‘Vrouwen worden hier niet gestenigd of levend verbrand’

Een omstreden gedragscode voor immigranten heeft in het Canadese Québec tot een debat geleid. In hoeverre moet de samenleving zich schikken naar de religieuze gebruiken van nieuwkomers?

André Drouin, raadslid Foto AFP Andre Drouin, city councilor for the small Quebec town of Hérouxville, discusses the controversy surrounding his town's position on the reasonable accommodation of racial, ethnic and religious minorities 30 January 2007 in Herouxville, Quebec, Canada. Rules passed recently by the town's council are: no stoning of women, and making sure women are allowed to drive cars. AFP PHOTO/David BOILY AFP

Met een grote schop staat Lucien Corbin sneeuw te ruimen voor zijn huis aan de Rue Saint-Pierre in Hérouxville, een muisstil dorpje op het platteland van de overwegend Franstalige Canadese provincie Québec. Hij pauzeert om antwoord te geven op een vraag van een vreemdeling: wat vindt hij van de gedragscode die de dorpsraad heeft opgesteld voor immigranten die zich hier zouden willen vestigen?

„Die is heel goed”, zegt Corbin. „Wij zijn hier onder elkaar, en het is niet aan ons om ons aan te passen aan anderen die hier naartoe komen. Ik heb geen probleem met nieuwkomers, maar als immigranten hier naartoe komen, dan moeten zij zich aan ons aanpassen. Niet andersom. Dat is ons standpunt.”

Corbin verwoordt de brede instemming onder de 1.338 inwoners van Hérouxville met de opmerkelijke proclamatie die de dorpsraad heeft uitgevaardigd: een vijf pagina’s tellend document waarin wordt beschreven hoe de mensen van Hérouxville – op een enkeling na Franstalige blanken – leven. Doel van de code, de eerste van zijn soort in Canada, is „informatie te verschaffen aan nieuwkomers, opdat de toekomstige deelnemers aan ons gemeenschapsleven beter kunnen integreren”.

Zo moeten immigranten weten dat mannen en vrouwen gelijk zijn. „Een vrouw mag autorijden, stemmen, cheques uitschrijven, dansen, voor zichzelf beslissen, vrij haar mening uiten.” Vrouwen worden in Hérouxville niet „gestenigd of levend verbrand”. Gezichtsbedekkingen zijn alleen bij Halloween (Allerheiligenavond) aanvaardbaar, wapenbezit op school is verboden. Jongens en meisjes zwemmen ’s zomers gemengd in het zwembad. Aan het einde van het jaar wordt er een naaldboom versierd die „kerstboom” heet.

En dat houden we allemaal zo, is de teneur. „De manier van leven die nieuwkomers hebben achtergelaten in hun land van herkomst, kan hier niet worden herschapen”, staat in de inleiding tot de lijst geboden, een initiatief van raadslid André Drouin, te lezen op de website van Hérouxville. Corbin is het daarmee eens: „Je moet leven volgens de regels van het land waar je bent.”

De omstreden code, door velen in Canada verworpen als xenofoob, is een brandpunt geworden van een sluimerende discussie over de integratie van immigranten in de provincie Québec. Sleutelbegrip is de term ‘accommodement raisonnable’ (redelijke tegemoetkoming): in hoeverre moet de samenleving van seculier Québec zich schikken naar de wensen en gebruiken van religieuze minderheden, zoals verzoeken om gebedsruimten of -pauzes en speciale voorzieningen op openbare plekken als scholen, ziekenhuizen of zwembaden?

Aanleiding voor het debat was een uitspraak van het Canadese Hooggerechtshof vorig jaar, waarin werd bepaald dat een jonge Sikh in Montreal niet kon worden verboden een zogeheten kirpan (een ceremoniële dolk) mee naar school te nemen – ondanks een verbod op wapenbezit op school. Het Hof bepaalde dat de kirpan, een religieus object voor vele Sikhs, in de kleding moest worden vastgenaaid, en gebruikte de term „redelijke tegemoetkoming” om een compromis te rechtvaardigen.

