Diabeteszorg baat allochtoon niet

Diabetespatiënten van Turkse of Marokkaanse afkomst die dezelfde kwaliteit van zorg krijgen als autochtone diabetespatiënten, zijn daarmee slechter af.

Dit is een van de bevindingen van een promotieonderzoek aan de afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. De onderzoeker, Loes Lanting, concludeert dat de huidige richtlijnen voor diabetes mogelijk moeten worden aangepast en worden afgestemd op allochtonen. Turken en Marokkanen zouden bijvoorbeeld andere adviezen moeten krijgen op het gebied van beweging.

Het ontstaan van diabetes in Nederland neemt sterk toe en Turkse en Marokkaanse bevolkingsgroepen hebben een drie tot zes maal hogere kans op het ontwikkelen van diabetes.

Niet-westerse allochtonen rapporteren een slechtere gezondheid dan autochtonen. Ongeveer 10 procent van de bevolking is van niet-westerse afkomst. Voor het verschil in gezondheid bestaan diverse verklaringen. De taal zou een barrière kunnen vormen, maar ook genetische en economische factoren kunnen een rol spelen bij de gezondheidsverschillen. Ook kampen allochtonen in de grote steden vaker met overgewicht.

Om met name Turken, Marokkanen en Hindoestanen te wijzen op de mogelijke gezondheidsrisico’s is de Nederlandse Diabetes Federatie dit voorjaar een campagne begonnen. In televisiereclames en folders in verschillende talen worden deze groepen gewezen op testen die zij kunnen doen om te zien of ze diabetes hebben. Jongeren worden via websites aangespoord hun ouders te wijzen op deze test.