CPB: AOW-plan is niet uitvoerbaar

Het voornemen van het nieuwe kabinet om gepensioneerden met een aanvullend pensioen vanaf 2011 zwaarder te belasten, is onuitvoerbaar.

Dit schrijft het Centraal Planbureau (CPB) in een notitie waarin de maatregelen van het gisteren gepubliceerde regeerakkoord worden doorgerekend.

„Een belastingstelsel waarbij voor gepensioneerden verschillende tarieven gelden die afhangen van het arbeidsverleden op 63-64 jaar is zeer complex”, aldus het CPB. Het Planbureau merkt op dat de Belastingdienst niet rekent met het begrip gewerkte maanden, maar met jaarinkomens. Bovendien zijn er fiscaal-economische bezwaren tegen de voorgenomen maatregel, aldus het CPB.

In het conceptregeerakkoord staat dat iedereen die na 1945 is geboren, vóór zijn of haar 65ste is gestopt met werken én een aanvullend pensioen heeft van 18.000 euro of meer, vanaf 2011 een jaarlijks met 0,6 procent oplopende premie moet betalen ter dekking van de kosten van de AOW. Deze premiestijging loopt door tot 2040. De AOW-uitkering bedraagt 938,55 euro bruto per maand voor een alleenstaande.

Invoering van deze ouderenheffing betekent dat voor 65-plussers uiteenlopende tarieven gaan gelden in de eerste en tweede schijf van de belastingen. Uit het regeerakkoord is niet duidelijk wat zal gebeuren met mensen geboren na 1945 die (gedeeltelijk) zijn gestopt met werken voordat deze maatregel is doorgevoerd of die tegen hun wil op non-actief zijn gesteld.

Het CPB berekent dat het netto-inkomen van gepensioneerde huishoudens die onder deze lastenverzwaring vallen, op den duur 1.500 euro per jaar lager uitvalt.

regeerakkoord:pagina 3