Iedere allochtoon zijn eigen belmerk

De telecomwereld heeft de allochtoon ontdekt. Bijna elke maand komt er een nieuw merk bij, speciaal voor hen. Zo kunnen Surinaamse, Turkse en Poolse Nederlanders goedkoop en mobiel hun familie bellen.

Nieuwe mobiele merken bieden voor allochtonen spotgoedkope belminuten naar het moederland. KPN gebruikt in zijn reclames een bekende Turkse presentator om Ay Yildiz aan te prijzen en klanten konden „gratis sms’en tijdens het offerfeest”. Foto Peter Hilz Nederland, Rotterdam, 02 oktober 2006 AY YILDIZ / KPN telecom KPN mobiel merk voor Turkse gemeenschap / AY YILDIZ een nieuw merk voor mobiel bellen in Nederland, gericht op de Turkse gemeenschap. AY YILDIZ biedt niet alleen bijzondere tarieven voor bellen naar Turkije met een prepay-kaart, maar ook voor onderling bellen met andere AY YILDIZ klanten in Nederland. Alle communicatiemiddelen worden in het Nederlands en Turks aangeboden. Ook bij de helpdesk kunnen klanten in het Turks of Nederlands te woord gestaan worden. In Nederland wonen 364.000 mensen van Turkse afkomst. reclame abri in tramhokje Rotterdm Schiebroek / foto: Peter Hilz Hilz, Peter

Voor autochtone Nederlanders is het een onbekende wereld. Die van Lebara, Ortel, Ay Yildiz en Chippie. In de winkels met belcabines en uithangborden als Happy GSM, beplakt met reclame en met personeel dat nauwelijks Nederlands spreekt, komen zij niet. Kraskaarten? Gebruiken ze niet.

Maar nieuwe Nederlanders zal het niet ontgaan zijn. De mobieletelefoonmerken die zich speciaal focussen op hen. Als paddestoelen schieten ze uit de grond. In september kwam Ay Yildiz, voor Turkse Nederlanders. Toen Chippie, voor iedereen met roots in Suriname en de Antillen. Toen Hürriyet Mobil, gelieerd aan de Turkse krant Hürriyet. Zij concurreren met merken die al langer proberen de allochtoon te verleiden, zoals Lebara, Lycamobile en Ortel. En allemaal bieden ze hetzelfde: spotgoedkope belminuten naar het moederland.

Zo kost een minuut mobiel bellen naar een vaste lijn in Turkije bij Lebara 14 cent, naar Suriname 26 cent. Bij gewone aanbieders, zoals Vodafone of KPN, kan het tarief oplopen tot 1,25 euro per minuut.

Directeur Terry Aurik van Lebara vertelt op haar kantoor in Amsterdam dat het voor allochtonen – „ja, zo noem ik ze maar gewoon” – op deze manier aantrekkelijk wordt om hun familie in het buitenland mobiel te bellen. Lebara was drie jaar geleden het eerste bedrijf dat zich op de mobiele markt voor minderheden begaf. Net als veel andere aanbieders komt het bedrijf voort uit de ‘kraskaartenbusiness’, waarbij bellers met zo’n kaart goedkoop naar het buitenland bellen over hun vaste lijn.

Dat goedkoop bellen nu ook mobiel kan, heeft voor immigranten een belangrijk voordeel. Als die worden gebeld door familieleden in het buitenland, wordt verwacht dat ze terugbellen. Zij hebben meer geld. Maar in landen als Ghana belt die familie vaak niet vanuit huis – daar is geen telefoon – maar vanuit een belhuis aan de andere kant van het dorp. Met een mobiele telefoon kan het familielid in Nederland direct terugbellen en hoeven ze geen tijdstip af te spreken.

De markt voor deze mobiele merken is een groeimarkt. Niet per se omdat er meer allochtonen bijkomen, maar omdat mensen de overstap maken naar mobiele telefonie.

