Sprookjesakkoord

Er was eens een regeerakkoord, als een prinses zo mooi, dat Nederland kwam redden van overstromingen en armoede. In haar slaapkamer had ze zich eerst wekenlang teruggetrokken – achter de deur hoorden we slechts het gefluister en de kirrende lachjes van drie broertjes die haar aankleedden en opmaakten – en toen stapte ze naar buiten.

In de hal was er eerst de flirt met de eigen fracties, onder mysterieuze uitwisseling van muntgeld, en toen mocht ze naar de balzaal, naar de Kamer, naar de dans, aan de zwier. Na afloop mocht ze naar de koningin!

Zoals altijd waren de vervelende gasten er ook, de journalisten. Broer Balkje, die mee mocht naar de koningin, had dit jaar echter een list bedacht. „Ssjt! Niets zeggen!” Het lukte. Nou ja, bijna. Beelden van haar jurk waren vlak voor haar opkomst uitgelekt. Dat zat haar dwars: ze was dressed to kill en het effect daarvan kwam het wreedst tot zijn recht bij sudden attack. (Dat gezicht van graaf Wilders: ‘Ik vind het een verschrikkelijk ding, die jurk leek wel een boerka. En die schoenen? Pasten er totáál niet bij!’ Jonkheer Rutte, geflankeerd door die rare tante die altijd roept dat ze koningin gaat worden: ‘Maar dat is vreselijk, ze droeg altíjd zalmkleurig!’)

Met ingehouden adem wachtten journalisten bij de dranghekken. De stilte tergde onuitstaanbaar.

En daar komt de prinses op. Als uitgehongerde dokwerkers die maandenlang droogstaan, werpen ze zich op haar. Geen sluier, slipje of enkelbandje zo klein – „vliegtripjes tientjes duurder!” – of het wordt door iedereen – „crèches niet gratis!”– aangeraakt – „pardon!”, uitgescheurd – „Bos-belasting!” en juichend over straat geslingerd – „extra btw op kermisattracties!”

Buiten buitelden meningen, feitjes en opiniepeilingen in een nieuwsorgie over elkaar heen. Die zijn nog wel een paar weken zoet, dacht broer Balkje, en binnen kon hij de prinses – haast naakt nu – vlot en in alle rust laten bewonderen en keuren in de Kamer. Daarna gingen ze naar de koningin, de prinses redde Nederland van overstromingen en armoede, en iedereen leefde nog lang en gelukkig.

Christiaan Weijts

Winnaar Anton Wachterprijs 2006 met zijn boek Art. 285b.