De uitspraak zat velen in Québec, tot in de jaren zestig streng katholiek maar sindsdien drastisch ontkerkelijkt, niet lekker. Andere gevallen van vermeende voorkeursbehandeling van religieuze minderheden begonnen publiciteit te trekken. Een gymnastiekclub voor vrouwen plaatste matglas in de ramen, zodat orthodoxe joden in de synagoge er tegenover niet naar hun bezwete lichamen hoefden te kijken. Leraren met een islamitische achtergrond krijgen extra dagen vrij om aan hun religieuze verplichtingen te voldoen. Klinieken komen tegemoet aan de wens van moslimvrouwen niet te worden behandeld door mannelijke artsen. Enzovoorts.

De discussie in Québec, dat net als Frankrijk zeer hecht aan de scheiding van kerk en staat, is wellicht een voorbode van een soortgelijk debat in Engelstalig Canada, waar officieel een beleid van multiculturalisme wordt gevoerd. De provincie Ontario heeft een controverse achter de rug over gebruik van shari’a (islamitisch recht, soms geassocieerd met steniging van overspelige vrouwen) bij de schikking van familieconflicten (dat werd in 2005 verboden). En elk jaar duiken in heel Noord-Amerika debatten op over kerstbomen op openbare plaatsen, en of het uit respect voor niet-christenen niet beter zou zijn te spreken van „feestbomen” en „feestdagen”.

Geen van die kwesties speelt in Hérouxville. Steniging van vrouwen loopt er niet uit de hand. Noch is er een toestroom van vreemdelingen naar het plaatsje van enkele kruisingen, een paar uur rijden ten noordoosten van Montreal. De Canadese regering wil wel bevorderen dat immigranten ook naar kleinere plaatsen trekken, maar vooralsnog woont er slechts een handvol buitenstaanders in Hérouxville, vertelt Corbin: een gezin uit Frankrijk, en iemand uit Mauritius. „Heel aardige man.”

De geboden van Hérouxville vormen dan ook eerder een reactie op de situatie in de grote steden van Canada, zoals Montreal, waar voortdurende accommodation raisonnable van religieuze gebruiken volgens sommigen een bedreiging vormt voor liberale verworvenheden. Raadslid André Drouin verklaarde op televisie dat Québec, een provincie met van oudsher een sterk eigen identiteitsgevoel, in een „culturele noodtoestand” verkeert. Volgens hem is het hoog tijd om de tegemoetkoming aan religieuze wensen aan de orde te stellen.

Wat betreft Jean Charest, de premier van Québec, is dat debat met de proclamatie van Hérouxville juist „te ver gegaan”. Hij heeft de code, die is nagevolgd door enkele plaatsjes in de omgeving, scherp veroordeeld. „Er zijn altijd mensen die meningen hebben waar niet alle Québécois het mee eens zijn”, aldus Charest. „We zijn hier in Québec prima in staat om mensen van buitenaf te integreren. Dat is onze geschiedenis.”

Andere politici hebben zich echter wel bereid getoond op onvrede over de kwestie in te spelen. Mario Dumont, leider van de centrum-rechtse Action Démocratique du Québec, de derde partij van de provincie, meent dat tegemoetkomingen „een kant opgaan die de bevolking van Québec niet op wil. We hebben hier met succes immigranten geïntegreerd. Maar het is duidelijk dat we afglijden wat betreft een aantal gemeenschappelijke waarden.” Verkiezingen in Québec worden dit voorjaar gehouden.

In Hérouxville bestaat weinig twijfel over de juistheid van de proclamatie. „Het verbaast me dat er zo’n punt van wordt gemaakt”, zegt Julie Bérubé, een voorbijganger in de hoofdstraat van het dorp. Ze is gehuld in een parka, haar gezicht bijna geheel bedekt met muts en sjaal tegen de vrieskou. Alleen ogen en neus zijn zichtbaar. „Ik geloof in respect voor andere mensen”, zegt ze. „Maar als ze hier komen, moeten ze respect hebben voor onze gebruiken. Wij hebben onze manier van leven.”