Gezonder dan een glaasje rode wijn

De Wageningse promovendus Elio Schijlen maakte tomaten met de ‘gezonde’ stoffen uit rode wijn, uien en peterselie. En warempel, voor muizen lijken ze inderdaad nog gezonder dan gewone tomaten.

Elio Schijlen bij zijn genetisch gemanipuleerde tomaten Foto Freddy Rikken 7/2/2007 Foto Freddy Rikken Drs. Schijlen U.Wageningen Tomatenveredeling Rikken, Freddy

„Ik heb ze niet geproefd’’, zegt Elio Schijlen, wat verlegen lachend op zijn kamer bij Plant Research International in Wageningen. „Maar ik denk dat ze gewoon naar tomaat smaken.”

Schijlen – behalve moleculair bioloog ook enthousiast bergbeklimmer – had al eens een meldenswaardige fysieke top bereikt: de beklimming in mei 2005 van de 8.024 meter hoge Sisha pangma in Tibet. Vandaag promoveert hij aan de Universiteit van Amsterdam op een niet minder meldenswaardige mentale top. Hij heeft heel bijzondere tomaten gemaakt. Zijn tomaten bevatten bepaalde, gezond geachte plantenstoffen, flavonoïden geheten, die van nature niet of nauwelijks in tomaat voorkomen. Zo heeft hij tomaten gemaakt met resveratrol, een plantenstof die behalve in pinda’s en bosbessen vooral veel in druiven zit. En tomaten met flavonolen en flavonen. Flavonolen zitten veel in ui; flavonen in peterselie, pepermunt en selderie.

Daarbij bereikte de promovendus forse hoeveelheden: de Wageningse tomaat met resveratrol bijvoorbeeld, bevat meer van deze gezond geachte stof dan een glas Franse rode wijn. En wat die tweede tomaat betreft: die bevat per kilo ten minste zoveel milligram van de met gezondheidsclaims omgeven flavonool quercetine als uien (130 milligram per kilo), en zelfs meer flavonen dan peterselie en selderie.

Schijlen maakte ook tomaten met ‘gezonde’ sojaflavonoïden erin (deoxychalconen), en hij veranderde paarsrode tomaten van een andere groep. Al die typen maakte hij door in het erfelijk materiaal van de populaire Moneymaker-tomaat een of twee genen te zetten uit andere planten. Daarbij puttend uit een breed arsenaal bekende genen uit petunia, druif, maïs, alfalfa, gerbera en het leeuwenbekje.

„We wilden weten in hoeverre de biosyntheseroute van flavonoïden is te sturen”, vertelt de promovendus. „En we wilden tomaten maken met die flavonoïden erin waarvan we denken dat ze extra gezond zijn. Dat is dus gelukt. Maar deze tomaten kunnen zo niet in de winkel hoor. Verkoopbare tomaten zouden in ieder geval genen moeten krijgen van eetbare planten, niet van bloemen. En dan nog zouden uitgebreide risicoanalyses en toxische studies nodig zijn. Markttoepassing is dus nog ver weg.”

De nieuwe tomaten verschillen behoorlijk van de tomaten in de supermarkt, legt Schijlen uit. De flavonoïden van de supermarkttomaten bestaan voor 95 procent uit naringenine chalcon (NC), een gele kleurstof die zich – en dat is specifiek voor tomaten – al aan het begin van de biosyntheseroute van flavonoïden ophoopt. Samen met de ‘rode’ carotenoïden (een andere groep plantenstoffen) zorgt hij voor de oranje-rode kleur van tomaten. „Als je tomaten eerst kookt en daarna schilt, is die gele flavonoïde heel mooi apart te zien.”

De promovendus heeft door een gen uit te schakelen ook tomaten gemaakt die helemaal geen flavonoïden maken. Die zijn inderdaad rozerood. De paarsrode tomaat die hij voor zijn onderzoek van een andere groep betrok, kleurde paars vanwege een leeuwenbekgen, dat zorgde voor een paarse flavonoïde. Maar alle andere tomaten uit zijn onderzoek waren niet zichtbaar anders van kleur. Dit omdat ze altijd nog wel een beetje van de gele flavonoïde bevatten.

Schijlen heeft zijn tomaten niet durven proeven. Zijn instituut onderzocht de smaakstoffen wel chemisch. „De smaak van tomaat wordt bepaald door suikers, zuren en vluchtige stoffen zoals hexanal”, vertelt Schijlen. „Die gehaltes hebben we gemeten in de tomaat die geen flavonoïden maakt, en vergeleken met die van alle 94 tomaten die in de handel zijn. We vonden geen afwijkingen. Wel blijkt de tomaat zonder flavonoïden geen zaad te bevatten.’’

Schijlen heeft met collega’s van TNO en het Duitse BASF Plant Science de gezondheidseffecten van de tomaten met flavonen en flavonolen uitgetest in enigszins menselijk gemaakte muizen. Deze muizen kregen alleen de velletjes – die bevatten namelijk al 95 procent van de flavonoïden. „We hebben hoeveelheden gevoerd die overeenkwamen met drie tomaten per dag voor mensen”, vertelt hij. „En dit aan muizen die genetisch zo waren veranderd, dat ze het humaan ontstekingseiwit CRP maakten. CRP is een risicofactor voor hart- en vaatziekten.”

Het vermoeden dat de velletjes de concentratie menselijk ontstekingseiwit in het muizenbloed zouden verminderen, werd bevestigd. De velletjes met flavonolen en flavonen zorgden voor een daling van 56 procent – meer dan de daling door de velletjes van gewone tomaten (43 procent), wat trouwens ook al opvallend was. „Het zou mooi zijn als we nu ook het effect van de tomaten met resveratrol in muizen of varkens zouden kunnen testen.”

Al het onderzoek werd betaald uit het inmiddels afgeronde EU programma PROFOOD, gericht op betere tomaten. Schijlen, die nu bij het Wageningse planteninstituut aan genomics werkt, is tevreden. Maar de resultaten kwamen niet uit de lucht vallen. „Doorzettingsvermogen heb je echt wel nodig als aio. Laboratoriumexperimenten vallen tegen, of het schrijven lukt niet. Bijna alle aio’s hebben regelmatig de neiging het bijltje erbij neer te gooien.”