:45 uur. „We hebben een echte dakloze”, zegt onze teamleider. De man heeft zich in kleden gewikkeld en schuilt onder een bouwstijger. Hij wil niet dat we iemand bellen om hem met een busje naar een opvanghuis te brengen.

zwerver.jpg
(Dit is overigens de dakloze die laatst voor mijn huis stond.)

00:55 uur. Iedereen aanspreken. „Vanavond slaap ik bij een vriendin”, zegt een vrouw van een jaar of dertig. „Morgen bij mijn moeder. De dag erna is er vast een man.” Geen winkelwagentje dat ze voortduwt, geen dikke lagen kleren over elkaar, geen blik op oneindig. Wel dakloos.

01.05 uur. Niet iedereen wil antwoord geven. Een dakloze man of vrouw (de meningen zijn verdeeld) wil wel dat we het busje bellen, „maar pas om twee uur”. Hij of zij wil eerst nog geld verdienen. Hij of zij verkoopt kleren aan andere daklozen. „Deze rok is echt heel warm.”

01.30 uur. In de verte de nieuwe woontorens met luxe appartementen die symbool staan voor een nieuw Harlem. Waar wij lopen vooral braakliggende terreinen met oude auto’s, kleding en afval. Als we erlangs lopen, springen uit een vuilnisbak minstens tien ratten. Ze wachten midden op straat tot we doorlopen.

01:35 uur. Voor de Dunkin’ Donuts staat een ander team. Ze wachten op de agenten die binnen koffie drinken. „Typisch”, zegt het gemeenteraadslid Melissa Mark Viverito.

01:45 uur. Twee mannen in het metrostation geven toe toch niet dakloos te zijn. Ze zijn door Columbia University ingezet om de onderzoeksresultaten te testen. We krijgen een sticker als bewijs.

02.00 uur. Een donkere man zit op het perron. Muts op, capuchon eroverheen. Hij kwijlt en vraagt om hulp. We bellen het busje. Arts Sheri Fink praat met hem.

02.20 uur. Hij heet Charles, vertelt hij tijdens een lucide moment. Wil niet naar een opvanghuis, daklozen stelen daar elkaars tassen met kleren, zegt hij. Hij maakt spastische bewegingen, Sheri ziet een verband tussen zijn hoofdpijn en bloeddruk. We bellen 911.

02.25 uur. Een andere donkere man benadert ons en vraagt op dreigende toon om identificatie. „Hij is mijn brother en ik wil zeker weten dat jullie het goed met hem voorhebben.” De man wordt gerustgesteld. Later zegt Charles dat wij hém om identificatie moesten vragen. „Laat je niet bang maken door dat soort bullshit. Gewoon dreigen met de politie. Helpt altijd.”

02.35 uur. Charles: „Waar blijft die ambulance. Ik had al dood kunnen zijn.” Achter ons rent de dakloze die kleding verkoopt met handen vol snoep weg. Hij wordt achtervolgd door man uit het winkeltje beneden. Hij zwaait met een honkbalknuppel.

03.15 uur. Einde. We spraken 47 New Yorkers. Daarvan waren er acht dakloos. Charles werd meegenomen naar het ziekenhuis.