Nog lang wachten op schonere auto’s

De Europese Commissie wil fabrikanten gaan dwingen schonere auto’s te maken. De auto-industrie is boos over het plan. Maar ook milieuorganisaties reageren teleurgesteld.

Het werd gezien als de eerste test voor het nieuwe, milieuvriendelijke imago van de Europese Commissie. Vorige maand riep het dagelijks bestuur van de EU het klimaat uit tot hoogte prioriteit voor de komende jaren. Daarom werd uitgekeken naar het voorstel dat de Commissie gisteren presenteerde om auto’s minder vervuilend te maken. Die moeten in 2012 een kwart minder CO2 uitstoten dan nu.

De eerste reacties zijn vernietigend. „De voorstellen zijn onevenwichtig en schadelijk voor de Europese economie”, liet de Europese Associatie van Autofabrikanten (ACEA) in een verklaring weten. De fabrikanten wezen meteen op mogelijk banenverlies in de auto-industrie, waar 12 miljoen Europese werknemers en hun gezinnen afhankelijk van zijn, aldus ACEA.

Maar milieuorganisaties zijn ook ontevreden. „Dit is een teleurstellend antwoord op de oproep vorige week van het IPCC, de klimaatorganisatie van de Verenigde Naties, om serieus wat te doen tegen klimaatverandering”, reageerde de Europese Federatie voor Transport en Milieu.

Het voorstel van de Commissie is een compromis. Europees Commissaris Dimas (Milieu) wilde fabrikanten verplichten de gemiddelde CO2-uitstoot van nieuwe auto’s terug te brengen van ruim 160 gram per kilometer nu tot 120 gram in 2012. Na een lobby vanuit Duitsland, waar ook de Duitse Commissaris Verheugen (Industrie) aan meedeed, is de doelstelling 130 gram geworden. Die moet worden bereikt door motoren minder vervuilend te maken. Aanvullende maatregelen, met name het stimuleren van biobrandstoffen, moeten zorgen voor een extra reductie van 10 gram.

Autofabrikanten vinden het nog te veel. Maar ze hadden in de jaren negentig vrijwillig al toegezegd de doelstelling van 120 gram CO2 per kilometer te zullen halen in 2012, uitsluitend door het verbeteren van de motoren van auto’s. Dus eigenlijk heeft de Commissie nu een oude doelstelling afgezwakt, zeggen milieuorganisaties. Autofabrikanten krijgen immers hulp van brandstofproducenten om een al jaren overeengekomen doel te bereiken.

De Europese Commissie stelt daar tegenover dat het dit keer niet gaat om een ‘afspraak’ met de industrie. Er komt wetgeving, belooft ze, om autofabrikanten te dwingen motoren te maken die minder vervuilen. Maar hoe die wetgeving eruit gaat zien was gisteren nog onduidelijk. Eerst moeten er impact assessments worden gedaan.

Het gevecht is dus nog niet voorbij. De doelstelling van 130 gram CO2 per kilometer is een gemiddelde van alle auto’s – groot en klein – die in een jaar worden verkocht. Het ligt voor de hand dat fabrikanten van kleinere auto’s zullen zeggen: wij hebben geen probleem, onze auto’s vervuilen niet zo veel.

Zal er een gemiddelde worden berekend per fabrikant? Of komen er verschillende normen voor verschillende typen auto’s? Verheugen suggereerde gisteren het laatste, maar alle opties zijn nog open. Hij zei ook dat hij zich voor kan stellen dat „producenten van grotere auto’s een grotere inspanning moeten leveren dan producenten van kleinere auto’s”. In dat geval zullen er opnieuw, zoals de afgelopen weken, protesten komen uit Duitsland. Een politiek conflict laat zich al uittekenen: Duitsers maken grotere auto’s dan bijvoorbeeld Fransen en Italianen.

Wellicht ongewild relativeerde Verheugen zelf ook de ambities van de Commissie. De maatregel moet vanaf 2012 gaan gelden, voor nieuwe auto’s. Jaarlijks wordt ongeveer 8 procent van het wagenpark vervangen. Het zal dus nog duren tot 2024, rekende hij voor, eer de wet volledig effect sorteert.