De temperatuur van een pilotenneus

In een nieuw onderzoek in de vluchtsimulator wordt álles gemeten aan piloten: niet alleen hartslag, maar ook de oogbewegingen en de doorbloeding van de oorlel.

Behangen met meetapparatuur bedienen piloten de vluchtsimulator in het het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium. Foto Bram Budel Human factor experimenten met piloten in de vluchtsimulator bij het Nationaal Lucht en Ruimtevaart laboratorium. In de simulator wordt getest of allerlei nieuwe technieken de piloten helpen bij het vliegen. Op hun hoofd hebben de piloten een camera die registreerd naar welk instrument ze kijken. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

„Dit wordt een lastige nadering”, zegt een van de twee mannen in een nagebootste cockpit van een Airbus 320. De heren maken zich op voor een vlucht boven Zwitserland. Ze worden geacht koers te zetten naar de kleine luchthaven van het stadje Sion, gelegen tussen de bergen.

De vlucht is bedacht door medewerkers van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) in Amsterdam. Zij hebben een draaiboek samengesteld dat vandaag wordt uitgevoerd in de eigen onderzoekssimulator. Dit om meer te weten te komen over het gedrag van piloten bij nieuwe technieken in de luchtvaart. Hartslag, ademhaling en bloeddruk van de vrijwilligers worden gemeten om de mentale werklast te peilen. Een camera volgt hun oogbewegingen. En tussen het vliegen door wordt de piloten gevraagd enquêtelijsten in te vullen, met vragen over hoe moeilijk ze het gebruik vinden van bijvoorbeeld een tunnel in the sky, een getekende tunnel die het vliegpad aangeeft. Al hun handelingen zullen later nauwkeurig worden geanalyseerd. „We worden inderdaad voortdurend in de gaten gehouden”, zegt één van de twee mannen. Nerveus worden ze daar niet van. „We worden niet getest. Ons wordt een mening gevraagd.”

Het project is een initiatief van de Europese Commissie. Die wil het aantal ongevallen in de luchtvaart met 80 procent reduceren. Daartoe wordt onder meer steun gegeven aan een internationaal project dat onderzoek doet naar de integratie van het menselijk gedrag in reactie op technieken in de luchtvaart. Gewichtig onderzoek, want in 70 procent van alle vliegtuigongevallen is een menselijke fout de belangrijkste oorzaak – hoewel mensen ook vaak een ongeval weten te voorkomen.

Het project heet HILAS, wat staat voor Human Integration into the Lifecycle of Aviation Systems, en loopt van 2005 tot 2009. Aan het project doen veertig Europese instellingen mee. Het Nederlandse NLR onderzoekt de reacties van in totaal zestien vliegers op nieuwe technologieën in de cockpit, en ook test men de technieken die het gedrag van de vliegers onderzoeken. Zo wordt de doorbloeding van de oorlel gemeten in relatie tot de verrichte taak, en vervolgens wordt later nagegaan of deze doorbloeding iets zegt over de werklast die de vliegers ondervinden. Ook meten infraroodcamera’s van een van de partners de temperatuur van de neus. „Hogere werklast gaat veelal gepaard met meer ademhaling en dat veroorzaakt afkoeling van de neus”, vertelt projectleider Rolf Zon. „Dat zou kunnen betekenen dat hoe kouder de neus is, des te meer werklast de piloten tijdens een taak in de cockpit ervaren. Of dat zo is, onderzoeken we.”

Zo wordt bepaald welke metingen aan het pilotenlijf geschikt zijn om te onderzoeken of vliegtuigapparatuur geschikt is voor menselijk gebruik. Zon: „De certificering betreft op dit moment bijvoorbeeld nog de vraag na hoeveel keer drukken een bepaalde knop van een apparaat het begeeft. Straks kunnen we fabrikanten helpen om producten te ontwikkelen die in de cockpit door de vliegers ook daadwerkelijk als veilig worden ervaren.”

De piloten zijn veilig geland in Sion. Ze hebben gevlogen met een dual layer display: een scherm met op de voorgrond de basisinformatie over de vlucht, en op de achtergrond een weergave van de Zwitserse bergen en de getekende tunnel waarin als in een computerspel kan worden gevlogen. Vijf minuten later maken ze een nieuwe vlucht. Ook naar Sion. Dan met een enkel scherm, dat wil zeggen dat voor- en achtergrond samenvallen. Kijken hoe ze daar op reageren. Over een half jaar worden de eerste resultaten verwacht.