Nederland-Italië

In Italië spelen veel voetbalclubs aanstaand weekend op last van de regering in lege stadions. Na supportersrellen op Sicilië, waarbij vorige week een politieman om het leven kwam, werd in dit voetbalgekke land het voetbal enkele dagen bij decreet geheel in de ban gedaan. Gisteravond maakte de regering bekend dat weliswaar weer mag worden gespeeld, maar dat onveilige stadions tot nader order voor publiek gesloten blijven. En vandaag buigt in Lausanne het Tribunal Arbitral du Sport zich over de rellen van Feyenoordsupporters voor en tijdens de wedstrijd van de Rotterdamse club tegen AS Nancy, eind november vorig jaar. Supportersgeweld en de vraag in hoeverre clubs daarvoor verantwoordelijk zijn, staat met deze gebeurtenissen weer nadrukkelijk op de agenda.

Dat is maar goed ook. Feyenoord verdient snel duidelijkheid. De club kreeg aanvankelijk door de tuchtcommissie van de Europese voetbalbond UEFA een relatief milde straf opgelegd: een geldboete en voorwaardelijk twee Europese thuiswedstrijden zonder publiek. In hoger beroep werd dat gewijzigd in een geldboete en uitsluiting van Europees voetbal. Nu is het woord aan het hoogste internationale sporttribunaal. Het drama met dodelijke afloop in Italië laat zich hiermee niet geheel vergelijken, maar het aanknopingspunt is evident en grijpt terug op een belangrijke regel die de UEFA sinds jaar en dag hanteert, en die doorgaans ook het uitgangspunt van regeringen is: voetbalclubs zijn altijd verantwoordelijk voor het gedrag van hun aanhang.

Voor Feyenoord geldt als verzachtende omstandigheid dat de rellen in Nancy werden veroorzaakt door op rellen beluste jongeren die, ongeregistreerd en buiten de Rotterdamse club om, kennelijk aan toegangskaarten hadden kunnen komen. Het is moeilijk dat te voorkomen. De club heeft bovendien altijd gestreefd naar adequate bestrijding van voetbalgeweld. Helaas wordt dat streven regelmatig gefrustreerd. De vraag is dan ook aan de orde wat clubs – naast wat ze al doen – nog méér kunnen doen om deze pest uit te bannen. In voetbalkringen luidt steevast het antwoord: geef ons een voetbalwet zoals in Engeland, en de problemen zijn opgelost.

Maar een voetbalwet is geen panacee. De gebeurtenissen in Italië tonen dat min of meer aan. Het land loopt met veilige stadions en de bestrijding van voetbalvandalisme achterop in Europa. De clubs en de overheid hebben in wezen nooit een antwoord geformuleerd op het geweld van de zogeheten ultra’s – bloedfanatieke aanhangers die de eer van de club letterlijk te vuur en te zwaard verdedigen. Angst en lamlendigheid om dit met de bestaande middelen en wetten aan te pakken hebben een sfeer van bandeloosheid geschapen. Het is terecht dat de Italiaanse regering nu ingrijpt, maar laat is het wel.

Nederland is weliswaar een stap verder, maar reden voor zelfgenoegzaamheid is er allerminst. Ook Nederlandse clubs zullen meer moeten doen: stadions beter inrichten met geavanceerder cameratoezicht, surveillance en identificatie. En in samenwerking met Justitie: een strikt vervolgingsbeleid en levenslange verbanning van de tribunes voor recidivisten. Nieuwe wetgeving is hiervoor niet nodig. Wél de wil en de durf om op te treden.