Bijna al deze merken zijn zogeheten mobile virtual network operators: ze hebben geen eigen mobieletelefoonnetwerk. Ze huren capaciteit van andere aanbieders zoals KPN of Orange. Ay Yildiz is een uitzondering. Dat merk – genoemd naar de Turkse vlag – is van KPN zelf. Directeur mobiele telefonie van KPN Marco Visser: „Wij geloofden dat de Turkse gemeenschap groot genoeg is om voor hen met een apart merk te komen.” Of allochtonen ook een lucratieve markt vormen, houden de aanbieders liever voor zich. Willem Blom van adviesbureau Sunrise IMS, dat werkt voor Chippie en Lebara, bevestigt alleen dat de markt „groeit als kool”. Hij schat dat Lebara in drie jaar zo’n 350.000 klanten kreeg. Ortel is de nummer twee met ongeveer 175.000 bellers, Lycamobile heeft er zo’n 60.000.

Hoe slagen zij erin om internationaal bellen zo goedkoop aan te bieden? „Kennelijk maken ze goede afspraken met aanbieders in het buitenland”, zegt Maarten Langeveld van onderzoeksbureau Telecompaper. Bij internationaal bellen vraagt de mobiele aanbieder in het buitenland een bedrag voor het ontvangen van telefoontjes op zijn netwerk. Langeveld: „Gewone aanbieders zijn niet op goedkope tarieven uit, want die verdienen aan elkaar schandalig veel aan bellen met het buitenland.”

Neem KPN. Bellen naar Turkije via KPN-merk Ay Yildiz kost 17 cent per minuut, via een gewoon KPN-abonnement 1,28 euro per minuut. Of het verschil de marge is die KPN op deze telefoontjes maakt? Visser ontwijkt de vraag en zegt het „niet zo te weten”. Of neem Vodafone. Dat heeft vestigingen over de hele wereld en dus nauwelijks extra kosten voor het gebruik van netwerken van andere aanbieders. „En toch vragen ze zoveel”, zegt Langeveld.

De allochtone aanbieders hebben maar weinig marge op hun buitenlandse belminuten, weet Blom. Maar klanten bellen wel vaak lang. „Je moeder op de Antillen bel je niet voor één minuut.”

Er zijn meer verschillen met ‘gewone’ merken. „Het heeft voor ons geen zin om in De Telegraaf te staan”, zegt Aurik van Lebara. Zij heeft medewerkers van verschillende nationaliteiten, die ieder in hun eigen deel van de stad het contact met belhuizen onderhouden: kopje koffie drinken of even bellen hoe het gaat. „Het persoonlijke is erg belangrijk.”

Surinamers en Antillianen zijn meestal langer hier en beter te bereiken via de Nederlandse tv of internet. Oudere Turken daarentegen, zijn volgens Aurik vooral te bereiken via hun kinderen die wel tv kijken.

Natuurlijk houden de merken goed in de gaten welke nationaliteiten het land binnen komen. Nu zijn dat volgens Aurik de Polen, Bulgaren en Roemenen. Foldertjes van Lebara zijn in het Nederlands, Engels, Turks en Pools.

Alle allochtone mobiele merken zijn present bij exotische gebeurtenissen: Surinaamse onafhankelijkheidsdag Brasa Dey, Chinees Nieuwjaar, Ay Yildiz sponsort een concert van de Turkse zanger Tarkan. Ook een missverkiezing in de Bijlmer wordt niet overgeslagen. Voor Ay Yildiz heeft KPN speciaal een directeur en medewerkers van Turkse afkomst aangetrokken, zegt Visser. Ook bij Ortel en Lebara werken aanzienlijk meer nationaliteiten dan bij gewone aanbieders.

Hebben al die allochtonen wel iets gemeen? Visser van KPN vindt van niet. Ay Yildiz richt zich niet voor niets alleen op Turkse Nederlanders. „Die andere merken richten zich op alles. Maar zo pakken zij mensen van allerlei verschillend pluimage bij elkaar die volgens mij niets gemeenschappelijks hebben.”

Directeur Celal Oruç van Ortel is het niet met hem eens. In zijn Haagse kantoor zegt hij dat het ‘allochtoon-zijn’ een verbindende factor is. „Wij weten hoe de allochtoon leeft, wat hij denkt en wat hij doet”, zegt hij. Volgens Oruç hebben allochtonen gemeen dat ze in dezelfde buurten wonen, dat ze Europa als één land beschouwen omdat familie ook over de grens woont, en dat ze „een kwetsbare groep vormen die warmte nodig heeft”. En ten slotte, niet onbelangrijk: „Allochtonen zijn emotionele mensen. Als ze eenmaal met hun familie in het buitenland beginnen te bellen, stoppen ze niet meer.”