‘Schiphol op avontuur van belastinggeld’

Debatteren over de privatisering van Schiphol is zinloos zolang de publieke belangen niet geregeld zijn, zegt luchtvaarteconoomJaap de Wit.

Luchtvaarteconoom Jaap de Wit

De aandelen Schiphol zullen niet naar de beurs worden gebracht, staat in het gisteren gepresenteerde regeerakkoord van de regeringscoalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie. Tegelijkertijd wil het beoogde kabinet tegemoetkomen aan de wens van de nationale luchthaven om vreemd vermogen aan te trekken. En de extra opbrengsten uit het overheidsaandeel in Schiphol zullen „bij voorrang” worden gebruikt voor verbetering van de infrastructuur in het noordelijk deel van de Randstad.

Of het regeerakkoord betekent dat er toch aandelen Schiphol verkocht gaan worden, is nog onduidelijk. Dat is onderwerp van gesprek tussen kabinet, de gemeente Amsterdam en de luchthaven. Maar hoe er uiteindelijk ook over wordt besloten, de discussie over de privatisering van de nationale luchthaven verloopt allerminst logisch, vindt professor Jaap de Wit, luchtvaarteconoom aan de Universiteit van Amsterdam. In dat opzicht is het misschien maar beter dat de privatisering voorlopig is geschrapt.

De Wit: „De goede gang van zaken zou zijn dat eerst de publieke belangen van de luchthaven worden geborgd om pas daarna te besluiten tot privatisering. Zorg eerst dat de winkel op orde is voordat je de winkel verkoopt, zou ik zeggen. Dat is nu niet het geval. De publieke belangen zijn nog altijd niet op orde.”

Bovendien, zegt De Wit, zit Nederland opgescheept met de voorwaarde dat de staat altijd een meerderheid van de aandelen wil behouden. Dat kan in de toekomst nog tot grote problemen leiden, aldus De Wit, aangezien het Rijk en de luchthaven totaal verschillende belangen hebben bij een eventuele verkoop van aandelen. De Wit: „Minister Zalm heeft jarenlang geroepen dat de verkoop belangrijk was voor ’s rijks financiën. Schiphol daarentegen wil door een beursgang toegang krijgen tot de kapitaalmarkt, om daarmee projecten in het buitenland te kunnen financieren. Schiphol wil op avontuur. Schiphol wil straks aandelen kunnen uitgeven om vreemd vermogen aan te trekken. Dat betekent dat de Nederlandse staat jarenlang aandelen zal moeten bijkopen om aan die 51 procent te kunnen blijven komen, om de meerderheid te kunnen behouden. Met die aandelen worden vervolgens buitenlandse projecten gefinancierd. Dat lijkt me niet in lijn met het beleid dat de afgelopen jaren gevoerd is. Ik vraag me af of de Nederlandse belastingbetaler wil meebetalen aan een luchthaventerminal in China.”

Er zijn vier publieke belangen van Schiphol te onderscheiden, doceert De Wit. Het enige van die vier belangen dat op orde is, zegt hij, is de bescherming van de zogenoemde ‘gebonden afnemers’, dat wil zeggen luchtvaartmaatschappijen zoals KLM, die van de Nederlandse luchthaven afhankelijk zijn. De Wit: „De NMa ziet toe op de tarieven. Dat is een goede stap.” De andere drie belangen zijn nog lang niet op orde. Het eerste is dat van de milieu- en veiligheidsnormen. „Dat is nog steeds een groot probleem.”

Ook zit Nederland nog met de „rare wokkel” dat de zeggenschap over de functie van Schiphol niet goed is geregeld. Schiphol was in de deal met het oude kabinet bereid de grond in eigendom af te staan aan het Rijk, in ruil voor een exploitatievergunning voor het bestieren van een luchthaven op het terrein. Dit om te voorkomen dat een geprivatiseerde onderneming wellicht ooit meer heil zou zien in het exploiteren van een kermis dan van een nationale luchthaven. „Nu de privatisering niet doorgaat, ligt er een patstelling”, aldus De Wit.

En ten slotte de zogenoemde ‘vrije toegang tot de infrastructuur’ van Schiphol. De Wit: „De luchtvaartmarkt is op z’n zachtst gezegd sterk aangetrokken. Daardoor neemt de congestie op de luchthaven toe. De slotcoördinator van Schiphol heeft al gezegd dat er vanaf komende zomer een structureel capaciteitsprobleem ontstaat, niet in de piekuren, maar ook daarbuiten. De politiek spreekt af en toe over een plan om alleen verkeer toe te laten dat de mainportfunctie versterkt. Maar vervolgens wordt aan de sector zélf gevraagd daar iets voor te regelen, en local rules te ontwerpen. Dat is merkwaardig.”

De moraal van het verhaal? „Zolang de publieke belangen niet goed geregeld zijn, moet je niet privatiseren.”