Eerst een kernproef, dan overleg

Vandaag wordt in China het overleg over Noord-Koreaanse kernwapens hervat.

Dit vreemde schouwspel heeft een hoge inzet.

‘Glimlachende sluipmoordenaar’ wordt de Noord-Koreaanse onderminister van Buitenlandse Zaken, Kim Kye-gwan, genoemd. Een innemende persoonlijkheid én een keiharde onderhandelaar. Vandaag schuift Kim weer aan bij het zogeheten zes-partijenoverleg, de al jaren slepende onderhandelingen tussen de beide Korea’s, de Verenigde Staten, Rusland, China en Japan over beëindiging van het Noord-Koreaanse kernwapenprogramma.

De 64-jarige Kim is het diplomatieke gezicht van het stalinistische regime in Pyongyang. Het andere gezicht is dat van de nucleaire afschrikking –- met een ondergrondse kernproef op 9 oktober van het afgelopen jaar getoond.

Kim zal vandaag in Diaoyutai, het gastenverblijf voor buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders in Peking, een vertrouwd gezelschap aantreffen. Daar is natuurlijk zijn Chinese ambtgenoot Wu Dawei, die de Chinese onderhandelingsdelegatie leidt en als voorzitter optreedt. Verder zijn er de bekende gezichten uit Zuid-Korea (onderminister Chun Young-woo), Japan (directeur-generaal Kenichiro Sasae) en Rusland (ambassadeur Sergej Razov). Maar de belangrijkste tegenstander van Kim komt uit de Verenigde Staten, het land waarmee Noord-Korea na de Koreaanse oorlog (1953) formeel nog steeds in staat van oorlog verkeert.

De Amerikaanse onderhandelaar heet Christopher R. Hill. Deze carrièrediplomaat is tien jaar jonger dan Kim, maar net als hij gepokt en gemazeld in het onderhandelingsspel. Als vrijwilliger van het Amerikaanse Peace Corps trok hij in 1973 naar Kameroen. In 1995 was hij als assistent van Richard Holbrooke betrokken bij het overleg in Dayton over beëindiging van de oorlog in Bosnië. Twee jaar geleden werd hij hoofdonderhandelaar bij het zes-partijenoverleg.

Dat overleg is eigenlijk een vreemd diplomatiek schouwspel. De inzet is zeer hoog, daarover geen twijfel. Het gaat er om Noord-Korea ervan te weerhouden atoombommen te maken en te gebruiken, in ruil voor steun. Toen Pyongyang vier maanden geleden zijn kernproef nam, overschreed het doelbewust een rode lijn om de buitenwereld, de VS voorop, tot concessies te dwingen. Geen wonder dat de betrokken landen geschrokken reageerden en de provocatie unaniem fel veroordeelden. Maar zie wat er daarna is gebeurd: alle partijen zijn weer rustig aan de onderhandelingstafel teruggekeerd. En ze opereren daar onderling even verdeeld jegens Pyongyang als voorheen. Dat duidt niet op grote urgentie.

De afgelopen weken is afwisselend in optimistische en pessimistische bewoordingen gesproken over de mogelijkheid van een doorbraak in de nieuwe onderhandelingsronde.

Opmerkelijk is dat er op papier al een akkoord is. Op 19 september 2005 publiceerden de zes partijen een ‘Verklaring over uitgangspunten’. Pyongyang beloofde zijn nucleaire ambities op te geven en de VS onderstreepten Noord-Korea niet aan te vallen.

Dat was een doorbraak, maar werd het niet. Want tegelijkertijd met het zes-partijenakkoord in Peking, trof het Amerikaanse ministerie van Financiën sancties tegen de Banco Delta Asia in Macau. Die bank fungeerde als ‘draaischijf’ voor duistere Noord-Koreaanse geldstromen. Het bevriezen van die geldstromen trof Pyongyang zwaar, zo zwaar dat de oorlogsretoriek werd hervat en uiteindelijk werd besloten tot de atoomproef.

Vorige maand hebben Kim en Hill in Berlijn vooral hierover gesproken. Als dat overleg inderdaad „zeer vruchtbaar” was, zoals werd gezegd, kan de hobbel van Banco Delta Asia snel worden weggenomen en worden gewerkt aan een uitwerking van het akkoord. Dat zal nog wel wat voeten in de aarde hebben. En net zoals in het verleden: succes niet verzekerd.