Nu ook masseur voor jonge ‘VdH’

Pieter van den Hoogenband krijgt als olympisch kampioen deskundige hulp op afroep.

Ook jonge zwemtalenten beschikken sinds kort over eigen specialisten.

Voor Pieter van den Hoogenband staan ze dag en nacht klaar: een inspanningsfysioloog, een voedingsdeskundige, een masseur, een krachttrainer, een ict-deskundige, een administratief medewerker, een manager, een eigen zwemcoach of een communicatiespecialist; een olympisch kampioen krijgt hulp op afroep.

Maar sinds kort beschikken ook jonge talenten van het Nationaal Zweminstituut Eindhoven (NZE) – het warme bad waarin sterren als Van den Hoogenband en Marleen Veldhuis trainen – over hun eigen specialisten. Dat kan dankzij een samenwerkingsverband met de Fontys Sporthogeschool. In december werd daarvoor het Fontys Supportteam opgericht, met het doel de zwemtalenten in Eindhoven bij te staan op alle vakgebieden die de hogeschool te bieden heeft, van krachttraining tot marketing.

„In de praktijk moet je in Nederland eerst een topper zijn, dan pas word je op allerlei manieren begeleid en geholpen”, zegt Roald van der Vliet, projectleider van het supportteam, zelf oud-zwemmer van PSV en docent aan de Fontys Sporthogeschool in Tilburg. „Talenten hebben die begeleiding het hardst nodig, maar ze hebben de minste middelen.”

De hogeschool vaardigt de beste studenten af naar het zweminstituut, waar zwemcoach Jacco Verhaeren de scepter zwaait. „Niet studenten met een zesje”, zegt vierdejaarsstudente Linda Custers (20) van de Sporthogeschool in Sittard. Zij zet het Supportteam in Eindhoven op poten en geeft daarnaast de zwemjunioren land- en krachttrainingen, voor haar eindscriptie.

Custers weet dat niet alleen de zwemtalenten van NZE baat hebben bij de samenwerking, ook de stagiairs: zij doen waardevolle ervaring op in één van de meest professionele zwemclubs ter wereld. „Het is super om te kunnen werken in zo’n omgeving, waar zwemtrainers als Marcel Wouda en Jacco Verhaeren rondlopen”, zegt Custers, zelf ook zwemster. „Dit is de echte praktijk, hiervoor wil je je als student honderd procent inzetten, want er staat veel op het spel. Heel anders dan dat je voor school een fictief businessplan moet schrijven voor een niet-bestaand bedrijf.” Als bonus kunnen zij in het hypermoderne NZE-zwembad De Tongelreep de Europese kampioenschappen van volgend jaar van dichtbij meemaken.

Over een half jaar moet het begeleidingsteam uit vijftien leden bestaan, zegt projectleider Roald van der Vliet. Zes zwemmers, maar ook de trainer van het talententeam, profiteren al van de gratis hulp van buiten: Marcel Wouda, oud-wereldkampioen en een van de iconen van het Nederlandse zwemmen. Hij is blij met de ondersteuning. „Ik hou zelf meer tijd over om trainingsprogramma’s te maken en zwemtrainingen te geven.”

Volgens Jacco Verhaeren, technisch directeur van de zwembond en hoofdcoach in Eindhoven, past de talentenbegeleiding door de stagiaires „volledig in de organisatie die wij voor ogen hebben”. Verhaeren is al jaren bezig met de professionalisering van het zweminstituut in Eindhoven.

Zo krijgt het talententeam de beschikking over land- en krachttrainers die de zwemmers helpen bij de uitvoering van de programma’s. Bij landtrainingen gaat het voornamelijk om ‘landoefeningen’ die de lichaamscoördinatie en de rompstabiliteit van de zwemmers verbetert. Die oefeningen hebben alleen zin als ze goed worden uitgevoerd, zegt Wouda. „Ik kan daar zelf bij gaan staan, maar een stagiair kan dat ook.”

Maar ook op andere vlakken worden stagiaires ingezet om de zwemtalenten te begeleiden. Zo staan er straks twee of drie dagen per week twee fysiotherapeuten aan het bad voor herstelbevorderende behandelingen, de behandeling van kleine blessures, voor massages. Topzwemmers hebben die luxe al, talenten moeten daarvoor naar een gewone fysiotherapeut. Wouda: „Dat gaat op deze manier veel efficiënter.”

Een van de zwemtalenten van NZE die steun krijgen van het supportteam, is het grote talent onder de langeafstandszwemmers, de 18-jarige Linsy Heister. Zij plaatste zich onlangs voor de tien kilometer op de WK zwemmen in Melbourne, in maart. „Linsy moet komend jaar heel veel buitenlandse ervaring opdoen”, zegt Wouda. „Bij openwaterzwemmen komt veel tactiek kijken. Daarvoor moet ze zoveel mogelijk wereldbekerwedstrijden zwemmen, over de hele wereld. Dat kost veel geld, zo’n 15.000 euro voor een jaar. Ik wil dat een goede marketingstudent sponsors probeert te vinden.”

Overigens wil Wouda ervoor waken dat zijn talenten niet te veel opgroeien als kasplantjes. Hijzelf ontwikkelde zich in een tijd waarin nog geen onderwatervideoapparatuur was gemonteerd in het trainingsbad, en waarin het nog niet wemelde van de technologische gadgets. „Ik deed vroeger veel meer zelf”, zegt hij. „Het was vooral zwemmen en krachttrainingen afwerken. Verder had je niet zoveel. Het is nu veel intensiever, met al die innovaties. Je hebt daardoor veel meer mankracht nodig. Maar soms moet je als talent in een valkuil stappen, want je komt er sterker uit. Je moet niet alles uit handen nemen van de zwemmers.”

Toch ziet Wouda in de toekomst meer ruimte voor contacten tussen sport- en studietalenten. „Alle clubs in Nederland hebben moeite vrijwilligers en voldoende begeleiding te vinden. Tegelijkertijd is het voor scholen vaak moeilijk om geschikte stageplaatsen te vinden. Van dit soort initiatieven wordt iedereen beter.”

Technisch directeur Jacco Verhaeren ziet nog een ander voordeel. „Goed kader voor het topzwemmen, zoals managers, krachttrainers of fysiotherapeuten liggen niet voor het oprapen in Nederland. Ik hoop dat we via deze samenwerking dusdanige kwaliteit krijgen dat we er mensen aan overhouden.”

Meer over studie en topsport op www.fontyssupportteam.nl